vrijdag 27 oktober 2017

De plicht van een politicus



Zoals in veel domeinen gaat het ook in de politiek om het vinden van het juiste evenwicht. Het mordicus vasthouden aan principes zonder enige flexibiliteit of onbereikbare utopieën heeft geen plaats in de politiek. Het andere extreem is de particratie waarbij het uitsluitend zou gaan om partijtrouw. Zonder politici die de onafhankelijke koers van hun geweten durven volgen, kan de bevolking ook alleen maar haar vertrouwen in de integriteit van de democratie verliezen. Dergelijke onafhankelijke politici zullen zeldzaam zijn want ze verliezen typisch de steun van collega’s en gemakkelijke toegang tot financiering noodzakelijk voor hun herverkiezing. 

Dat de opvattingen van de meeste politici samenvallen met de clichés in de maatschappij is ook niet erg. Een politicus die geïsoleerd is zonder enige steun kan ook weinig impact hebben. Hij of zij is verkozen om het volk te vertegenwoordigen. Als hij of zij het dan niet doet: wie dan wel? Toch is het zo dat er altijd momenten moeten zijn waarbij een politicus niet meegaat met wat de meerderheid denkt, wat economische machtshebbers willen... Sowieso is het vaak moeilijk te weten wat de meeste kiezers denken, waarom ze dat denken en of hun opvattingen intern wel consistent zijn. Bovendien vertegenwoordigt een parlementslid in ons land niet alleen zijn partij, zijn achterban, zijn kieskring maar het gehele land. Hij moet dan ook verantwoording afleggen aan het belang van het algemeen. Uiteindelijk verkiezen mensen ook hun vertegenwoordigers opdat die hun eigen oordeelsvermogen zouden benutten. Of zoals Edmund Burke schreef in zijn brief aan de kiezers van Bristol: “Certainly, gentlemen, it ought to be the happiness and glory of a representative to live in the strictest union, the closest correspondence, and the most unreserved communication with his constituents. Their wishes ought to have great weight with him; their opinion, high respect; their business, unremitted attention. It is his duty to sacrifice his repose, his pleasures, his satisfactions, to theirs; and above all, ever, and in all cases, to prefer their interest to his own. But his unbiased opinion, his mature judgment, his enlightened conscience, he ought not to sacrifice to you, to any man, or to any set of men living. These he does not derive from your pleasure; no, nor from the law and the constitution. They are a trust from Providence, for the abuse of which he is deeply answerable. Your representative owes you, not his industry only, but his judgment; and he betrays, instead of serving you, if he sacrifices it to your opinion.
My worthy colleague says, his will ought to be subservient to yours. If that be all, the thing is innocent. If government were a matter of will upon any side, yours, without question, ought to be superior. But government and legislation are matters of reason and judgment, and not of inclination; and what sort of reason is that, in which the determination precedes the discussion; in which one set of men deliberate, and another decide; and where those who form the conclusion are perhaps three hundred miles distant from those who hear the arguments?
To deliver an opinion, is the right of all men; that of constituents is a weighty and respectable opinion, which a representative ought always to rejoice to hear; and which he ought always most seriously to consider. But authoritative instructions; mandates issued, which the member is bound blindly and implicitly to obey, to vote, and to argue for, though contrary to the clearest conviction of his judgment and conscience,--these are things utterly unknown to the laws of this land, and which arise from a fundamental mistake of the whole order and tenor of our constitution.
Parliament is not a congress of ambassadors from different and hostile interests; which interests each must maintain, as an agent and advocate, against other agents and advocates; but parliament is a deliberative assembly of one nation, with one interest, that of the whole; where, not local purposes, not local prejudices, ought to guide, but the general good, resulting from the general reason of the whole. You choose a member indeed; but when you have chosen him, he is not member of Bristol, but he is a member of parliament. If the local constituent should have an interest, or should form an hasty opinion, evidently opposite to the real good of the rest of the community, the member for that place ought to be as far, as any other, from any endeavour to give it effect. I beg pardon for saying so much on this subject. I have been unwillingly drawn into it; but I shall ever use a respectful frankness of communication with you. Your faithful friend, your devoted servant, I shall be to the end of my life: a flatterer you do not wish for.”

woensdag 27 september 2017

Ter preventie van dictators

In De Verlichting uit Evenwicht bespreek ik de wetenschappelijke literatuur inzake democratische instituties en de rechtstaat (rule of law) en de samenhang met welvaartscreatie.

