woensdag 30 maart 2022

Van klimaattafels tot klimaatbeleid

 

Ondoordachte besluitvorming

Vaak wordt naar Nederland verwezen als een land dat nog komt tot daadkracht. Het is inderdaad belangrijk om de omvang en reikwijdte van de activiteiten van de overheid niet te verwarren met de kracht om dingen echt gedaan te krijgen. Zo waren er ook in de coronacrisis landen met een slanke overheid die een veel effectiever beleid voerden dan andere landen met een veel hoger overheidsbeslag. Landen met de combinatie van een erg omvangrijke overheid maar weinig daadkracht kennen ook vaak het fenomeen van een overvloed van procedures die een gezond en effectief bestuursproces in de weg staan.  Het is confronterend dat ondanks het besef dat laag na laag van procedures helemaal niet meer het werkelijke doel dienen, er een groot onvermogen is om die problematiek echt aan te pakken.

Hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden Wim Voermans schreef het boek “Het land moet bestuurd worden” over de moeilijke balans tussen de Nederlandse daadkracht en democratische participatie. Hij onderstreept enerzijds dat het land een ongezien hervormingsparcours heeft afgelegd. Van het pensioenakkoord in 2011 en het energie-, onderwijs- en zorgakkoord in 2013, tot het klimaatakkoord van 2019. Anderzijds krijgt premier Mark Rutte (VVD) net daarom veel kritiek van politologen. Zijn behendigheid om tot grote, brede hervormingen te komen zou ten koste gaan van de democratische participatie door de praktijk van ‘buitenparlementaire akkoorden’. Weliswaar met de nuance dat de Nederlandse bevolking die cultuur vaak accepteert en tevreden is dat resultaten worden geboekt. Voermans kadert dat in de Nederlandse regentencultuur en doet aanbevelingen om het parlement te herwaarderen.

Klimaattafels

Uiteraard is de agenda van een herwaardering van het parlement een cruciale zaak. Er zijn echter ook andere pistes om tot meer democratische participatie te komen. Er is de uitdaging om in het beleid inzake complexe materies zoals klimaat zowel een draagvlak te creëren als het beleid te baseren op gefundeerde expertise. In het geval van het klimaatbeleid gaat het om het betrekken van wetenschappelijke kennis uit talloze disciplines.

In Nederland heeft men hiertoe het zogenaamde instrument van de “klimaattafels” uitgewerkt. Dat ging stuk voor stuk over cruciale thema’s zoals industrie, mobiliteit, landbouw, energie en bebouwing. Het bedrijfsleven en belangenorganisaties kwamen samen om voorstellen te doen voor hoe Nederland zijn klimaatdoelstelling kan behalen.

Naast het genoemd voordeel van participatie en draagvlakcreatie om via klimaattafels te werken zijn er ook duidelijke nadelen aan verbonden. Toen medewerkers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) de effecten van de voorstellen probeerden door te rekenen bleek dat bij veel plannen niet mogelijk omdat deze te vaag waren. Onzekerheden over de toekomst zijn onvermijdelijk maar nogal wat vaagheden kwamen voort uit het onvermogen om knopen door te hakken. Knopen die draaiden om wie de lasten moet opbrengen en weerspiegelen keuzes wie inspanningen moet leveren bij de burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties [1]. De maatregelen voor de verduurzaming van woningen waren het meest uitgewerkt terwijl de voorstellen voor de industrie minder concreet waren en het niet duidelijk was waar deze kosten terecht zullen komen. De impact op de concurrentiepositie is ook voor een open economie als de Nederlandse geen sinecure. Wat je ook ziet is dat er dan vaak gesuggereerd wordt om te werken met subsidies maar die moeten uiteraard uiteindelijk worden bekostigd door belastinggeld [2]. Klimaattafels komen sneller tot een compromis als de kost doorgeschoven kan worden.

