dinsdag 19 maart 2019

groen geld



Groen geld
We zien nu overal ballonnetjes over het drukken van geld als deus ex machina. Uiteraard vinden bewonderaars het sterk als Anuna de Wever de slogan “Mocht het klimaat een bank zijn, het klimaatprobleem was al lang opgelost." ook in België introduceert. De centrale banken injecteerden echter tijdelijk liquiditeit (tegen onderpand) voor de bankenreddingen en in de VS wordt dat ondertussen ook al sterk afgebouwd wegens gevaar van zeepbellen gecreëerd door die monetaire omgeving. Voor de klimaatproblematiek moeten we echter vele decennia lang zwaar investeren in nieuwe technologie. Kort gezegd: dat is een kapitaalkwestie die langetermijninvesteringen vergt, geen korte termijn geldinjecties die tijdig moeten afgebouwd worden. De geschiedenis zit vol met monetaire experimenten die in Latijns Amerika maar ook dichterbij huis verkeerd afliepen. Dat wijst alleen maar op de plicht om de kreten van verontwaardiging te harte te nemen maar dan wel met doordachte en verantwoordelijke antwoorden te komen.
QE
Een belangrijk element is dat de ECB sinds 2015 voor 2.600 miljard euro aan ‘nieuw geld’ gecreëerd heeft sinds 2015 in het kader van zijn quantitative easing-programma. Critici stellen dat al dat geld is gegaan naar de financiële instellingen die er bijzonder weinig mee gedaan hebben. De vraag die dan opkomt is waarom dat dit niet zou lukken voor investeringen in uitdagingen zoals de klimaatopwarming. Hierbij zijn een aantal losse eindjes die een bespreking vergen. De eerste vraag is of het QE programma dan wel zo goed gewerkt heeft dat het ook elders toegepast navolging verdient? Voorstanders van QE zeggen dat zonder het programma deflatie dreigde. Dit vergt een analyse wat er gebeurd was zonder QE wat de vraag is naar de zogenaamde ‘counterfactual’. Daarvoor hanteren onderzoekers allerlei modellen waarvan eerlijk moet toegegeven worden dat die belangrijke tekortkomingen hebben. De initiële ingrepen na de crisis worden door meer economen als succesvol gezien dan wat volgde. De economen die dat ook vinden over het verlengen van het programma met ultralage rente tot vandaag zijn immers al veel minder talrijk. Feitelijk kan je daar in zekere mate de monetaire beleidsmakers zelf ook onder rekenen: ook al zullen ze het zelden toegeven. Al jaren herhalen centrale bankiers bijvoorbeeld de mantra dat politici dringend moeten hervormen en de overheidsschuld dienen te reduceren waar kan. Ze weten evengoed dat net het soepele monetaire beleid één van de belangrijke redenen is waarom politici er niet toe komen om dat te doen. Dat is wat we het “moral hazard” risico noemen. Onder ECB voorzitter Mario Draghi is de beleidsrente nooit verhoogd! Als de monetaire kraan opengedraaid wordt voor het klimaatprobleem, waarom dan niet voor alle andere noden in de samenleving?
Vlag versus lading
Zoals in de discussie rond het basisinkomen dekt de vlag “geld bijdrukken” ondertussen wel vele ladingen. Deze kunnen ondertussen beter gevat worden onder de noemer “financiële markten mobiliseren voor ecologie”. Er zijn de voorstellen dat centrale banken activa aankopen als onderdeel van hun mandaat en daarin ecologisch selectief zijn. De waarheid is dat dit voor een stuk al gebeurt. Draghi merkte recent op dat de ECB ook “groene obligaties” koopt maar niet in grotere mate dan hun aandeel in relevante indexkorven. Er zijn ook publieke investeringsmechanismen, zoals de Europese Investeringsbank, die aangewend kunnen worden. Sinds 2015 koopt de ECB niet alleen overheidsobligaties van financiële instellingen maar ook bedrijfsobligaties. Een courant bediscuteerde piste is dat de Europese Investeringsbank groene investeringen financiert en een belangrijk deel van de obligaties daarbij laat opkopen door de ECB. Relevante vragen zijn in welke mate de Investeringsbank de competenties heeft om de juiste investeringen te selecteren en er dus maatschappelijke waarde wordt gecreëerd in plaats van bubbles geblazen. Finaal ligt de schaarste bij goede projecten en technologie. De andere vraag is of de ECB hiermee het beleid van gezond geld opoffert. Volgens sommigen is dat in orde zolang dat hierdoor de inflatie niet boven de 2% stijgt. Het is een terechte zorg dat de klimaatdiscussie ondertussen wordt gevoerd met zo’n morele ondertoon dat de ECB nog meer terughoudend zal zijn om dat te doen dan ze nu al is om het beleid te normaliseren.
Pandora
Ondertussen worden alternatieve economische theorieën van onder het stof gehaald. Zo is er de zogenaamde “moderne monetaire theorie (MMT)” die een combinatie maakt van een aantal doctrines om tot een heel andere monetaire beleidsmix te komen. Het favoriete uitgangspunt daarbij is dat een overheid die in eigen munt leent, nooit failliet kan gaan. Belastingsinkomsten zijn overbodig om overheidsuitgaven te financieren want dat kan gebeuren door geldcreatie: al een grotere sprong. Dat je toch belastingen gebruikt dient in die lezing alleen om de inflatie te controleren. Ze erkennen dat renteverlagingen zeepbellen kunnen creëren in private schuld. Renteverhogingen kunnen wel inflatie afremmen maar creëren dan weer ongewenste werkloosheid. Volgens de MMT-adepten lost het financieren van overheidsuitgaven door de centrale bank dit allemaal op. Het zorgwekkende is dat velen niet lijken te beseffen dat de huidige economische omgeving met een quasi nulrente als een economisch ‘speciaal geval’ (de zogenaamde “zerobound”) dient bekeken te worden. Hoe gaan we publiek en politici binnen enkele jaren overtuigen dat de beleidsopties in normale omstandigheden elders gezocht dienen te worden? De doos van pandora openen, is niet zonder risico.
Doordacht
In deze tijd van opgezweept klimaatdebat kunnen we zeker toepasbare voorstellen gebruiken. Het is niet zo dat er geen grote vooruitgang gerapporteerd kan worden. Integendeel. Zoals Steven Pinker en anderen aantonen zijn er overal ter wereld in de laatste decennia grote winsten geboekt in de strijd tegen armoede, criminaliteit, kindersterfte, onderontwikkeling, chronische aandoeningen, vervuiling enzovoort. Natuurlijk moeten we ook inzake milieu de lat nog hoger leggen. Best wel op een doordachte wijze. Voor private investeerders zijn groene investeringsvehikels legio. Er zijn mogelijkheden om investeerders en investeringsfondsen algemeen richting duurzaamheid te overtuigen.
Waar is ondertussen het besef dat de financiële crisis een ontsporing was te wijten aan te weinig prudentie of risicobewustzijn? Volgens de Bank voor Internationale Betalingen leidt het globale financiële systeem aan ‘excess elasticity’: het is niet in staat de kredietcreatie af te remmen vóór er zich onevenwichten en speculatieve bubbels ontwikkelen. Monetaire beleidsmakers beseffen dat de ECB ondertussen de kans gemist heeft om de rente te normaliseren in deze economische cyclus. Dit is allesbehalve onschuldig.
Ivan Van de Cloot
Hoofdeconoom Itinera Institute en executive professor Antwerp Management School