Een bekende paradox is dat een staat die sterk genoeg is om eigendomsrechten af te dwingen ook machtig genoeg is om ze zelf weg te nemen. Laten we ze de Hobbes-paradox noemen. Succesvolle maatschappijen hebben instituties ontwikkeld om dictatorschap te voorkomen. Voor individuen treedt het klassieke collectieve actieprobleem op. Waarom zelf veel investeren in dergelijke preventie als de baten grotendeels voor anderen zijn die kunnen free riden. Het voorkomen van dictatorschap is dus een collectief goed. De kost per hoofd om echter collectieve actie te ondernemen stijgt typisch met het aantal betrokken personen. In kleinere groepen is dergelijke overeenstemming gemakkelijker te realiseren. Antropologen stellen dat die voorwaarden eerder voldaan zijn in gemeenschappen voor de fase van specialisatie.

In kleine groepen zijn er meer herhaalde interacties en is exclusie uit de groep een heel doeltreffende sanctie. Niet-naleving moet inderdaad meestal collectief beantwoord worden. Naleving wordt dan weer bevorderd door mechanismen als huwelijksbanden tussen participerende families en het onderhouden van gemeenschappelijke waarden (ideologie).

Een would-be dictator kan proberen dergelijk collectief initiatief te vernietigen door grootschalige confiscatie. In de 13e eeuw werd Koning John van Engeland op korte tijd tweemaal verslagen in de strijd om zijn private eigendommen in Frankrijk ("king's wars"). De Engelse onderdanen hadden daar in se niets mee te maken. Om zijn macht en vermogen weer op te bouwen ging de Koning over tot een verhoging van de belastingen op de adel. De legitimiteit daarvan werd betwist omdat er geen urgentie zoals een buitenlandse invasie in het spel was.

Ten tweede ging de Koning over tot het beschuldigen van edellieden van verraad wat hem toeliet hun eigendom aan te slaan. Wat er gebeurde was dat de adel besefte dat indien ze niet hulp schoten van de onfortuinlijke collega's hen in de toekomst hetzelfde lot beschoren kon zijn. Dit gaf dus aanleiding tot wat economen beschrijven als een collectieve actie. Eenmaal verenigd was hun macht inderdaad formidabeler dan zijn deze van de Koning. Die werd dan ook gedwongen een nieuwe overeenkomst te aanvaarden, de Magna Carta, met zijn onderdanen. Deze bepaalde dat er instemming nodig was voor het opleggen van een oorlogsbelasting en omschreef duidelijk de rechten van de adel om sneller confiscatie zoals de Koning had geprobeerd te verhinderen.

Een ander voorbeeld is natuurlijk Venetië waar de macht van de Doge steeds verder werd ingeperkt tot hij in latere periodes niets meer dan een louter ceremoneel figuur was.

In moderne tijden denken we onmiddellijk aan de meerderheidsregel als democratische regel maar lang was het erg moeilijk om precies vast te stellen of 51% van de macht aan boord was. In de strijd tussen de adel en de Koning was er bovendien steeds sprake van wisselende machtsbalans met edellieden die zich dan weer wel, dan weer niet aan de kant van de Koning schaarden. In plaats van een meerderheid was het mechanisme initieel veeleer dat van de "bijzondere meerderheid" tot zelfs unanimiteit. Dit had ook een grotere beschermende kracht tegen de verleiding van sommigen om transfers te organiseren van de rest naar hen toe. Uiteraard botst de zuivere meerderheidsregel zelf op werkbaarheidslimieten maar de "schier-meerderheid" lijdt niet aan dezelfde euvels. Waley (1988) beschrijft dat in het Middeleeuwse Italië vele raden werkten met quora van tweederde van de leden en dat vaak bijzondere meerderheden vereist waren van 3/4 of 4/5 en soms zelfs 10/11 of 16/17.

