dinsdag 6 april 2021

Subsidieziek

Subsidieziek

Laten we het als gemeenschap onder ogen zien: Vlaanderen is subsidieziek. Dat kost niet alleen handenvol geld. Het is ook meer dan corrosief voor de gemeenschap. Vorige eeuw analyseerde Joseph Schumpeter de invloed van een zonder grenzen uitdijnende overheid op de maatschappij. Steeds meer mensen worden daarbij zelf in de overheidssfeer getrokken. Steeds minder zijn bereid of in staat een kritische houding aan te nemen tegen de cultuur die daarbij ontstaat.

De zaak rond Lets go urban zal zijn beslag krijgen voor de rechter. Wat nu voor iedereen wel overduidelijk werd, is hoe gemakkelijk sommigen enorme subsidies krijgen. In een land dat nochtans wat beter op de aanwending van openbare middelen zou moeten letten. Kan nu eindelijk het fatsoen tegenover de belastingbetaler opgebracht worden om zich over de Vlaamse subsidiecultuur te bezinnen? 

Subsidiecultuur

België verleende net voor de coronacrisis 3,8 procent van het bbp aan subsidies, tegenover 0,9 procent in Duitsland en 1,2 procent in Nederland. In 2004 lag dit niveau in ons land nog op 1,7 procent. Sindsdien namen de subsidies tegen een jaarlijks gemiddelde van 8,7 procent toe. In Nederland zijn de subsidies over heel die periode stabiel gebleven als aandeel in het nationaal inkomen terwijl ze in Duitsland zelfs gedaald zijn.

Subsidiestelsels worden niet of niet genoeg geëvalueerd op het vlak van doeltreffendheid en doelmatigheid. De overheid stelt zich vaak al tevreden bij het nagaan of de betaling effectief gebeurd is. Dit schendt belangrijke principes van goed bestuur.

Subsidies dienen ten minste op twee manieren getoetst: bereiken ze het beoogde effect en vormen ze de efficiëntste wijze om dat resultaat te bewerkstelligen? Het is best mogelijk dat het gewenste gedrag ook zonder subsidie was gerealiseerd of de baten niet opwegen tegen de kostprijs. Ook moet steeds bekeken worden in welke mate een gesubsidieerde organisatie te eenzijdig afhankelijk is van subsidies. Dit kan snel excessen naar boven doen komen omdat er misschien een politieke logica is om iets te subsidiëren dat onvoldoende maatschappelijk gedragen wordt. Bovendien kan voor heel wat zaken bepleit worden dat de overheid best alleen maar tijdelijk ondersteunt om een duw in de rug te geven en dat na een initiële periode de zaak op eigen benen moet kunnen staan. Dit geldt overigens ook vaak voor ondersteuning van onderzoeksprojecten. Het totale budget aan onderzoeksgelden kan dan wel op peil gehouden worden maar er dient typisch een grote rotatie in dat budget te gebeuren.

Maatschappelijke kosten

De kostprijs van subsidies omvat ook de administratieve kosten om de subsidie uit te geven én op te volgen. Als door subsidies onrendabele bedrijven blijven bestaan, kunnen ze ook de groeimogelijkheden van de gezonde bedrijven belemmeren. De overheid dient steeds te bewaken dat ze private ondernemingen niet zelf ongepaste concurrentie aandoet met belastinggeld. Of dat ze geen activiteiten verdringt en scheeftrekkingen veroorzaakt met subsidies en andere interventies.

Er het risico van zogenaamde ‘rent seeking’. Private spelers gaan hoge kosten aan om bepaalde subsidies binnen te halen. Lobbying om onproductieve activiteiten van overheidswege te laten ondersteunen, houden een grote verspilling voor de maatschappij in.

Een cruciale discussie betreft de kostendekkingsgraad  bij overheidsinterventies. Vaak is het gezond dat de gebruiker zelf een voldoende aandeel van de werkelijke kostprijs betaalt. Dit kan dan gezien worden als een bewijs dat de gebruiker echt de overheidsinterventie waardeert. Dit speelt bijvoorbeeld bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn waar de kostendekking door de reizigers momenteel slechts ongeveer 20 procent bedraagt. Vlaanderen alleen al telt tientallen agentschappen die in nogal wat gevallen zelf bestaan uit deelentiteiten. De sanering van die jungle is een werk van lange adem, als die tenminste meer inhoudt dan een cosmetische operatie met louter verschuivingen en naamsveranderingen.