zaterdag 16 februari 2019

Hoeveelheden versus prijzen


Om het klimaatprobleem op een systemische wijze aan te pakken is een beprijzing van de CO2-uitstoot cruciaal. Dit kan via een CO2 taks of via emissiehandel. Het eerste is veel krachtiger, maar er werd gekozen voor het tweede. Omdat het politiek beter uitkomt. In een theoretisch vacuüm van perfecte informatie zijn de twee equivalent. Met al haar kennis zou de overheid de koolstofprijs kunnen vastleggen of de hoeveelheid geproduceerde CO2 bepalen en toestaan dat deze verhandeld wordt om zo tot een prijs te komen. Waarom we echter markten nodig hebben is omdat we niet over perfecte informatie beschikken.
Wat gebeurt er in de realiteit als we de verkeerde inschatting hebben gemaakt bij het opstellen van de prijs die we bijvoorbeeld zouden koppelen aan de lozing van kwik in een rivier door een fabriek? Kwik is gift en zelfs een kleine hoeveelheid vervuiling zou ernstige gevolgen hebben. Daarom is het belangrijker dat we de hoeveelheid direct reguleren eerder dan de prijs. Het proberen via een heffing zou desastreus kunnen zijn.
Inzake klimaatverandering liggen de zaken anders omdat een beperkte hoeveelheid CO2 meer of minder geen groot verschil maakt. Stel dat we gebruik maken van emissiehandel en dus de hoeveelheden reguleren. Als we de kost onderschat hebben van het reduceren van emissies, kan dit extra ontwrichtend zijn met weinig extra baten. Daarom is het beter via prijsregulering te werken en dus rechtstreeks op de prijs te werken, eerder dan de hoeveelheden.  

Weitzman, Martin L. (1974) “Prices vs. quantities.” Review of Economic Studies, 41: 477-491.  

Hepburn, Cameron (2006) “Regulation by prices, quantities, or both: A review of instrument choiceOxford Journal of Economic Policy, 22(2): 226-247. 

maandag 24 december 2018

Migratie en integratie: tijd voor rationale analyse?


