maandag 27 mei 2019

Worden we wakker?


Worden we wakker?

De kiezer heeft gesproken. En wie de democratie ernstig neemt, zou nu eindelijk wakker moeten geworden zijn. De voorbije maanden was er veel te doen over klimaatjongeren die op straat betoogden. 
Sommige partijen probeerden daarop meer in te spelen dan anderen maar nogal eens te vol van zichzelf en niet enkel gebaseerd op wetenschap en feiten zoals nogal eens gesteld. Terwijl zoveel afhangt van realiteitszin. Burgeractivisten kunnen in ons land inderdaad hun recht gebruiken om hun zorgen kenbaar te maken. Er zijn er die betogen omdat ze vrezen voor het einde van de wereld. Anderzijds zijn er die effectief moeite hebben om het einde van de maand te halen. In een democratische rechtstaat is het aan verkozen politici om alle vaak tegenstrijdige belangen te verzoenen. Alleen vinden veel politici het paradoxaal moeilijker te zien wat de kiezer zondag in het kieshokje wilde uitdrukken. 

Een ding staat echter als een paal boven water: er is een groot ongenoegen in ons land. Nu kunnen politieke gezagsdragers niet voor alles verantwoordelijk gehouden worden. De kern van waar ze dat wel voor kunnen, is de deugdelijkheid van het bestuur. En dat is alles behalve een triviaal thema. Als er iets zowel welvaart als welzijn van een bevolking significant beïnvloedt is het dat wel.
Het is belangrijk te erkennen dat ons land op heel wat maatstaven een heel middelmatige positie inneemt. We presteren onder ons niveau. We hebben een te lage tewerkstellingsgraad, een te hoge staatsschuld, een te dure overheid… De noordelijke landen doen het op veel vlakken heel wat beter. Het is belangrijk dat we meer ambitie ontwikkelen en dat zullen we dus niet doen door ons bijvoorbeeld enkel te vergelijken met een land als Frankrijk. Op de meer dan dertig indices die Itinera opvolgt, scoort België op zowat alles beter dan Frankrijk maar op bijna geen enkele beter dan een land als Zwitserland. We denken vaak dat we bij de besten horen, maar dat spoort niet met het totaalbeeld van de laatste decennia. Neem nu de competitiviteitsindex van het World Economic Forum, gebaseerd op zestig economische, ecologische en sociale criteria. Ons land is ondertussen weggezakt tot de eenentwintigste plaats. Nederland en Duitsland staan respectievelijk op plaats vier en zes. 

Ons voorstel is dat platgetreden paden verlaten worden en dat in plaats van een gebruikelijk regeerakkoord de ambitie hoger gelegd wordt. Waarom zou ons land geen doelstellingen voor meerdere legislaturen kunnen formuleren? Bijvoorbeeld: België moet de ambitie hebben om te presteren zoals Nederland en Duitsland, van de eenentwintigste naar de vijfde plaats in het Concurrentievermogen. Die index combineert overigens economische en financiële met sociale en ecologische indicatoren, en hun onderling evenwicht kortom: goed bestuur. De sleutel daarbij kan erin bestaat dat aan kennisinstellingen gevraagd wordt om concrete opties uit te werken hoe dergelijke ambitie te realiseren. Vandaag leeft er in het publiek debat vooral veel morele verontwaardiging, pure emotie… Mensen zijn in staat te begrijpen dat zaken complex zijn: als hen tenminste wordt uitgelegd waarom soms ook moeilijke beslissingen zich opdringen.
Deze week startte de zoektocht “waarom heeft men niet op ons gestemd?”. De onvrede van de bevolking heeft te maken met veel factoren. Een eerlijke aanpak van de uitdagingen inzake migratie en integratie hoort daarbij. Allerlei ondoordachte initiatieven die meer belastingen en administratieve last opleveren zeker ook. Nochtans zou niemand echt verrast mogen zijn. In talloze enquêtes blijkt al jaren dat het vertrouwen in de instellingen in ons land fors zwak noteert. 