Wetenschap

Men kan wel roemen dat de Nederlanders met hun klimaattafels grote openheid voor democratische participatie toonden maar de vraag is of het proces wel voldoende gebaseerd is op de wetenschap. Bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord zat immers geen wetenschapper aan de vijf Klimaattafels. Richard van de Sanden, hoogleraar toegepaste natuurkunde en directeur van het wetenschappelijk onderzoeksinstituut Differ (Dutch Institute for Fundamental Energy Research) lichtte in een lezing toe hoe de wetenschap werd overgeslagen bij het klimaatberaad [4]. De planbureaus van Nederland werden wel betrokken maar enkel reactief om door te rekenen wat de klimaattafels opleverden. De overheid stelde in een vraag over het tekort aan wetenschappelijke bijdrage aan de klimaattafels dat het de bedoeling was dat alleen belangengroepen mochten vertegenwoordigd zijn volgens de selectiecriteria die in 2018 vastgesteld werden: “partijen moesten een ‘concrete bijdrage kunnen leveren aan de transitie binnen de sector, kennis over de sector kunnen inbrengen en met mandaat afspraken kunnen maken’. Geen plaats voor wetenschappers dus. Volgens hoogleraar van de Sanden leidt dit gebrek aan wetenschappers in de cockpit tot “kortetermijnbeslissingen” en leidt het overgewicht van de belangengroepen tot gebrek aan daadkracht. Hij vergeleek daartoe met 1965 toen op tien jaar heel Nederland overschakelde van kolen op gas met de ontwikkeling van een indrukwekkende gasinfrastructuur die onder leiding van de Nederlandse overheid in één decennium uit de grond gestampt werd. Als voorbeeld van de huidige kortzichtigheid ingegeven door emotie in plaats van gebaseerd op wetenschappelijke inzichten noemt hij de overhaaste beslissing om Nederlandse huishoudens niet langer te laten verwarmen op aardgas.  Nu wordt er volgens Van de Sanden vooral kortetermijnbeleid gemaakt dat ingegeven is door emotie, in plaats van gebaseerd op wetenschappelijke inzichten .

Biomassa

David Smeulders, hoogleraar energietechnologie aan de Technische Universiteit Eindhoven is erg kritisch over de rol die biomassa in de Nederlandse energietransitie heeft gekregen. Dat biomassa op 30 jaar koolstofneutraal kan zijn, is volgens hem niet relevant gegeven de urgentie van de uitdaging. Door het Nederlands budget voor biomassa van meer dan 11 miljard euro zouden er meer dan 600 biomassacentrales komen die biomassa van ver buiten Nederland aantrekken. Terwijl volgens Smeulders lokaal groen wel zinvol gebruikt kan worden in het biomassabeleid is het massaal importeren ervan onverantwoord. Hij wijt de ondoordachtheid van dit beleid aan de klimaattafels waarbij elke tafel op zichzelf stond. Het proces per tafel werd volgens hem dan wel geoptimaliseerd bekeken, maar wat ene tafel is afgesproken beïnvloedt wel het volledige energiesysteem. Volgens hem vormen de hoge Nederlandse biomassasubsidies perverse prikkels die bossen kosten, bossen die we juist nodig hebben tegen de opwarming van de aarde. Evengoed kapittelt hij het beleid inzake 'van het gas af'. De systeemfout van de klimaattafels is volgens hem dat er geen systeemvisie aanwezig was door het gebrek aan integratie van de discussies over de tafels heen [5].


[1] Ontwerp-Klimaatakkoord: Grote stappen mogelijk, maar nog veel werk aan de winkel | PBL Planbureau voor de Leefomgeving

[2] Vier vragen over het klimaatakkoord - RaboResearch (rabobank.com)

[3] Hoe de wetenschap werd overgeslagen bij het klimaatberaad | Trouw

[4] Bram Vermeer (2019). De rol van wetenschap bij het Klimaatakkoord. Visies op biomassa, CO2-opslag en verkeer. Journalistiek verslag van het KNAW[1]symposium 'CO2-reductie in het Klimaatakkoord' op 15 oktober 2019, Amsterdam. Amsterdam, KNAW, CO2-reductie in het Klimaatakkoord — KNAW

[5] Aardgas: vervuilende brandstof of groene optie? - Red Pers    

vrijdag 25 februari 2022

Wetenschap en beleid

 

Wetenschap en beleid

Begin 2020 spraken velen grote hoop uit over hoe in ons beleid de rol van expertise eindelijk zou groeien. Gedurende heel de coronacrisis hoorden we aanmaningen om 'de wetenschap te volgen'[1]. Inderdaad, zinnen als "volg de wetenschap" en "volg het bewijs" werden een soort strijdkreet in de eerste maanden van de pandemie, vooral inzake allerlei restricties.

Hopelijk is het inzicht ondertussen groter dat wetenschap vaak vooral complex, onvolledig en zelden afgerond is. We hebben in de pandemie naast voorbeelden van goede wetenschap ook heel wat problemen gezien. Nog te weinig wordt er ook voor het grote publiek toegegeven dat het zogenaamde proces van ‘peer review’ problemen kent. Alleen al door de explosie van publicaties wordt het moeilijk maar ook allerlei biases verwant met tunnelvisie.