Een klassieke techniek om het gevaar op machtsgrepen door een individu te vermijden waren het beperken van de militaire macht van de heerser. Zo konden Engelse koningen in de Middeleeuwen geen beroepsleger houden. Een andere was het beperken in de tijd van de duur van het bewind. In Italiaanse stadstaten werd er vaak een "podesta" aangesteld voor een periode van zes maanden. Later zou in de VS en Israël de periode van de militaire chef ook sterk in de tijd beperkt worden. Sinds de Romeinse tijd had men geleerd heel argwanend te zijn voor oorlogshelden. De "podesta" werd zelf verboden de stad te verlaten zonder toestemming van de stadsraad.

Het mechanisme dat later hier een heel grote rol bij speelde was uiteraard de "scheiding der machten" zoals verdedigd door Montesquie en de Federalist Papers. In de Verenigde Staten vormden ondermeer ook de militia in de staten een belangrijke factor tegen concentratie van de macht.

Finer schreef in zijn The History of Government from the Earliest Times dat tot de 18de eeuw het overheidsbestel van Venetië het beste was in de wereld. Tot 600 na Christus bestond de Venetiaanse lagoon uit verschillende dorpen die al de rechtstaat hanteerden. Na hun fusie ontstond een staat die twaalf eeuwen zou bestaan, langer dan welke rechtstaat ook. Gedurende deze tijd werd Venetië nooit overwonnen, noch vond er een burgeroorlog plaats. De Venetianen hadden dus een mechanisme ontdekt dat voorkwam dat de heerser (de doge) de macht zou grijpen als een dictator. Dit bestond ten eerste uit maatregelen die voorkwamen dat er politieke partijen ontstonden. Ten tweede dat er geen excessieve middelen zouden opgebruikt worden om overheidsposities in de wacht te slepen, in het bijzonder voor de positie van de doge.

Om er voor te zorgen dat de rijke families niet beslissend zouden zijn bij de aanstelling van de doge kwam er een complex kiesmechanisme tot stand. Dertig leden van de Grote Raad werden gereduceerd door een loterij tot negen. Deze negen kozen een groep van veertig en deze veertig werden opnieuw door loterij gereduceerd tot twaalf die op hun beurt een groep van 25 kozen. Deze 25 werden gereduceerd door loterij tot egen en deze negen verkozen een groep van 45. Deze 45 werden door het lot gereduceerd tot elf en deze elf stelden een groep van 41 samen die uiteindelijk de doge kozen. Venetië was dan ook zo gerust in hun succes ter preventie van het dictatorschap dat ze er niet voor terugdeinzden om de doge te benoemen voor het leven.

Venetië was niet uniek in het wantrouwen tegenover partijen. In Engeland zou het ook tot de 18de eeuw duren vooraleer er echte partijen ontstonden. In het tot stand brengen van de Amerikaanse Grondwet werd er zwaar gedebatteerd over het bannen van partijen. Venetië kan niet anders dan een succes genoemd worden. Voor bijna 1000 jaar was het bij de rijkste landen ter wereld.

Barzel, Y., 2001, A Theory of the State: Economic Rights, Legal Rights, and the Scope of the State, Political Economy of Institutions and Decisions

Finer, S.E., 1997,  The History of Government from the Earliest Times, Oxford University Press