In alle regio’s blijken subsidiestelsels zo’n hoge mate van complexiteit te vertonen dat er ondertussen eenhele adviesindustrie op is gebaseerd De vraag is of de verhouding tussen grote & kleine bedrijven door deze subsidiemechanismen scheefgetrokken wordt

Gebruik belastingsgeld voor rolmodellen

In al de discussie over Lets Go Urban valt het op dat er weinig de vraag gesteld wordt over de mate dat het gepast is voor de overheid om dergelijke activiteit te steunen los van de vraag rond eventuele fraude. Dus dit is ook een pleidooi voor eens een stap terug te zetten voor reflectie. Is het zo evident dat de overheid iemand uitkiest als rolmodel? Het is een feit dat veel andere gelijkaardige initiatieven helemaal niet dergelijke financiering bekomen vanwege de overheid.

Het is redelijk om te stellen dat het veel evidenter is als het ondersteunen van rolmodellen gebeurt vanuit de civiele maatschappij. Zonder gebruik belastinggeld waaraan iedereen verplicht dient bij te dragen, krijgt het een heel andere gedaante. Namelijk het benutten van de vrijheid. Is het zo verkeerd om te denken dat de overheid hier toch terughoudender in moet zijn? De overheid die geld uitdeelt aan doelgroepen allerhande... Hoe ver staat dit af van het kopen van stemmen? In het boek Overheid + Markt pleit ik ervoor dat de overheid terughoudender moet zijn in het koloniseren en zelfs verpletteren van de andere sferen van de maatschappij. Een gezonde maatschappij bestaat naast een sterke overheid die binnen streng gedefinieerde limieten opereert, ook uit voldoende ruimte voor welvaartscreatie door een vrije markt, een civiele maatschappij en de eigen verantwoordelijkheid van elkeen. Onderschat wordt in welke mate de overheid andere sferen kan bedreigen door hen te verpletteren met belastingsgeld (o.a. omdat dit de eigen verantwoordelijkheid uitholt).

 

In dit land worden dergelijke vragen echter minder gesteld dan elders. Ons middenveld is lang eerder een top down verlengstuk geweest van machtstructuren dan spontaan gegroeide verbanden van mensen die eigen verantwoordelijkheid beseffen. Identiteitspolitiek voeren met belastingsgeld? En hoe denkt men dat de rest van de bevolking dit ervaart. (Als je de juiste kenmerken hebt als mens krijg je meer geld?) Het is zelfs niet evident om de vraag te stellen. Zoals al velen opgemerkt hebben: onze periode kent veel minder vrijheid dan die van enkele decennia geleden. We leven echter in opmerkelijke tijden. Ironisch genoeg krijgen economen van politologen vaak het verwijt te willen depolitiseren en te technocratisch te denken, maar nu lijkt het alsof er wel een groep staat te springen voor een technocratisch bewind van virologen.


maandag 2 november 2020

reset


Trends 29-10-2020


dubbelinterview


maandag 26 oktober 2020

Onze schuld

Het discours dat vandaag gevoerd wordt over de staatsschuld doet bij veel mensen met prudente inslag de haren ten berge rijzen. Zeker als daar frases gehanteerd worden als: “We hoeven ons geen zorgen te maken over onze staatsschuld”.

Uiteraard kan er redelijk gedebatteerd worden over het gebruik van schuldfinanciering in deze coronacrisis. Dat is het punt niet. Het is wel ergerlijk dat er een karikatuur gemaakt wordt van hen die meer bedenkingen opwerpen. Inzake het budgettaire debat ontbreekt in ons land wel degelijk regelmatig een deel van het spectrum inzake prudentie en risicobenadering.

Mensen ridiculiseren die zich zorgen maken over de Belgische overheidsschuld is iets te gemakkelijk vanuit economische modellen. Veel burgers kunnen wel niet altijd de vinger leggen op de concrete lichtzinnigheid van het gehanteerde economische discours. De realiteit is dat die ook sterk varieert, gaande van een schijnbaar onschuldige veronderstelling dat gedurende decennia de rente lager zal liggen dan de economische groei tot radicale opvattingen die vandaag bekend staan als de “moderne monetaire theorie”. Die stelt in variaties dat de enige motivatie om overheidsuitgaven nog te financieren door belastingen (en niet door de centrale bank enkel het reguleren van het prijsniveau is.

