donderdag 9 februari 2017

Trump en Hitler

Plotsklaps duiken overal vergelijkingen van de 45e president van de Verenigde Staten met Adolf Hitler op. Vaak worden de stukken waarin dat gebeurt, geschreven door mensen die wel wat geschiedenis achter de kiezen hebben. Het doet je de vraag stellen wat hen ertoe drijft om op dit moment zulke groteske vergelijkingen te maken.

Is het geen intellectuele luiheid om direct te grijpen naar Hitler als voorbeeld van ultieme kwaad terwijl zoveel andere historische figuren en episodes ons misschien veel meer verheldering kunnen brengen vandaag? 

Het past in de stortvloed van verontrustende analyses die vooral moeten tonen dat de auteur ervan Trump verafschuwt. Kan belangrijk zijn voor het zelfbeeld van zo’n expert, maar wat heeft de lezer daaraan? We hebben geen ‘virtue signaling’ nodig, wel nuchtere analyses.

De lezer laten kennismaken met de wetenchappelijke literatuur die politici scoort op een as van minder tot meer autoritair, kan wellicht echt iets pertinents bijdragen. Om dan ineens uit te komen bij Hitler, trekt veel aandacht maar is daarom niet onderbouwd. Die vergelijking wordt vaak gemaakt om bewust een straf statement te maken maar haalt vaak nuchterheid uit de discussie en analyse. Zeker vergelijkingen met Hitler werken bewustzijnsvernauwend en net historische analyse kan die vermijden door veel meer vergelijkingspunten te zoeken in het verleden.

De hele opvolging van Amerikaanse presidenten nodigt uit om bijvoorbeeld in te zoomen op bekende voorbeelden van autoritair gedrag. De tweede Amerikaanse president, John Adams, vaardigde bijvoorbeeld decreten af die hem toelieten (Britse) vreemdelingen het land uit te zetten. Abraham Lincoln schorste de habeas corpus om individuen onbeperkt op te sluiten. Franklin Roosevelt beval duizenden Japanse Amerikanen op te sluiten en onder Bush en Obama kregen de veiligheidsdiensten veel bevoegdheden om communicatie af te luisteren.

Trump maakt inderdaad gebruik van propaganda, maar dat is geen unicum in de geschiedenis. Ook zijn stelling ‘The establishment protected itself, but not the citizens of our country.’ is te veel voorgekomen om er enkel Hitler als voorbeeld bij te nemen.

Als je naar de Nederlandse verkiezingen kijkt, dan zie je dat Trump ook daar een verkiezingsthema is geworden. Een politicus die een strenger immigratiebeleid voorstelt, wordt onmiddellijk op een hoopje gegooid met Trump en Hitler. Dat helpt zeker niet om een nuchtere discussie over zo een belangrijk onderwerp te voeren. Het risico is dat een thema als integratie dan in de taboesfeer belandt en we een non-beleid krijgen en we hebben in eigen land gezien waar dat ons toe brengt. Trump is een soort totem waar rivaliserende partijen op links op dit moment tegenaan wrijven om vooral stemmen bij elkaar weg te halen. Staalharde kritiek op Trump is gezien de machtsconcentratie meer dan ooit nodig. Het demoniseren van kiezers van Trump kan echter leiden tot meer polarisatie en moeilijker maken om kloof te overbruggen.

Een analyse zoals deze in The Economist over de context van de problematische en vroegtijdig afgebroken ambtstermijn van Richard Nixon toont het potentieel van dergelijke oefening. Nixon "rallying a “silent majority” of Americans who felt ignored and disdained by bossy, self-dealing elites" klinkt in elk geval erg herkenbaar. Het toont het gevaar van de concentratie van macht in de handen van een persoon met een "gebroken moreel kompas". Heel de geschiedenis van het Amerikaans presidentschap en van de politiek breder bekeken, leert uiteraard ook dat "fake news" van alle tijden is.

In de Verenigde Staten zijn al wel wat diepgaande analyse verschenen over parallellen tussen president Trump en Andrew Jackson die in 1828 de overwinning behaalde tegenover de zesde president Quincy Adams. Sindsdien spreekt men over dat moment als de geboorte van het Amerikaanse populisme, ook omdat de verkiezingscampagne extreem bruut en polariserend was. Opvallend is dat verschillende mensen uit de omgeving van Trump zelf proberen te suggereren dat Trump een hedendaagse Jackson is. Het is uit de botsing van ideeën tussen analisten dat we inderdaad erin slagen om lessen te trekken uit de geschiedenis om het heden beter te begrijpen. Het is zeker niet duidelijk dat een vergelijking met Hitler hetzelfde licht doet schijnen op dit moment.