Waley, D. 1988, The Italian City-Republic, London: Longman

vrijdag 7 juli 2017

Trends Do. 31 Jul. 2014

DE LAATSTE DOET HET LICHT UIT

Trends/Trends,
Do. 31 Jul. 2014, Pagina 6


Na amper twee jaar houdt het Vlaams Energiebedrijf op te bestaan als onafhankelijke entiteit. Het komt terecht onder de vleugels van de investeringsmaatschappij PMV, de oplossing waarvoor PMV-voorzitter Clair Ysebaert vanaf het begin had gepleit, meldde hij twee weken geleden in Trends.
De stop-go-aanpak is symptomatisch voor de manier waarop in dit land het energiebeleid wordt gevoerd. Dat aftredend minister Johan Vande Lanotte
(sp.a) een fonds wil oprichten waarin de openstaande schuld voor de kosten van de groenestroomsubsidies wordt ondergebracht, is daar een ander staaltje van. Nochtans waren het socialistische ministers die jarenlang de subsidiekraan openhielden. Ook de zinloze btw-verlaging op elektriciteit van 21 naar 6 procent wordt na 2015 wellicht weer opgedoekt.
Intussen laat energieproducent Electrabel weten dat de hoge nucleaire taks de levensvatbaarheid van zijn operationele activiteiten in België in gevaar brengt. Een weinig opbeurend vooruitzicht: het uitvallen van twee kernreactoren leidt nu al tot grote kopzorgen bij de hoogspanningsnetbeheerder Elia om de bevoorrading te verzekeren,
temeer omdat onze huidige productiecapaciteit vooral bestaat uit oudere centrales. Nochtans kon je bij de liberalisering van de energiesector, inmiddels veertien jaar geleden, al voorspellen dat een dominante partij, die nog altijd 70
procent van de productie heeft, weinig gemotiveerd is om zijn productiepark te vernieuwen.
Elia verzamelde dit voorjaar een aantal stakeholders, die een oproep deden voor een energiepact. Het enige voordeel van de huidige malaise is dat de volgende regeringen, regionaal en federaal, niets anders kunnen dan daar ernstig werk van te maken. Het alternatief is eraan wennen dat we af en toe een winteravond zonder stroom moeten doorbrengen.
LUC HUYSMANS ■

maandag 26 juni 2017

Het rotte systeem


Op 24-6-2017 lezen we in de Morgen (Het systeem maakt de schurk, niet de verdorven moraal van een paar 'rotte appels') dit: "Alleen in Brussel-stad is de macht opgeknipt over 1.400 mandaten in tal van overheidsstructuurtjes. Dat is een conservatieve, voorlopige schatting. Het geld is mooi meegenomen, maar de essentie is die van een macht zonder tegenmacht. Als er oppositie is, houdt die zich koest (op de in Brussel vrij kleine partijen N-VA en Groen na): elke partij weet dat zij er volgende keer wel bij kan zijn. Het is de fundamentele reden waarom de even logische als noodzakelijk sanering van hoofdstedelijke instellingen er maar niet komt – ook nu nog niet, na alle schandalen. Geen enkele grote machtspartij durft de gok te wagen van de vereenvoudiging. Omdat ze dan riskeert na een stembusgang ineens overal van de macht verdreven te worden. Zo worden belangen wederzijds afgedekt."

..." de politieke bazen creëren voor zichzelf in hun vzw’s een ‘bureau’, dagelijks bestuur of directiecomité, waar ze alle macht concentreren. Ook de macht om te beslissen dat tegenover zulke immense verantwoordelijkheid ook een prettige vergoeding mag staan. De democratische controle is veraf. Dat is exact de bedoeling."

"Telkens gaat het om het creëren van structuren en regels die het mogelijk maken om macht en/of belastinggeld af te wenden naar de eigen partij of de eigen portefeuille. "

"Ook politieke verslaggeving maakt deel uit van het systeem. Systeemjournalistiek levert gezag op. En het levert ‘exclusieve’ scoops op, vaak in ruil voor een mild interview. Ik schreef het al eerder en ik herhaal het: verslaggevers en politici zitten in dit land te dicht op elkaar, onder dezelfde stolp. Het heeft een deel van mijn generatie politieke verslaggevers bijziend gemaakt. Te veel aandacht gaat naar het spel, te weinig naar de knikkers. "

Omdat de geschiedenis toelaat om het heden op een andere manier te bekijken, dit stukje uit McCulloughs boek over Theodore Roosevelt:

Roosevelt en het rotte systeem

Theodore Roosevelt riep op 29 maart 1881 op tot de "impeachment" van State Supreme Court rechter T.R. Westbrook die samenspande met crony capitalist J. Gould. Net zoals de schandalen vandaag in Brussel rond PS-figuren en vzw's feitelijk reeds lang bekend waren (of althans voldoende verdacht en met een beetje graven bekend hadden kunnen zijn), ging het hier ook over zaken die gemeengoed waren. Desondanks werd er jarenlang niets tegen gedaan. Het gebrek aan (politieke en journalistieke) moed is dan ook geen nieuw fenomeen.