Zelfs wanneer het volgen van de wetenschap duidelijk lijkt, is het niet aan wetenschappers om de waardeoordelen te maken die onvermijdelijk zijn bij de uitvoering van het beleid. Vaak zijn er zoveel invalshoeken, zoveel wetenschappelijke disciplines ook die aangesproken kunnen worden, dat zowat altijd meer dan één beleidsoptie compatibel is met wat wetenschappers kunnen aanreiken. Besturen is kiezen. Wetenschap kan in het beste geval aantonen wat de impact van schoolsluitingen zijn op de verspreiding van het virus en de gevolgen voor de leerachterstand van de kinderen. Wetenschap kan niet zeggen of de scholen dan open of dicht moeten.

Adviescomités

Wie goed opgelet heeft, zag dat het vaak enkele wetenschappers waren die waarschuwden dat in beleid het niet zomaar voldoende is om de kreet te slaken “volg de wetenschap”. De werkelijkheid was dat politici advies bekwamen via een complex netwerk van wetenschappelijke adviescommissies. Het proces van het organiseren van kennis voor beleid door middel van adviescommissies is zowel politiek als wetenschappelijk. Het gaat er bijvoorbeeld al om dat meerdere wetenschappers tot verschillende inzichten komen. In de coronacrisis zagen we ook dat meerdere landen tot ander beleid kwamen. Er zijn landen waar er geen strikte lockdownpolitiek was. Aan de andere kant van het spectrum had je Nieuw Zeeland en Australië met extreme restricties. Deze verschillen worden verklaard door politiek en niet wetenschap.

Tradeoffs

Wat meerdere disciplines inzake volksgezondheid gemeenschappelijk hebben met de economische discipline is de noodzaak om “tradeoffs” duidelijk te presenteren aan de politieke beslissers. De economische wetenschap is van meet af aan door kenners beschreven als de discipline die onbedoelde neveneffecten van beleid moet blootleggen. Het is essentieel te toetsen of beleidsintenties ook effectief gerealiseerd worden door het gevoerde beleid. De vergelijking met de noodzaak om bij geneesmiddelen een goede bijsluiter met de neveneffecten is een gepaste.

Een cruciaal onderdeel van beleidsevaluatie is dat deze gebeurt met een blik op de brede impact. Evidentie verzamelen over beleidseffectiviteit impliceert ook steeds een transparante bijsluiter over de beperkingen van bijvoorbeeld biostatistische modellering. In het Verenigd Koninkrijk gebeurde het dat de hoofdonderzoeker toegaf enkel “worstcase scenario’s” opgenomen te hebben omdat de ervaring leerde dat alleen die scenario’s gebruikt werden door de beleidsinstanties… Kleine veranderingen in de aannames van de modelmakers kunnen grote effecten hebben op de schattingen en implicaties.

Chilling

Iets waar we het toch ernstig over moeten hebben, is de mate waarin beperkingen werden toegepast op het vrije debat. Het is duidelijk dat velen aarzelen om belangrijke discussies te voeren in het verhit klimaat waarin we leven. Terughoudendheid wegens dergelijke chilling effecten is echter problematisch. Ik ben persoonlijk benieuwd hoe in de opleiding journalistiek gesproken zal worden over de strategie van sommige experten die het tegensprekelijk debat wel erg moeilijk hebben gemaakt. Debatten onder gezondheidseconomen over hun discipline moeten de komende tijd wel erg boeiend worden.

Wetenschap censureert niet. In de loop van de pandemie verwijderde YouTube video's van universiteitsprofessoren met onpopulaire opvattingen. Het hele ideaal dat we ideeën moeten confronteren, bespreken, debatteren en weerleggen, werd niet bepaald gehonoreerd. De meeste “dissidente” ideeën zullen foutief blijken te zijn. Academische vrijheid omvat echter ook het idee dat we toestaan dat veel mensen ongelijk hebben, zodat sommigen gelijk kunnen hebben. Dat betekent niet dat we blindelings alles accepteren wat mensen zeggen, in feite betekent dit het tegenovergestelde, we moeten ze ondervragen en uitdagen. Het gaat erom een omgeving te creëren waarin mensen hun zaak kunnen beargumenteren, zelfs als ze in eerste instantie onpopulair zijn.

Praktijk

Wat in theorie werkt, werkt in de praktijk niet altijd. Er zijn onderzoekers gespecialiseerd in de studie van de kloof tussen wat werkt in ideale omgevingen en wat werkt gezien de rommelige realiteit van de echte wereld.[2] In de coronacrisis hebben we vaak verwijten gezien aan het publiek dat ze aanbevelingen niet opvolgden. Het is echter aan het beleid om te achterhalen waarom de boodschap niet overkomt en hoe de acceptatie van het beleid te verbeteren. Wat er gebeurt als wetenschap het echte leven ontmoet, is toch wel de essentie bij overheidsbeleid[3].