Nationale Bank

Soms lijkt het debat eindeloos in rondjes te draaien. Daarom is het goed dat de Nationale Bank (NBB) een interessant stuk publiceerde in haar economisch tijdschrift over drempels voor onze overheidsschuld die kunnen wijzen op de gevarenzone terzake. Gouverneur Pierre Wunsch maakt terecht de opmerking dat er daarbij niet zoiets bestaat als een magisch cijfer. Wel biedt de benadering van de ‘gevarenzone voor de schuld’ een concreet uitgangspunt om het debat te verrijken met de prudentiële insteek die zo zeldzaam is in ons land. Een gehoorde kritiek is dat de NBB de simulatie doet met een rente die hoger ligt dan de groei waardoor de schuldenberg niet vanzelf wegsmelt over de jaren. Het antwoord is natuurlijk dat het net prudentieel is om erop te wijzen dat dit een reëel risico is. Verwijzen naar een huidige consensus onder economen mist dan ook het punt. Meer aandacht in de oefening lijkt wel gepast inzake de impliciete schuld die volgt uit de ongedekte pensioenbeloftes van dit land.

Een belangrijke zaak is dat het debat in de ivoren toren te vaak blind is voor de risico’s in het ruimere financieel systeem. Ook de nieuwe oefening van de Nationale Bank schiet daarin tekort. Wel wordt er een extra buffer inzake de ‘schuldendrempel’ besproken om een bankencrisis op te kunnen vangen. De Bank voor Internationale betalingen te Bazel heeft wel meer oog voor ontsporingen in het financieel systeem. Voor haar valt de lage rente niet zomaar als manna uit de lucht maar wordt ze eerder gezien als net een teken van diepe disfuncties. Disfuncties die voortkomen uit ontwrichtingen van het economisch weefsel waarvoor schulden niet de oplossing vormen maar een deel van de oorzaak.

Relance

Het is goed dat de regering van dit land werk willen maken van economische relance met belangrijke investeringen. Als we er bovendien in slagen om het aandeel productieve investeringen een stuk hoger te brengen in de mix van overheidsuitgaven dan corrigeren we daarmee zelfs een deel van een structurele zwakte van ons land op al zijn niveaus. Ook daarin is het voor economen verrijkend te spreken met praktijkmensen uit de meest uiteenlopende domeinen die opmerken dat ze meer geld zeker niet zullen afslaan. Ze stellen vervolgens echter dat meer geld de problemen niet altijd zomaar oplost en soms zelfs verergert omdat het de druk wegneemt nodig voor beter bestuur.

Om te vermijden dat plannen niet de reactie uitlokken “mooi, voor misschien een ander land”, moeten ze niet alleen uit gesofistikeerde kokers komen maar vooral ook meer realiteitschecks doorstaan en blijk geven van besef van de uitdagingen inzake bestuurscultuur in dit land.

 

 

 

dinsdag 13 oktober 2020

Beter imperfect beleid dan geen 13/10

Al van begin de crisis was het belang van zogenaamde asymmetrische maatregelen evident. Wanneer testen en contacttracing goed werken, en mondkapjes tijdig verdeeld, dan zijn vrijheidsbeperkingen, met grote economische gevolgen, minder noodzakelijk. Die asymmetrische maatregelen zijn cruciaal, want ze zijn minder duur en langer vol te houden, maar ze vergen een excellent beleid. Op dit moment zijn er nog veel discussies en onzekerheden maar ook een aantal evidenties die we graag onderlijnen. 

1. Lokaal ingrijpen en brononderzoek

Er wordt opgeroepen tot eenheid van commando. Dat is nodig, maar contact tracing in meer landen toont aan dat vooral lokale besturen een hoge effectiviteit bereiken. De centrale coördinatie moet vooral zorgen dat ze daar geen stokken in de wielen steekt. Als federale of regionale overheid moet men ook eens wat inzicht verwerven in de eigen tekortkomingen. Licht uw draaiboeken maar eens door zodat ze niet te complex zijn en stop met te vragen dat lokale besturen voor elk stapje eerst weer moeten terugschakelen naar het centrale orgaan.

Aziatische landen blinken vaak uit in zogenaamd brononderzoek. Brononderzoek is iets ander dan contacttracing. Bij contacttracing, zoals we dat hier kennen gaat men van patiënten risicovolle contacten opsporen en duidelijk maken waarom en hoe ze in zelfisolatie of quarantaine moeten gaan. Bij brononderzoek wordt achterwaarts gewerkt wordt om te achterhalen in welke clusters de besmettingen precies toeslaan. Net dit blijkt in nogal wat Aziatische landen het verschil te maken.