Gould controleerde 10% van de spoorwegen, bezat Associated Press en de New York krant "World". Ondanks zijn corrupte praktijken welbekend waren, gingen vele zakenlui met hem in zee als het in hun voordeel was. Toen hij Western Union Telegraph kocht, had hij geen problemen om John Jacob Astor en J. Piermont Morgan als bestuurder aan te trekken. Roosevelt (23 jaar!) kwam te weten dat sommige advocaten aangewezen als curator voor insolvabele verzekeringsmaatschappijen exorbitante vergoedingen incasseerden met goedkeuring van de rechtbank. Al deze zaken bleken toegestaan door dezelfde rechter, T.R. Westbrook. De rechter bleek een pion van Gould. In een brief die later opdook, verklaarde Westbrook aan Gould dat hij "was willing to go to the very verge of judicial discretion" om Goulds belangen te bevorderen.

Gould besefte het groot potentieel van cargovervoer via spoor voor New York en volgde zijn gebruikelijke strategie. Die bestond erin de huidige eigenaars van Manhattan Elevated te bedreigen en de aandelenkoers ervan te doen kelderen om dan zelf te beginnen kopen. Dan verklaarde Westbrook het bedrijf failliet en wees twee medewerkers van Gould aan als curator. Eenmaal Gould de meerderheid had opgekocht, draaide Westbrook zijn vonnis om en verklaarde het bedrijf solvabel. Toen Gould pas startte als zakenman was zijn persoonlijke advocaat niemand anders dan... T.R. Westbrook.

Toen Roosevelt zijn tanden in de zaak zette, werd hij onmiddellijk gewaarschuwd en zijn vraag voor onderzoek voor de parlementaire commissie werd onmiddellijk op de Griekse kalenden geplaatst door parlementaire manoeuvres. Een oude "vriend" contacteerde hem met de mededeling dat zijn pose als hervormer wel leuk genoeg was geweest en om nu de zaak opnieuw over te laten aan "de juiste mensen". Roosevelt zag voor het eerst hoe oplichters, rechters, advocaten en politici elkaar verrijkten. Toen Roosevelt zijn aanklacht had geformuleerd in het parlement klonk er geen applaus maar een stilte van verstomming. Later publiceerde "the Judiciary Committee" een rapport dat de zaak in de doofpot wilde stoppen. Drie van de leden kregen smeergeld van $2500 elks toegestopt. De druk op individuele parlementsleden was groot en het doofpotrapport werd aangenomen. Theodore Roosevelt had met eigen ogen ervaren hoe de politiek functioneerde.
 
Als er toen iemand tegen Roosevelt had geopperd dat het geen zaak van verdorven moraal was, had hij hem wellicht aangepakt zoals de beren waarop hij wel eens jaagde. Uiteraard moet het verrot systeem aangepakt, maar de kracht om dat te doen, put men juist uit de moraal. Het is het morele relativisme dat aantoont hoe verrot het systeem wel niet is.


D. McCullough, Mornings on Horseback: The Story of an Extraordinary Family, a Vanished Way of Life and the Unique Child Who Became Theodore Roosevelt, 1982

B. Eeckhout, Het systeem maakt de schurk, niet de verdorven moraal van een paar 'rotte appels'
https://www.demorgen.be/politiek/het-systeem-maakt-de-schurk-niet-de-verdorven-moraal-van-een-paar-rotte-appels-b9db45d3/

zondag 21 mei 2017

Wanneer buitenlandse interventie wel en wanneer niet?