Transparantie

Lang voor de coronacrisis[4] schreef de topadviseur in Nature een oproep voor open debat en het transparant maken van wetenschappelijk advies in het gezondheidsbeleid. In het VK zijn de notulen van belangrijke adviesgroepen (waaronder SAGE) nog steeds niet gepubliceerd. Er zijn ook in veel landen voorvallen waar belangrijke wetenschappers geweerd werden uit adviescomités omdat ze belangrijke politici hadden bekritiseerd[5]. Wat ook meermaals werd aangetoond is dat wetenschappers in staat zijn om net dat advies te formuleren waarvan ze weten dat de politiek verlangt.[6] Academische integriteit en rekenschapsmechanismen in politiek en beleid zijn fundamenteel als we willen komen tot een goede verhouding tussen wetenschap en beleid.

 

 

 

 

 

Ivan Van de Cloot hoofdeconoom Itinera ­Institute en auteur van het boek “Overheid+ Markt, het beste van beide werelden”



[1] Stevens, A. Governments cannot just ‘follow the science’ on COVID-19. Nat Hum Behav 4, 560 (2020).

[2] Westerlund A, Sundberg L, Nilsen P. Implementation of Implementation Science Knowledge: The Research-Practice Gap Paradox. Worldviews Evid Based Nurs. 2019 Oct;16(5):332-334.

[3] Vinay Prasad, What Does 'Follow the Science' Mean, Anyway? — Science is a tool, not a prescription for policy on COVID-19, November 23, 2020 https://www.medpagetoday.com/opinion/vinay-prasad/89856

[4]Christl A. Donne,  Four principles for synthesizing evidence Reward the creation of analyses for policymakers that are inclusive, rigorous, transparent and accessible, Nature, Vol. 558, Juni 2018: 361-364

[6] Stevens, A. (2007). Survival of the Ideas that Fit: An Evolutionary Analogy for the Use of Evidence in Policy. Social Policy and Society, 6(1), 25-35.

donderdag 17 februari 2022

Programma

Inhoud
1. Wetenschap en beleid:  Dirk Lafaut?
2. Sciensano/Steven Van Gucht/Geert Molenberghs/erika Vlieghe
3. Kathleen Van Heursewyn: 
4. Spreker over adviescomités en rol experten : Luc Bonneux
(5. iemand van Nederlandse onderzoeksraad?)

Moderatie: Dave Sinardet/Patrick Loobuyck

1. Wetenschap en beleid: D. Lafuit

(wetenschapsfilosoof / instituut voor de overheid?)

2. Steven Van Gucht/Geert Molenberghs/Erika Vlieghe/

3. Kathleen Van Heursewyn: pandemieplan als een voorbeeld van rampenplannen

maatschappelijk, overkoepelend doel vooropstelle waardoor evenwicht tussen meerdere 

Kernbegrippen  multidisciplinariteit, coördinatie en scenariodenken. Operationeel vereisen risico- en crisisdenken een dynamisch beheer, gebaseerd op het principe van continu verbeteren. 

Rol voor experten in risico- en crisismanagement die opgeleid en getraind zijn om complexe crisissituaties te beheersen.

Brede Impactanalyses


4. Spreker over adviescomités zoals voorgesteld in Wintermanifest (L. Bonneux ):  centraal adviescomité van onafhankelijke generalisten dat de samenwerking tussen beleid enerzijds en experten anderzijds faciliteert,  gebaseerd op het model dat aan de basis ligt van de NICE in het Verenigd Koninkrijk. 

-Werking: expertisedomeinen en notule/ methoden voor capteren collectieve intelligentie

-vorm en inhoud van de adviezen van het adviescomité; beschrijving aannames, scenario's, ethisch luik

-De rol van de adviezen in de politieke besluitvorming.

(5. iemand van Nederlandse onderzoeksraad voor de veiligheid?