Het te lichtzinnig maken van vergelijkingen met de jaren 30 en a fortiori met Hitler maakt misschien ook dat we het opstaan van een "echte" Hitler niet meer op een geloofwaardige manier zouden detecteren. Waakzaamheid is altijd geboden. Democratie moet onderhouden worden. Er zijn nog steeds check & balances aanwezig maar ongetwijfeld minder sterk dan we zouden willen.

woensdag 18 januari 2017

Jefferson



1. Antwoord dat Madison schreef op Jefferson toen hij wereldvreemde politieke ideeën ventileerde:

Our hemisphere must still be more enlightend before many of the sublime truths which are seen through the medium of philosophy, become visible to the naked eye of the ordinary politician

2. Jefferson over de publieke opinie en de pers:

The basis of our governments being the opinion of the people, the very first object should be to keep that right; and were it left to me to decide whether we should have a government without newspapers or newspapers without a government, I should not hesitate a moment to prefer the latter. But I should mean that every man should receive those papers & be capable of reading them. 

I am convinced that those societies (as the Indians) which live without government enjoy in their general mass an infinitely greater degree of happiness than those who live under European governments. Among the former, public opinion is in the place of law, and restrains morals as powerfully as laws ever did any where. Among the latter, under pretence of governing they have divided their nations into two classes, wolves and sheep. I do not exaggerate. This is a true picture of Europe. Cherish therefore the spirit of our people, and keep alive their attention. Do not be too severe upon their errors, but reclaim them by enlightening them. If once they become inattentive to the public affairs, you and I, and Congress, and Assemblies, judges and governors shall all become wolves. It seems to be the law of our general nature, in spite of individual exceptions; and experience declares that man is the only animal which devours his own kind, for I can apply no milder term to the governments of Europe, and to the general prey of the rich on the poor.

Plumer over Jefferson: "I did think he had great talents, wisdom and a portion of those virtues that render a man amiable and useful; but craft and cunning are as distinct from wisdom as meanness is from economies, or his views from true greatness."

Jefferson over de pers: "During this course of administration, and in order to disturb it, the artillery of the press has been leveled against us, charged with whatsoever its licentiousness could devise or dare. These abuses of an institution so important to freedom and science are deeply to be regretted, inasmuch as they tend to lessen its usefulness and to sap its safety. They might, indeed, have been corrected by the wholesome punishments reserved to and provided by the laws of the several States against falsehood and defamation, but public duties more urgent press on the time of public servants, and the offenders have therefore been left to find their punishment in the public indignation."



Franklin on Adams: always An honest man, often a great one but sometimes absolutely mad


I must study politics and war that my sons may have liberty to study mathematics and philosophy. My sons ought to study mathematics and philosophy, geography, natural history, naval architecture, navigation, commerce, and agriculture, in order to give their children a right to study painting, poetry, music, architecture, statuary, tapestry, and porcelain.John Adams (1735 - 1826 


May none but honest and wise men ever rule under this roof." -- John Adams, Second President of the United States, Letter to Abigail


"Collecting all authority into one center, that of the nation." Nonsense. The whole people were incapable of deciding much of anything, even on the small scale of a village. If all power were to be vested in a single legislature. "What was there to restrain it from making tyrannical laws, in order to execute them in a tyrannical manner?"

To Adams nothing had changed about human nature since the time of the ancients. Inequities within society were inevitable, no matter the political order. Human beings were capable of great good, but also great evil. None could be elevated above others without risk of danger.

Even in America where there was " a moral and political equality of rights and duties" there were nonetheless inequalities of wealth. There was inevitably a "natural aristocracy among mankind". These were the people who had the capacity to acquire wealth and make use of political power, and for all they contributed to society, they could thus become the most dangerous element in society, unless they and their interests were consigned to one branch of legislature, the Senate and given no executive power."


Reason is the guide of life, the senses, the imagination and affections are the springs of activity. Reason holds the helm, but passions are the gales.



dinsdag 13 december 2016

Wetstraat

 'Daar vindt men, na elke verkiezing, de nieuwe vertegenwoordigers, de mannen uit de provincie en de arrondissementen, die binnendringen met idealisme, enthousiasme en de wil van hervormers, zwanger van slogans en partijprogramma's, maar die aldra ontnuchterd worden door de 'heren met lange ervaring'.