2018 was een jaar waar hectoliters inkt gevloeid hebben over het migratiethema. Een rationale benadering van het onderwerp kwam echter zelden aan bod. Meestal wordt de discussie in de eerste plaats gevoerd om de eigen identiteit te signaleren. Het gaat er vooral over te demonstreren hoe ‘ruimdenkend’ of ‘progressief’ men wel is. Ook aan de andere kant van het spectrum gaat het er vooral om zichzelf in het uitstalruim te zetten. Het heeft veel weg van een wapenwedloop die gevoerd wordt ten dienste van het cultiveren binnen de eigen groep van het eigen grote gelijk maar zet vooral heel weinig zoden aan de dijk. 

Vertrouwen

Vertrouwen is cruciaal voor het maatschappelijk functioneren. Dit blijkt ook erg diepe wortels te kennen zoals blijkt uit onderzoeken in Afrika. Een studie maakt zo gebruik van de nauwkeurige reconstructie van de Afrikaanse geschiedenis die historici de afgelopen decennia hebben gemaakt, en waarbij ze meer dan tachtig gewelddadige conflicten tussen groepen hebben vastgesteld die vóór 1600 plaatsvonden. De onderzoekers kregen het idee om al deze conflicten te coderen volgens hun ruimtelijke coördinaten en te kijken of ze samenhingen met moderne conflicten. De correlatie bleek opmerkelijk groot: het geweld van meer dan vierhonderd jaar geleden bleek verontrustend persistent (1). Welk mechanisme had ervoor gezorgd dat het geweld bleef voortduren? De onderzoekers suggereren dat dit het gebrek aan vertrouwen is, gecreëerd door geweld dat decennia lang blijft nagalmen. Non-coöperatie kan worden versterkt door zijn eigen morele erecode: de vendetta waarbij kwaad met kwaad wordt vergolden. Vendetta’s zijn een normaal aspect van samenlevingen die op clans zijn gebaseerd. Historisch gezien vormden clans de meest algemene basis van de sociale organisatie, en in veel arme landen is dat nog steeds zo.
Een groep onderzoekers zette een experiment op waarbij studenten aan universiteiten in zestien landen hetzelfde spel onder standaard laboratoriumomstandigheden speelden. Er werd met name onderzocht of de verschillen in gedrag een systematisch verband lieten zien met meetbare eigenschappen van de landen waarin de studenten woonden. De verschillen in gedrag bleken rechtstreeks gerelateerd aan verschillen in sociaal kapitaal, met andere woorden aan vertrouwen. Maar die verschillen konden op hun beurt gerelateerd worden aan verschillen in rechtssysteem. In landen met een zwak rechtssysteem waren de mensen opportunistisch en dus wantrouwig, en geneigd tot een vorm van valsspelen. Onderzoekers vermoeden dat deze verschillen in rechtssysteem verder terug te herleiden zijn tot het verschil in een moraal die gebaseerd is op loyaliteit aan de eer van de clan, en een moraal die gebaseerd is op het verlichtingsideaal van goed burgerschap. Valsspelers zouden volgens de normen van de Verlichting een slecht geweten moeten hebben, maar volgens de normen voor loyaliteit jegens de clan gedragen zij zich moreel goed.

Medeburgerschap

Hoe verhoudt dat zich tot migratie? Migranten brengen niet alleen het menselijke kapitaal mee dat hun eigen samenleving heeft voortgebracht; ze brengen ook de morele codes van hun eigen samenleving mee. Geert Hofstede heeft geprobeerd om allerlei culturele verschillen tussen landen systematisch te meten (2). Zijn metingen vertonen correlatie met redelijk nauwkeurig gemeten verschillen in waarneembaar gedrag zoals het aantal moorden. Er zijn dus grote culturele verschillen die een correlatie vertonen met belangrijke aspecten van sociaal gedrag, en migranten brengen hun eigen cultuur mee. In alle samenlevingen tonen mensen samenhorigheid voor hun familie en meestal ook voor hun plaatselijke gemeenschap, maar het opvallende kenmerk van hoge-inkomenslanden is dat het gevoel van samenhorigheid een veel grotere groep mensen omvat, namelijk de medeburgers. De Fransen zijn bijvoorbeeld meer bereid om met elkaar samen te werken en geld te betalen voor andere burgers dan Nigerianen, en dat houdt allerlei instituties en normen in stand die ervoor zorgden dat Frankrijk veel rijker is geworden dan Nigeria en een grotere gelijkheid kent. Frankrijk heeft geprofiteerd van een reeks intellectuele revoluties die geleidelijk de manier waarop mensen elkaar beschouwen, hebben veranderd. Het effect van immigratie hangt dus voor een deel af van de schaal ervan en voor een deel van de snelheid waarmee immigranten zich aanpassen aan de normen voor onderling vertrouwen van de gastsamenleving (3). 