Bij onze Vlaamse overheid zegt men dat het geen prioriteit is. Een invloedrijk artikel in The Atlantic benadrukt nochtans het belang ervan en citeert meerdere studies dat 10% tot 20% van de geinfecteerden misschien wel verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de besmettingen. Dit fenomeen van 'superverspreiding' toont net aan dat het veel lonender kan zijn om achterwaarts te zoeken van waar de besmetting komt dan via contactopsporingen 'voorwaarts' te onderzoeken. Best doe je beiden uiteraard maar dan is het meer dan opmerkelijk dat onze Vlaamse overheid zegt dat brononderzoek geen prioriteit is. Het is duidelijk dat lokaal veel beter ingegrepen wordt en dat leidt tot meer performantie.


2. Informatie en datamanagement

Essentieel om lokaal in te grijpen zijn goede fijnmazige data. Zeven maanden na de initiële lockdown beschikken Brusselse burgemeesters niet over gedetailleerde info over welke wijken of leeftijdsgroepen het zwaarst getroffen zijn. Gebrekkige data maken het problematisch om haarden te identificeren wat nochtans essentieel is om een ontsporing af te wenden. Zoals botte algemene maatregelen symptomen zijn van een falend beleid op nationaal vlak is dat ook zo voor een diverse regio als het Brussels Gewest. In Antwerpen worden deze wijkdata ondertussen enorm performant benut.

3. Communicatie

Dat in België soms meer dan in andere landen verwarring ontstaat, heeft veel te maken met politici die hebben geprobeerd zich achter experten te verstoppen. De meeste experten zijn het nochtans over veel zaken eens - en laat ze alstublieft vooral uitkomen voor wat ze denken. Wel is het belangrijk duidelijk te maken dat de wetenschappers debatteren en de politici beslissen. Over niet alle zaken bestaat al wetenschappelijke consensus en toch moeten er knopen doorgehakt worden. 

Corona is een test voor de beleidscultuur van een land. Uiteraard moet het beleid burgers wijzen op de gevolgen van hun gedrag in een epidemie. Best dient dit wel zo fijnmazig mogelijk op de doelgroep toegespitst te zijn. Bovendien kan het betwijfeld worden dat het erg productief is om dat op een verwijtende wijze te doen. De overheid dient ook eens stil te staan bij haar geloofwaardigheid. Ze maande de bevolking aan om haar gedrag te verbeteren en beloofde zelf om het bron -en contactonderzoek tegen 11 mei op orde te hebben, terwijl half juli nog bleek dat er maar 4 gezondheidsinspecteurs voor heel Vlaanderen zijn. Of dat in een hoorzitting bovenkomt dat de minister al begin februari op de hoogte was dat de strategische stock aan mondmaskers vernietigd werd. Om vervolgens een maand lang geen actie te ondernemen. Ook hier is meer evenwicht nodig: aan de bevolking kan meer gevraagd worden, mits de politiek haar eigen huishouden beter op orde heeft. 

Het is essentieel de drempels voor scherpere maatregelen publiekelijk te communiceren. Nu lijkt een cyclus van grote onrust een erg onwenselijke routine te worden. Een tactiek die angst gebruikt om mensen tot beter gedrag te dwingen is risicovol. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Duidelijkheid en discipline gaan hand in hand.

De waarheid is dat ons land heel sterk kijkt naar wat andere landen beslissen. Op zich is daar niet per se iets verkeerd mee hoewel men misschien eens wat meer naar Duitsland kan kijken dan te focussen op Macron's Frankrijk. Sinds aanvang is de inzet asymmetrische maatregelen te benutten die effectief zijn en niet de maatschappij ontwrichten. Duitsland is een voorbeeld van een land sterk in asymmetrische maatregelen. Toen Duitsland een Corona-app lanceerde, was het wijs om dat van dichtbij te bekijken. Als onze Oosterburen nu sneltesten aankopen, zou het vreemd zijn om die piste ook voor ons land niet heel goed te bestuderen. 