Gaston Eyskens, Voorwoord  in Louis Ryckeboer, 'Wetstraat' 

maandag 28 november 2016

Het politieke correcte denken als fenomeen


Ook het politieke correcte denken (PC) heeft een voedingsbodem gehad. In zekere mate is het met name ontstaan als reactie tegen racisme en onderdrukking van minderheden. Het schuldgevoel ontsproten uit de tweede wereldoorlog in Europa en de slavernij en onderdrukking in de Verenigde Staten speelde daarbij zeker een rol. Dit heeft echter ook geleid tot een aantal ontsporingen zoals zelfhaat (“het blanke ras is de kanker in de menselijke geschiedenis") en bizarre debatten (“zwarten kunnen niet racistisch zijn”) in de Verenigde Staten maar ook bij ons.

"Since then, “politically correct” has come to be used to characterize curriculum revisions, campus speech  codes,  harassment  policies,  affirmative  action in college admissions and hiring, the use of new descriptors for minorities (e.g.,African American,Native American, learning disabled), new NORMS for interacting with women and racial or cultural minorities (e.g.,avoiding genteel “ladies first” policies),and generally, to any change in language, policy, social  behavior,  and  cultural  representation  that  is aimed at avoiding or correcting a narrowly Eurocentric world view and the long-standing subordination of some social groups." http://cw.routledge.com/ref/ethics/entries/politicalcorrectness.pdfhttp://cw.routledge.com/ref/ethics/entries/politicalcorrectness.pdf

Vrije debat

In 1999 vond er een conferentie plaats in Johannesburg over het onderwerp van politieke correctheid waarbij het naslagwerk concludeert dat dit fenomeen allesbehalve geleid heeft tot een meer vrije en open samenleving. De auteur van de inleiding stelt met name dat politieke correctheid het open debat en de vrije uitwisseling van ideeën verhindert. Openhartigheid wordt een bron van isolatie. “In our view, political correctness has become a new and more sophisticated form of censorship.” (Erkens and Kane-Berman, 2000, p. 2)  

Een andere deelnemer stelt: “A timorous critic of politically correct positions can be cowed into silence by the mere suggestion that his or her views represent a disguised defence of the old order and show an insensitivity to the plight of back people. . . . White intellectuals are particularly susceptible to this kind of  ad hominem attack, since political correctness preys on white guilt” (Erkens and Kane-Berman, 2000, p. 23).

Een belangrijk onderdeel van het fenomeen is dat sprekers geband worden van het spreekgestoelte aan universiteiten en elders omdat ze bepaalde feitelijke analyses brengen, vaak over minderheden, die in het verkeerde keelgat schieten. Een explosief voorbeeld betrof allerlei onderzoeken over verschillen inzake IQ en andere maatstaven tussen bevolkingsgroepen. Bekend is de annulering van een lezing door Nobelprijswinnaar James Watson in het Science Museum te Londen op 18 oktober 2007 nadat hij uitspraken had gedaan over intelligentieverschillen tussen rassen[1]. Het is hoegenaamd geen recent fenomeen. De New York Times stelde in 1986 al dat er veel te veel nadruk was op PC. 

Dubbele standaarden

Het kan alleen maar aanzetten tot verbittering als taboes op taalgebruik selectief functioneren. Zo waren er nogal wat stemmen in de zaak van de Deense cartoons die stelden dat deze onnodig kwetsend waren voor gelovigen. In welke mate hanteert men dezelfde norm als het over andere geloofsovertuigingen betreft zoals de talloze keren dat Paus Benedictus (Ratzinger) als Gods rottweiler werd beschreven? 

Op sommige domeinen speelt het fenomeen veel meer een rol dan op andere. De spanning loopt typisch  hoger op bij onderwerpen van religie, geslacht of ras.

"That is, areas of social life that were conventionally taken to be a political, such as everyday language, the canon of literary classics, jokes, advertising, norms of politeness, hiring decisions, and sports funding, came increasingly to be seen as potential sites for enacting racism, sexism, and Eurocentrism." http://cw.routledge.com/ref/ethics/entries/politicalcorrectness.pdf

Gevolgen

Het concrete gevolg is onder meer dat sommige dingen niet meer publiekelijk gezegd worden en dus verdrongen worden naar de private sfeer. Sommige disciplines zijn echter veel meer gevrijwaard gebleven van het fenomeen dan anderen. Met name is de wereld van de wiskunde en ingenieurswetenschappen redelijk gevrijwaard gebleven van het fenomeen.