In 1859 schreef econoom-filosoof John Stuart Mill "A few words on non-intervention" als poging om de "ware principes van internationale moraliteit" te schetsen. Heel verhelderend wordt het wanneer Mill de motivatie van soevereine naties om buitenlands te interveniëren onderzoekt.

Het kan volgens hem overwogen worden om te interveniëren om vrijheid te ondersteunen, maar hij maakte een strikt onderscheid tussen steun van "interne vrijheid" en om vrije naties te verdedigen tegen een aanval door een despotische natie. Het eerste beschreef hij als "unwise": "If they have not sufficient love of liberty to be able to wrest it from merely domestic oppressors, the liberty which is bestowed upon them by other hands than their own, will have nothing real, nothing permanent".

Mill zou erg sceptisch en terughoudend zijn tegenover vele Amerikaanse retoriek om "democratie te exporteren" door elders een tiran te verwijderen. Hij beschouwde de zaak echter anders als een vrij land militair werd bedreigd door een ander land. "This meant that intervention to enforce non-intervention is always rightful, always moral, if not always prudent." Hij oordeelde dat helaas niet alle landen rijp waren voor vrijheid en dat in dat geval de chaos van een interventie meer menselijk lijden kon veroorzaken dan iets goeds brengen. "Liberty, as a principle, has no application to any state of things anterior to the time when mankind have become capable of being improved by free and equal discussion. Until then, there is nothing for them but implicit obedience to an Akbar or a Charlemagne, if they are so fortunate as to find one."

Uitgebreid citaat:
With  respect  to  the  question, whether one  country  is  justified  in helping  the  people of another in  a struggle  against  their government for  free institutions, the answer will  be  different,  according  as  the yoke which  the people are  attempting to throw  off  is  that of  a purely  native government,  or of  foreigners;  considering as  one  of  foreigners, every government which maintains itself  by  foreign  support. When  the contest  is  only  with native rulers,  and with  such  native  strength as those  rulers  can  enlist  in their defence, the answer  I  should give  to  the question  of the legitimacy  of intervention  is, as  a  general rule, No. The reason is, that  there can seldom  be  anything approaching  to  assurance that intervention,  even if  successful,  would be  for the good of  the people  themselves. The only  test possessing any  real value,  of  a people's having  become  fit for popular institutions, is that  they,  or  a sufficient portion of  them  to prevail in the contest,  are willing to  brave labour  and  danger  for  their liberation.  I know  all that  may  be said. I know it may  be urged that the virtues of  freemen  cannot be learned in the school  of  slavery,  and  that  if  a  people are  not fit for  freedom,  to have any  chance  of  becoming  so  they  must first be  free. And this would  be  conclusive, if the  intervention recommended would  really give them  freedom. But the evil  is,  that  if  they  have  not  sufficient  love of  liberty  to be  able  to wrest it  from  merely  domestic  oppressors,  the liberty  which  is  bestowed  on  them  by  other hands than  their own, will have nothing real, nothing  permanent. No people ever was  and remained free,  but because it  was determined to  be so; because  neither its  rulers nor any  other party  in the nation could compel it to be otherwise. If  a  people - especially  one who  freedom  has not  yet become  prescriptive - does not  value  it  sufficiently  to  fight for  it,  and maintain  it  against any  force  which can be  mustered within  the country, even  by  those who have  the  command of  the public  revenue, it  is only  a  question  of  how  few years or  months  that  people  will  be enslaved.





donderdag 9 februari 2017

Trump en Hitler

Plotsklaps duiken overal vergelijkingen van de 45e president van de Verenigde Staten met Adolf Hitler op. Vaak worden de stukken waarin dat gebeurt, geschreven door mensen die wel wat geschiedenis achter de kiezen hebben. Het doet je de vraag stellen wat hen ertoe drijft om op dit moment zulke groteske vergelijkingen te maken.

Is het geen intellectuele luiheid om direct te grijpen naar Hitler als voorbeeld van ultieme kwaad terwijl zoveel andere historische figuren en episodes ons misschien veel meer verheldering kunnen brengen vandaag? 