Wat nodig is voor goed bestuur enerzijds en om de onvrede tegen te gaan anderzijds overlapt op korte termijn niet volledig. Op lange termijn is er geen alternatief voor beter bestuur en daadkracht beleid dat ook aantoont dat het algemeen belang hoger noteert dan partijbelangen. Mensen hebben een echt perspectief nodig eerder dan politici die enkel op de winkel passen, terwijl ze nogal eens het gevoel hebben dat het huis in brand staat.

dinsdag 19 maart 2019

groen geld



Groen geld
We zien nu overal ballonnetjes over het drukken van geld als deus ex machina. Uiteraard vinden bewonderaars het sterk als Anuna de Wever de slogan “Mocht het klimaat een bank zijn, het klimaatprobleem was al lang opgelost." ook in België introduceert. De centrale banken injecteerden echter tijdelijk liquiditeit (tegen onderpand) voor de bankenreddingen en in de VS wordt dat ondertussen ook al sterk afgebouwd wegens gevaar van zeepbellen gecreëerd door die monetaire omgeving. Voor de klimaatproblematiek moeten we echter vele decennia lang zwaar investeren in nieuwe technologie. Kort gezegd: dat is een kapitaalkwestie die langetermijninvesteringen vergt, geen korte termijn geldinjecties die tijdig moeten afgebouwd worden. De geschiedenis zit vol met monetaire experimenten die in Latijns Amerika maar ook dichterbij huis verkeerd afliepen. Dat wijst alleen maar op de plicht om de kreten van verontwaardiging te harte te nemen maar dan wel met doordachte en verantwoordelijke antwoorden te komen.
QE
Een belangrijk element is dat de ECB sinds 2015 voor 2.600 miljard euro aan ‘nieuw geld’ gecreëerd heeft sinds 2015 in het kader van zijn quantitative easing-programma. Critici stellen dat al dat geld is gegaan naar de financiële instellingen die er bijzonder weinig mee gedaan hebben. De vraag die dan opkomt is waarom dat dit niet zou lukken voor investeringen in uitdagingen zoals de klimaatopwarming. Hierbij zijn een aantal losse eindjes die een bespreking vergen. De eerste vraag is of het QE programma dan wel zo goed gewerkt heeft dat het ook elders toegepast navolging verdient? Voorstanders van QE zeggen dat zonder het programma deflatie dreigde. Dit vergt een analyse wat er gebeurd was zonder QE wat de vraag is naar de zogenaamde ‘counterfactual’. Daarvoor hanteren onderzoekers allerlei modellen waarvan eerlijk moet toegegeven worden dat die belangrijke tekortkomingen hebben. De initiële ingrepen na de crisis worden door meer economen als succesvol gezien dan wat volgde. De economen die dat ook vinden over het verlengen van het programma met ultralage rente tot vandaag zijn immers al veel minder talrijk. Feitelijk kan je daar in zekere mate de monetaire beleidsmakers zelf ook onder rekenen: ook al zullen ze het zelden toegeven. Al jaren herhalen centrale bankiers bijvoorbeeld de mantra dat politici dringend moeten hervormen en de overheidsschuld dienen te reduceren waar kan. Ze weten evengoed dat net het soepele monetaire beleid één van de belangrijke redenen is waarom politici er niet toe komen om dat te doen. Dat is wat we het “moral hazard” risico noemen. Onder ECB voorzitter Mario Draghi is de beleidsrente nooit verhoogd! Als de monetaire kraan opengedraaid wordt voor het klimaatprobleem, waarom dan niet voor alle andere noden in de samenleving?
Vlag versus lading