Absorptiecapaciteit

Een rationele analyse die het etaleren van de eigen morele positie overstijgt, buigt zich enerzijds over de centrale vraag inzake migratiebeleid: hoe reguleren we de immigratie zodat deze best aansluit bij de absorptiecapaciteit van de maatschappij. De herkomst van migranten speelt hierbij een belangrijke rol. Als migranten vooral maatschappijen ontvluchten die gekenmerkt worden door falende sociale modellen, dan is er een reëel risico dat migranten niet de falende sociale modellen van de eigen samenleving loslaten en die van de ontvangende samenleving overnemen, maar juist vasthouden aan de eigen, falende, sociale modellen, en hiermee de ontvangende samenleving beïnvloeden waardoor de sociale modellen ook daar aangetast worden. Dit risico wordt groter naarmate de groep migranten die naar een bepaald land migreert groter is. 

Terwijl slordige analyses weinig onderscheid maken tussen de natie en de staat is dat erg pertinent om van gunstige integratiekansen te kunnen spreken. Cruciaal voor de Europese welvaartstaten is de mate dat migranten daaraan zullen bijdragen. Onderzoekers hebben gekeken naar de mate waarin Spaanstalige immigranten naar Amerika bereid waren om coöperatief bij te dragen aan openbare voorzieningen. Hier werden reële buurtvoorzieningen in het onderzoek opgenomen, zoals de plaatselijke gezondheidszorg en lokale onderwijsvoorzieningen. De onderzoekers vonden sterke aanwijzingen dat de manier waarop migranten zichzelf zien van invloed is op hun bereidheid tot coöperatie en het bijdragen aan openbare voorzieningen. 

Identiteit

Naarmate migranten zich zelf meer als latino dan als Amerikaan beschouwden, hielden ze zich meer afzijdig. Een praktische conclusie van het onderzoek was dat de beheersing van het Engels van belang was: als thuis Engels gesproken werd, was het gevoel Amerikaan te zijn sterker. In Amerika nemen immigranten de Amerikaanse identiteit gemakkelijker over dan in Europa waar de weerstand om de nationale identiteit aan te nemen juist groter schijnt te worden. Er zijn daarbij dus twee factoren die niet bemoedigend zijn. Ten eerste is Amerika succesvoller geweest in het laten integreren van immigranten dan Europa.  Ten tweede zijn de recente immigranten in Amerika hoofdzakelijk Spaanstalig, zoals in het besproken onderzoek. Diversiteit hangt niet alleen af van aantallen, maar ook van culturele afstand tussen immigranten en autochtone bevolking. De cultuurkloof tussen latino’s en andere Amerikanen is hoogstwaarschijnlijk kleiner dan die tussen immigranten naar Europa uit arme landen en autochtone Europeanen.

Oordelen over culturele verschillen zijn zeker niet uitsluitend een vooroordeel. Uit onderzoek waarbij de culturele afstand gemeten wordt door middel van een stamboom van talen, blijkt hoe relevant het wel is. Met als meest opvallende bevinding dat hoe groter de afstand tussen de talen, des te groter de kans op geweld tussen de groepen (4). Als in de samenlevingen waar geweld tussen groepen niet ondenkbaar is, een afstand tussen de gesproken talen dat geweld doet toenemen, suggereren de onderzoekers dat de afstand tussen talen ook model kan staan voor de meer algemene problemen bij het ontwikkelen van wederzijdse betrokkenheid.
Niet alle landen slagen er even goed in om immigranten en hun kinderen de normen van hun nieuwe gemeenschap over te laten nemen. Kinderen die in Amerika opgroeien, nemen bijna onvermijdelijk de Amerikaanse waarden over. Dat geldt allerminst voor Europa. Integendeel, er komen steeds meer aanwijzingen dat het omgekeerde aan de hand is: de kinderen van immigranten hebben meer weerstand om de nationale cultuur over te nemen dan hun ouders.

(1)   Timothy Besley en Marta Reynal-Querol (2012), The Legacy of Historical Conflict: Evidence from Africa,  American Political Science Association  108(02) http://eprints.lse.ac.uk/57125/1/Besley_Legacy%20of%20historical%20conflict_2016.pdf
(            2)  Hofstede, G. & Hofstede, G.J., 2010. National Culture Dimensions. http://geert-hofstede.com/national-culture.html
(3)   Paul Collier, 2013, Exodus, Spectrum
(4)   Montalvo and Reynal-Querol (2005), Ethnic polarization, potential conflict and civil war, American Economic Review http://www.econ.upf.edu/~reynal/aer_final_conflict.pdf