Het past in de stortvloed van verontrustende analyses die vooral moeten tonen dat de auteur ervan Trump verafschuwt. Kan belangrijk zijn voor het zelfbeeld van zo’n expert, maar wat heeft de lezer daaraan? We hebben geen ‘virtue signaling’ nodig, wel nuchtere analyses.

De lezer laten kennismaken met de wetenchappelijke literatuur die politici scoort op een as van minder tot meer autoritair, kan wellicht echt iets pertinents bijdragen. Om dan ineens uit te komen bij Hitler, trekt veel aandacht maar is daarom niet onderbouwd. Die vergelijking wordt vaak gemaakt om bewust een straf statement te maken maar haalt vaak nuchterheid uit de discussie en analyse. Zeker vergelijkingen met Hitler werken bewustzijnsvernauwend en net historische analyse kan die vermijden door veel meer vergelijkingspunten te zoeken in het verleden.

De hele opvolging van Amerikaanse presidenten nodigt uit om bijvoorbeeld in te zoomen op bekende voorbeelden van autoritair gedrag. De tweede Amerikaanse president, John Adams, vaardigde bijvoorbeeld decreten af die hem toelieten (Britse) vreemdelingen het land uit te zetten. Abraham Lincoln schorste de habeas corpus om individuen onbeperkt op te sluiten. Franklin Roosevelt beval duizenden Japanse Amerikanen op te sluiten en onder Bush en Obama kregen de veiligheidsdiensten veel bevoegdheden om communicatie af te luisteren.

Trump maakt inderdaad gebruik van propaganda, maar dat is geen unicum in de geschiedenis. Ook zijn stelling ‘The establishment protected itself, but not the citizens of our country.’ is te veel voorgekomen om er enkel Hitler als voorbeeld bij te nemen.

Als je naar de Nederlandse verkiezingen kijkt, dan zie je dat Trump ook daar een verkiezingsthema is geworden. Een politicus die een strenger immigratiebeleid voorstelt, wordt onmiddellijk op een hoopje gegooid met Trump en Hitler. Dat helpt zeker niet om een nuchtere discussie over zo een belangrijk onderwerp te voeren. Het risico is dat een thema als integratie dan in de taboesfeer belandt en we een non-beleid krijgen en we hebben in eigen land gezien waar dat ons toe brengt. Trump is een soort totem waar rivaliserende partijen op links op dit moment tegenaan wrijven om vooral stemmen bij elkaar weg te halen. Staalharde kritiek op Trump is gezien de machtsconcentratie meer dan ooit nodig. Het demoniseren van kiezers van Trump kan echter leiden tot meer polarisatie en moeilijker maken om kloof te overbruggen.

Een analyse zoals deze in The Economist over de context van de problematische en vroegtijdig afgebroken ambtstermijn van Richard Nixon toont het potentieel van dergelijke oefening. Nixon "rallying a “silent majority” of Americans who felt ignored and disdained by bossy, self-dealing elites" klinkt in elk geval erg herkenbaar. Het toont het gevaar van de concentratie van macht in de handen van een persoon met een "gebroken moreel kompas". Heel de geschiedenis van het Amerikaans presidentschap en van de politiek breder bekeken, leert uiteraard ook dat "fake news" van alle tijden is.

In de Verenigde Staten zijn al wel wat diepgaande analyse verschenen over parallellen tussen president Trump en Andrew Jackson die in 1828 de overwinning behaalde tegenover de zesde president Quincy Adams. Sindsdien spreekt men over dat moment als de geboorte van het Amerikaanse populisme, ook omdat de verkiezingscampagne extreem bruut en polariserend was. Opvallend is dat verschillende mensen uit de omgeving van Trump zelf proberen te suggereren dat Trump een hedendaagse Jackson is. Het is uit de botsing van ideeën tussen analisten dat we inderdaad erin slagen om lessen te trekken uit de geschiedenis om het heden beter te begrijpen. Het is zeker niet duidelijk dat een vergelijking met Hitler hetzelfde licht doet schijnen op dit moment.