Heel deze crisis heeft keer op keer aangetoond dat het misplaatst is om de crisis te beheren vanuit een zoektocht naar "perfecte" maatregelen. Uiteraard hebben sneltests hun beperkingen dat betekent echter niet dat ze geen waardevolle rol kunnen spelen in een doordachte teststrategie. Als ze enkel de meest besmettelijke gevallen opsporen maar daar wel heel snel over informeren, dan kan er wel degelijk een plaats voor zijn.







Een organisatie die ons land ook bijstaat is de wereldgezondheidsorganisatie. Deze stelt nu dat ze wereldleiders oproepen om lockdowns niet meer te gebruiken als primair controlemethode. Een nationale lockdown in ons land na maart accepteren, is ons neerleggen bij gefaald beleid. 




 

 


vrijdag 18 september 2020

Aan dovemansgesprekken hebben we niets, aan dialoog en transparantie wel

 

Aan dovemansgesprekken hebben we niets, aan dialoog en transparantie wel

Er bestaat discussie tussen experten over het beste gezondheidsmanagement in de coronacrisis en dat lijkt op zich heel normaal. Helaas zien we ook nogal eens dovemansgesprekken waarbij de positie van de ander niet altijd correct wordt voorgesteld. Experten hoeven geen politiek kamp te kiezen, journalisten geen expertenkamp (mocht dat al bestaan). Want dan dreigen politici verweesd alle kanten uit te kijken. Een en ander kan doen vergeten dat de meeste experten het over heel veel zaken eens zijn (En aub, laat de experten vooral uitkomen voor wat ze echt denken). Hoe beter het beleid rond snel testen, mondkapjes en contact-tracing, hoe minder er gegrepen moet worden naar zware vrijheidsbeperkingen die ook grote economische gevolgen hebben. Na de rampzalige bestellingen van mondmaskers, onvoldoende testcapaciteit en contact-tracing zien we nu ook veel onbeantwoorde vragen rond de teststrategie inzake de scholen. Er is meer evenwicht nodig: aan de bevolking kan meer gevraagd worden, mits de politiek haar eigen huishouden beter op orde heeft. 

Het zou ook meer helderheid brengen indien men publiek communiceert over welke drempels men hanteert om bepaalde maatregelen te verstrengen. Vandaag lijkt een cyclus van grote onrust een soort routine (al dan niet middel) te worden, wat toch erg onwenselijk is. Een tactiek die angst hanteert om mensen tot beter gedrag te dwingen houdt belangrijke risico’s in. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Duidelijkheid en discipline gaan hand in hand.

In de dovemansgesprekken zien we ook een zeker onbegrip over de gezondheidseconomische analyse van de crisis. Het is een misverstand dat de gezondheidseconomie als discipline zich blindstaart op louter de krimp van economische activiteit door Covid19. Ze houdt net een zicht op het hele plaatje zoals de onderdetectie van andere pathologieën tijdens de lockdown, sociale en psychologische effecten, Wel moet toegegeven worden dat we vandaag al die effecten niet zomaar precies kwantitatief in kaart kunnen brengen. De onzekerheid speelt met name ook in wat de zogenaamde counterfactual is: hoe zou de economie presteren zonder bepaalde maatregelen? Uiteraard is er geen afweging tussen economie en gezondheid als die “counterfactual” goed begrepen wordt. Er is wel een afweging tussen maatregelen die werken en die het niet doen. Die onzekerheid geeft uiteraard ook aanleiding tot legitieme verschillen in inschattingen. Een belangrijk punt is dat experten transparantie moeten geven over die onzekerheid, en dan is het aan de politici om finaal de afweging te maken met oog op het geheel. We mogen echter onze waakzaamheid niet laten verslappen zoals duidelijk wordt uit oplopende hospitaalopnames. Inzake epidemies kan je je maar beter vergissen aan de voorzichtige kant, maar dan wel op alle dimensies: Covid19, andere pathologieën, en economische schade.

Finaal is het duidelijk dat we nog sterk dienen te verbeteren in het gezondheidsmanagement met de focus op maatregelen die werken. Transparantie en veel betere inzetten op het inzamelen van detaildata blijft een belangrijk verbeterpunt. In een tijd van big data is het verbazend dat de meest elementaire data niet beschikbaar zijn en niet gebruikt worden. Daardoor zou veel beter lokaal ingegrepen kunnen worden, wat een belangrijke sleutel is tot betere performantie. Op dit moment werpt met name de situatie in Brussel de vraag op of het beleid niet faalt op een onverantwoorde wijze.