Zoals in de discussie rond het basisinkomen dekt de vlag “geld bijdrukken” ondertussen wel vele ladingen. Deze kunnen ondertussen beter gevat worden onder de noemer “financiële markten mobiliseren voor ecologie”. Er zijn de voorstellen dat centrale banken activa aankopen als onderdeel van hun mandaat en daarin ecologisch selectief zijn. De waarheid is dat dit voor een stuk al gebeurt. Draghi merkte recent op dat de ECB ook “groene obligaties” koopt maar niet in grotere mate dan hun aandeel in relevante indexkorven. Er zijn ook publieke investeringsmechanismen, zoals de Europese Investeringsbank, die aangewend kunnen worden. Sinds 2015 koopt de ECB niet alleen overheidsobligaties van financiële instellingen maar ook bedrijfsobligaties. Een courant bediscuteerde piste is dat de Europese Investeringsbank groene investeringen financiert en een belangrijk deel van de obligaties daarbij laat opkopen door de ECB. Relevante vragen zijn in welke mate de Investeringsbank de competenties heeft om de juiste investeringen te selecteren en er dus maatschappelijke waarde wordt gecreëerd in plaats van bubbles geblazen. Finaal ligt de schaarste bij goede projecten en technologie. De andere vraag is of de ECB hiermee het beleid van gezond geld opoffert. Volgens sommigen is dat in orde zolang dat hierdoor de inflatie niet boven de 2% stijgt. Het is een terechte zorg dat de klimaatdiscussie ondertussen wordt gevoerd met zo’n morele ondertoon dat de ECB nog meer terughoudend zal zijn om dat te doen dan ze nu al is om het beleid te normaliseren.
Pandora
Ondertussen worden alternatieve economische theorieën van onder het stof gehaald. Zo is er de zogenaamde “moderne monetaire theorie (MMT)” die een combinatie maakt van een aantal doctrines om tot een heel andere monetaire beleidsmix te komen. Het favoriete uitgangspunt daarbij is dat een overheid die in eigen munt leent, nooit failliet kan gaan. Belastingsinkomsten zijn overbodig om overheidsuitgaven te financieren want dat kan gebeuren door geldcreatie: al een grotere sprong. Dat je toch belastingen gebruikt dient in die lezing alleen om de inflatie te controleren. Ze erkennen dat renteverlagingen zeepbellen kunnen creëren in private schuld. Renteverhogingen kunnen wel inflatie afremmen maar creëren dan weer ongewenste werkloosheid. Volgens de MMT-adepten lost het financieren van overheidsuitgaven door de centrale bank dit allemaal op. Het zorgwekkende is dat velen niet lijken te beseffen dat de huidige economische omgeving met een quasi nulrente als een economisch ‘speciaal geval’ (de zogenaamde “zerobound”) dient bekeken te worden. Hoe gaan we publiek en politici binnen enkele jaren overtuigen dat de beleidsopties in normale omstandigheden elders gezocht dienen te worden? De doos van pandora openen, is niet zonder risico.
Doordacht
In deze tijd van opgezweept klimaatdebat kunnen we zeker toepasbare voorstellen gebruiken. Het is niet zo dat er geen grote vooruitgang gerapporteerd kan worden. Integendeel. Zoals Steven Pinker en anderen aantonen zijn er overal ter wereld in de laatste decennia grote winsten geboekt in de strijd tegen armoede, criminaliteit, kindersterfte, onderontwikkeling, chronische aandoeningen, vervuiling enzovoort. Natuurlijk moeten we ook inzake milieu de lat nog hoger leggen. Best wel op een doordachte wijze. Voor private investeerders zijn groene investeringsvehikels legio. Er zijn mogelijkheden om investeerders en investeringsfondsen algemeen richting duurzaamheid te overtuigen.
Waar is ondertussen het besef dat de financiële crisis een ontsporing was te wijten aan te weinig prudentie of risicobewustzijn? Volgens de Bank voor Internationale Betalingen leidt het globale financiële systeem aan ‘excess elasticity’: het is niet in staat de kredietcreatie af te remmen vóór er zich onevenwichten en speculatieve bubbels ontwikkelen. Monetaire beleidsmakers beseffen dat de ECB ondertussen de kans gemist heeft om de rente te normaliseren in deze economische cyclus. Dit is allesbehalve onschuldig.
Ivan Van de Cloot
Hoofdeconoom Itinera Institute en executive professor Antwerp Management School