Een paradox is dat in werken uit de geschiedenis er veel meer ideeën geuit konden worden die vandaag onmiddellijk in beschuldigingen van xenofobie, racisme, seksisme… eindigen. Het is essentieel te vermijden dat het eenvoudig is om mensen monddood te maken die reële zorgen in de maatschappij verwoorden. Het criterium dat dit dan wel aan goede smaak beantwoordt, kan niet het laatste woord vormen. 

De pogingen om stereotyperingen te bannen, hebben in sommige gevallen werkelijk absurde proporties gekregen. “African Americans should not be portrayed as athletes; Caucasians should not be portrayed as businesspeople; men should not be portrayed as breadwinners; women should not be portrayed as wives and mothers” (Ravitch, 2003, p. 27). 

Dit is echter wat je krijgt als je vertrekt van het criterium dat alles wat een student kan kwetsen of verontrusten in bijvoorbeeld examenvragen verwijderd moet worden. Ravitch documenteert zelfs een aanklacht tegen het opnemen van de fabel van Aesop “De vos en de kraai” in een cursus omdat de ijdele en dwaze kraai vrouwelijk is en de vos mannelijk.

Het bestaan van een druk tot politiek correct denken zonder dit te erkennen kan ook verstrekkende gevolgen hebben. Als mensen massaal het gevoel krijgen dat hun zorgen niet ernstig genomen worden, kunnen ze zich zoals recent gedemonstreerd in de Verenigde Staten ook in het stembureau balorig opstellen. 

Wat kan vandaag niet meer publiekelijk gesteld worden? Zelfcensuur is uiteraard extreem moeilijk te detecteren. Alleen ikzelf weet wat deze tekst bijvoorbeeld niet gehaald heeft, uit angst voor de gevolgen. Misschien dat academici zelf echter goed in kaart kunnen brengen over welke delen van hun onderzoek ze terughoudend zijn om ze publiekelijk te bespreken. Doris Lessing spreekt in haar essay “Censorship” (2001, p. 73) over de “tirannie van politieke correctheid” waarbij intimidatie, de angst voor gevolgen voor broodwinning… de expressievrijheid beperken.

Als de leden van een bepaalde bevolkingsgroep sterker vertegenwoordigd zijn in criminaliteitscijfers, socialezekerheidsuitkeringen of wat dan ook, is het onverantwoord dat te negeren. Het gevaar dat daaruit verkeerde conclusies getrokken kunnen worden, betekent niet dat we er dan maar blind voor moeten zijn. Laten we ook beseffen dat consensus niet tegen elke prijs bereikt moet worden. Als de feiten niet beantwoorden aan wat een bepaalde intelligentsia ons wil doen geloven, ‘tant pis’ dan.

We mogen niet in de val lopen dat het hanteren van cijfers automatisch gelijkstaat met stigmatisering
Een voorbeeld is het fenomeen van victimisatie, waarbij het gedrag van radicaliserende groepen praktisch verschoond wordt door de omstandigheden waarin ze opgroeien. Het blijkt allesbehalve de regel te zijn dat ze effectief systematisch in armoede opgroeien. De meest gezochte man liep zelfs school op een prestigieus college in Ukkel. Het is ook onze plicht om het vanzelfsprekende te zeggen: miljarden mensen groeien op in armzalige omstandigheden zonder te radicaliseren. Beleid en instituties kunnen een rol spelen, maar het is verleidelijk in de val te trappen en de eigen verantwoordelijkheid van daders uit het oog te verliezen.
Als de leden van een bepaalde bevolkingsgroep sterker vertegenwoordigd zijn in criminaliteitscijfers, socialezekerheidsuitkeringen of wat dan ook, is het onverantwoord dat te negeren. Het gevaar dat daaruit verkeerde conclusies getrokken kunnen worden, betekent niet dat we er dan maar blind voor moeten zijn. Laten we ook beseffen dat consensus niet tegen elke prijs bereikt moet worden. Als de feiten niet beantwoorden aan wat een bepaalde intelligentsia ons wil doen geloven, ‘tant pis’ dan.We mogen niet in de val lopen dat het hanteren van cijfers automatisch gelijkstaat met stigmatiseringEen voorbeeld is het fenomeen van victimisatie, waarbij het gedrag van radicaliserende groepen praktisch verschoond wordt door de omstandigheden waarin ze opgroeien. Het blijkt allesbehalve de regel te zijn dat ze effectief systematisch in armoede opgroeien. De meest gezochte man van België liep zelfs school op een prestigieus college in Ukkel. Het is ook onze plicht om het vanzelfsprekende te zeggen: miljarden mensen groeien op in armzalige omstandigheden zonder te radicaliseren. Beleid en instituties kunnen een rol spelen, maar het is verleidelijk in de val te trappen en de eigen verantwoordelijkheid van daders uit het oog te verliezen.
Toekomst