Het te lichtzinnig maken van vergelijkingen met de jaren 30 en a fortiori met Hitler maakt misschien ook dat we het opstaan van een "echte" Hitler niet meer op een geloofwaardige manier zouden detecteren. Waakzaamheid is altijd geboden. Democratie moet onderhouden worden. Er zijn nog steeds check & balances aanwezig maar ongetwijfeld minder sterk dan we zouden willen.

woensdag 18 januari 2017

Jefferson



1. Antwoord dat Madison schreef op Jefferson toen hij wereldvreemde politieke ideeën ventileerde:

Our hemisphere must still be more enlightend before many of the sublime truths which are seen through the medium of philosophy, become visible to the naked eye of the ordinary politician

2. Jefferson over de publieke opinie en de pers:

The basis of our governments being the opinion of the people, the very first object should be to keep that right; and were it left to me to decide whether we should have a government without newspapers or newspapers without a government, I should not hesitate a moment to prefer the latter. But I should mean that every man should receive those papers & be capable of reading them. 

I am convinced that those societies (as the Indians) which live without government enjoy in their general mass an infinitely greater degree of happiness than those who live under European governments. Among the former, public opinion is in the place of law, and restrains morals as powerfully as laws ever did any where. Among the latter, under pretence of governing they have divided their nations into two classes, wolves and sheep. I do not exaggerate. This is a true picture of Europe. Cherish therefore the spirit of our people, and keep alive their attention. Do not be too severe upon their errors, but reclaim them by enlightening them. If once they become inattentive to the public affairs, you and I, and Congress, and Assemblies, judges and governors shall all become wolves. It seems to be the law of our general nature, in spite of individual exceptions; and experience declares that man is the only animal which devours his own kind, for I can apply no milder term to the governments of Europe, and to the general prey of the rich on the poor.

Plumer over Jefferson: "I did think he had great talents, wisdom and a portion of those virtues that render a man amiable and useful; but craft and cunning are as distinct from wisdom as meanness is from economies, or his views from true greatness."

Jefferson over de pers: "During this course of administration, and in order to disturb it, the artillery of the press has been leveled against us, charged with whatsoever its licentiousness could devise or dare. These abuses of an institution so important to freedom and science are deeply to be regretted, inasmuch as they tend to lessen its usefulness and to sap its safety. They might, indeed, have been corrected by the wholesome punishments reserved to and provided by the laws of the several States against falsehood and defamation, but public duties more urgent press on the time of public servants, and the offenders have therefore been left to find their punishment in the public indignation."



Franklin on Adams: always An honest man, often a great one but sometimes absolutely mad


I must study politics and war that my sons may have liberty to study mathematics and philosophy. My sons ought to study mathematics and philosophy, geography, natural history, naval architecture, navigation, commerce, and agriculture, in order to give their children a right to study painting, poetry, music, architecture, statuary, tapestry, and porcelain.John Adams (1735 - 1826 


May none but honest and wise men ever rule under this roof." -- John Adams, Second President of the United States, Letter to Abigail


"Collecting all authority into one center, that of the nation." Nonsense. The whole people were incapable of deciding much of anything, even on the small scale of a village. If all power were to be vested in a single legislature. "What was there to restrain it from making tyrannical laws, in order to execute them in a tyrannical manner?"

To Adams nothing had changed about human nature since the time of the ancients. Inequities within society were inevitable, no matter the political order. Human beings were capable of great good, but also great evil. None could be elevated above others without risk of danger.

Even in America where there was " a moral and political equality of rights and duties" there were nonetheless inequalities of wealth. There was inevitably a "natural aristocracy among mankind". These were the people who had the capacity to acquire wealth and make use of political power, and for all they contributed to society, they could thus become the most dangerous element in society, unless they and their interests were consigned to one branch of legislature, the Senate and given no executive power."


Reason is the guide of life, the senses, the imagination and affections are the springs of activity. Reason holds the helm, but passions are the gales.