Voor iedereen oprecht bezorgd om het open debat is het cruciaal te onderzoeken wat er gedaan kan worden om dit te vrijwaren. In de Verenigde Staten was een belangrijk discussiepunt dat sommige partijen een onevenredige grote toegang hadden tot gevestigde posities in de media. Het lijkt in elk geval een aandachtspunt dat journalisten zelf niet in grote mate steeds dezelfde overtuigingen delen.
Ook kan best in kaart gebracht worden in welke mate taboes allerhande ervoor zorgen dat bepaalde problemen dreigen verwaarloosd te worden. Zo is het gemakkelijk voor een opgeleid lid van de elite om neer te kijken op de angst voor het vreemde wanneer hij of zij vooral in contact komt met buitenlanders op een manier die vooral zijn kennis, netwerk en bevoorrechte positie versterken. Anderen in de maatschappij zijn helemaal niet zo irrationeel als ze schrik hebben dat hun job onder druk komt door concurrentie uit het buitenland of vanwege nieuwkomers met andere gewoontes waarbij ze helemaal niet vertrouwd zijn.

Je ziet het veel tegenwoordig. Een lid van het establishment laat zich neerbuigend uit over groepen in de bevolking die zich laten leiden door ‘populistische’ neigingen. Het is inderdaad verleidelijk je vanuit Europa meewarig uit te laten over het fenomeen Donald Trump in de Verenigde Staten. Maar de echte vraag is hoe het zover is kunnen komen.

Zou het kunnen dat diegenen die de voorbije decennia de macht uitoefenden zelf een grote verantwoordelijkheid dragen? Misschien loopt die verantwoordelijkheid zelfs tot vandaag?
Wordt het dan geen tijd dat de bevolking wat minder neerbuigend wordt benaderd en dat wordt toegegeven dat er voor goed bestuur veel lessen te trekken vallen? Goed besturen vergt andere talenten dan mooie retoriek. Dat werd recentelijk misschien door niemand beter aangetoond dan door de Amerikaanse president Barack Obama.

Werk maken van een cultuur van verantwoording en transparantie lijkt een cruciale eerste stap. Verontwaardiging kan ook een gezonde evolutie op gang brengen, als ze tenminste aanzet tot kritische zelfreflectie.

Becker, Lawrence C., Charlotte B. Becker, , Political correctness, Encyclopedia of Ethics, 1337-1340

Erkens and John Kane-Berman (eds), Political Correctness in South Africa. Johannesburg: South African Institute of Race Relations, 2000, p. 519.

Hughes, Geoffrey, Political correctness: A history of semantics and culture. Oxford: Wiley-Blackwell, 2010

Lessing, Doris, “Censorship and the climate of opinion", In Derek Jones (ed.), Censorship: A World Encyclopedia. London, 2001

Ravitch, Diane, "The Language Police: How Pressure Groups Restrict What Students Learn", 2003
 

vrijdag 19 augustus 2016

Elite

Migratie is een belangrijk onderdeel geworden van het maatschappelijk debat. Zij die het beleid voeren zijn echter door de band hooggeschoolden die in buurten wonen waar ze weinig in contact komen met het onderwerp van het debat.

Veel is al geschreven over de rol van de persoonlijke geschiedenis van Duits kanselier Angela Merkel bij haar positie. Als de facto belangrijkste politicus in het hedendaagse Europa krijgen haar overtuigingen uiteraard een ander gewicht dan wie dan ook. Toen zij haar befaamd statement maakte dat Duitsland 800.000 vluchtelingen wel aan kon, had dit dan ook een gigantische impact.

Stond zij voldoende stil bij het draagvlak hiertoe of deed dit er voor haar niet toe? Vaak wordt er verwezen naar haar opvoeding door haar vader, een dominee van Lutheraanse strekking en haar jeugd in Oost-Duitsland. Een opengrensbeleid voor meer dan een miljoen vluchtelingen zou daar dan de logische uitloper van vormen.

Moraalfilosofen benadrukken echter dat er een cruciaal verschil is tussen je eigen deur openzetten voor vluchtelingen dan wel je land een grote stroom vluchtelingen te laten accepteren. De concrete gevolgen van dit beleid wordt in disproportionele wijze ervaren door wie in armoedel leeft, in een verloederde buurt. De realiteit van botsende culturen, dagdagelijkse spanningen wordt ondergaan door hen die heel ver van de leefomgeving van Angela Merkel verwijderd zijn. Als mensen dan bang reageren, krijgen ze vaak een lawine van verwijten van xenofobie of racisme toegeslingerd. De elite die dit beleid besliste draagt nauwelijks iets van dergelijke gevolgen maar wordt wel humaan en kosmopolitisch betiteld. Het signaleren aan de goegemeente van je eigen kosmopolitisme wordt ongetwijfeld als een heldendaad gezien.

Oxfordeconoom Paul Collier argumenteerde recent dat heel het debat rond de vluchtelingencrisis onvoldoende onderbouwd verloopt. Collier is ook de econoom die in zijn boek (Exodus: how migration is changing the world) stelt dat een beetje migratie goed is voor een samenleving, maar te veel het onderlinge vertrouwen en de solidariteit kan ondergraven. Er wordt vaak nogal snel een intentieproces gemaakt van mensen die een voorzichtige houding aannemen tegenover een meer "genereuzere" aanpak van de vluchtelingenproblematiek. Zij die bijvoorbeeld onderlijnen dat het effectiever kan zijn om de vluchtelingen op te vangen in buurlanden van Syrië worden nogal eens onmiddellijk beschuldigd van racisme. Uiteraard mag het niet zomaar uitgesloten worden dat er minder behartenswaardige motieven meespelen. Anderzijds is het evengoed een instrumentaliseren van het debat als boude uitspraken vooral moeten signaleren dat we toch wel "goede mensen" zijn. Het werpt natuurlijk een heel ander licht op de zaak als je je afvraagt hoe we de vluchtelingen het best kunnen helpen, eerder dan onszelf hierbij zo goed mogelijk te voelen of voor te doen. Dan wordt het onvermijdelijk om onsympathieke analyses te maken. Zoals dat als we de Europese buitengrenzen niet bewaken er overal hekken zullen verschijnen binnen de EU. Zoals dat er een beperkte absorptiecapaciteit is en asielzoekers uit de Balkan geen beroep kunnen doen op het statuut van vluchteling. Als econoom maken we met de regelmaat van de klok mee dat beleidsmakers liever de realiteit negeren omdat die niet sympathiek genoeg oogt. In elk geval dienen we er meer bij stil te staan dat paraderen met ons geweten niet per se het meest gewetensvolle handelen impliceert

dinsdag 5 april 2016

sic transit gloria mundi

Veel van de beste politieke theorie die aan studenten wordt gedoceerd, werd niet geschreven door diegenen die slaagden maar faalden in de politieke praktijk. Cicero's schreef De Officiis over onze plichten en werd gedood door huurmoordenaars in opdracht van de Keizer. Hij wist bij leven al dat roem slechts tijdelijk is: "Ooit hield ik het roer van de staat in mijn handen, vandaag is er nauwelijks plaats voor me in het scheepsruim", schreef hij aan een vriend. 

Machiavelli schreef zijn werken nadat hij van de macht werd verwijderd in 1512, in de gevangenis werd gegooid, gefolterd en feitelijk verbannen. Hij vulde zijn dagen nadien met hout kappen in het woud en het spannen van vogelvallen. Van Edmund Burke werd gezegd dat hij nooit een zo goed politicus was als denker. James Madison schreef dan wel mee aan de Federalist Papers maar zijn periode als president werd allesbehalve als een groot succes beschouwd. 

Alexis de Tocqueville schreef met Democratie in Amerika dan wel een van de meesterwerken over het onderwerp, zelf deemsterde hij weg op de parlementsbanken waarbij hij bitter schreef over de idiote speeches van zijn collega-parlementsleden. Hij nam afscheid van de politiek in 1851 met afschuw. John Stuart Mill was een briljant observator en theoreticus van de politiek maar als een Member Of Parliament van 1865 tot 1868 vloekte hij vooral op de incompetentie van zijn collega's en werd verslagen in zijn tweede verkiezing. Max Weber kreeg zelfs geen nominatie als kandidaat voor de Democratische Partij in 1919. 

Terwijl een intellectueel en academicus impact kan oogsten met moed en duidelijkheid rendeert in de politieke praktijk eerder discretie en omfloerste taal.