Toen de coronacrisis zich ontwikkelde van een infectieziekte-uitbraak tot een maatschappelijke crisis, werd de roep om meer aandacht te schenken aan de maatschappelijke effecten groter. Het bleek echter niet eenvoudig om effecten als de eenzaamheid onder ouderen, toenemende maatschappelijke onrust of zorgen over het welzijn van jongeren inzichtelijk te maken, laat staan te kwantificeren. Het vergaren van signalen op sociaal-maatschappelijk terrein en op het vlak van ethiek en welzijn ten behoeve van de besluitvorming gebeurde niet structureel en was geen onderdeel van de formele crisisstructuur. Ook werden de wel beschikbare kwalitatieve data en signalen niet structureel van een duiding voorzien in relatie tot de kwantitatieve data van de infectieziektebestrijding. Hierdoor kreeg, ondanks alle adviezen en signalen over de effecten van de maatregelen van partijen buiten de crisisstructuur, de kwalitatieve informatie geen gelijkwaardige positie ten opzichte van kwantitatieve informatie. De kwantitatieve data over besmettingen, ic-bezetting en R-waardes bleef daarmee de dominante factor in de advisering en besluitvorming.

)

donderdag 10 februari 2022

Expertise, beleid en communicatie

Expertise, beleid en communicatie

In februari 2020 zagen we de coronacrisis dichterbij komen en wisten we al dat tot heel ingrijpende maatregelen zou leiden. Het lijkt essentieel dat we collectief nog tot een brede evaluatie komen van de proportionaliteit van het gevoerde beleid. Of het nu gaat over schoolsluitingen, mondmaskerplicht of quarantaineregels op scholen, het is duidelijk dat er met name over de maatregelen voor kinderen wel heel pertinente vragen gesteld kunnen worden. 

Perspectief

Zelf benadrukte ik in maart van 2020 in meerdere stukken dat we dan misschien wel een ongeziene tijd tegemoet gingen maar dat we nooit mochten vergeten "dat we niet China zijn". Op die manier probeerde ik al te waarschuwen voor het verliezen van elk perspectief en het verloochenen van onze waarden. Net zoals na terroristische aanslagen er voor moet gewaakt worden om geen maatregelen te nemen die eerder in een repressieve politiestaat thuishoren. Als je je maatschappij voor onheil wil beschermen, is het essentieel dat je dat niet doet op een wijze die de essentie van die maatschappij ondermijnt. 

Een van de zaken wel erg intrigeren is de wijze waarop nogal wat media gehandeld hebben in deze crisis. Stelt u zich ook soms de vraag hoe deze periode aan bod zal komen in de opleidingen journalistiek? Wordt daar dan gesproken over de strategie van sommige virologen om in een pandemie omnipresent te zijn in de media zodat er “one voice, one message” is. Hoe gaan we immers om met de realiteit dat bij grote onzekerheid er niet per se één wetenschappelijk inzicht bestaat. Hoe omgaan met "afwijkende visies"? Wat je dan hoort is dat publiek gezondheidsbeleid nog iets anders is dan gezondheidswetenschap. Ik denk dat daar velen vandaag zich inderdaad wel iets kunnen bij voorstellen. 

Het is echter de vraag dat dit dan betekent dat de visie van die experten dan per se moet domineren die stellen dat het eigenlijk wel goed is dat in een bepaalde fase van een pandemie de politiek zich eigenlijk verstopt achter experten. Publiek gezondheidsbeleid bevat onvermijdelijk ook een strategie om met communicatie en media om te gaan. Ook daarover kunnen echter meerdere visies bestaan, de ene al autoritairder dan de andere. We hebben ook sterk ervaren dat die niet per se helemaal overlappen met de klassieke opdeling tussen links of rechts. 

Wat we ook ondervonden hebben is dat de bevolking zelf verdeeld is over de mate waarin een overheid paternalistisch kan optreden in een gezondheidscrisis. In elk geval toont dit dat de menselijke natuur deels wel elementen bevat die de mens vatbaar maakt voor een overheid die zich de een ‘ouderrol’ aanmatigt. In welke mate gaan segmenten van de bevolking zich ook meer als kind gedragen, als ze als kind worden aangesproken?

Fascinerende vragen genoeg die zich opdringen in deze tijden. Een exit uit de coronacrisis impliceert dan wellicht niet alleen het geleidelijk versoepelen van beperkende maatregelen. De vraag is ook in welke mate die exit een normalisering zal inhouden op het vlak van de relatie tussen de overheid en bevolking, bijvoorbeeld op het vlak van vrijheden en verantwoordelijkheden.

Alternatieven

Het is toch wel essentieel te erkennen dat verschillende landen wel degelijk andere keuzen hebben gemaakt. Zeker ook op het vlak van communicatie. Zo zijn er landen waar angst veel centraler stond in de overheidscommunicatie (om maatregelen te doen naleven) dan in andere landen. Het is belangrijk dat onderzocht wordt hoe finaal die alternatieven andere resultaten hebben opgeleverd, bijvoorbeeld ook voor de mentale gezondheid van kwetsbare groepen. 

Wat de (overheids)communicatie naar de bevolking betreft in tijden van crisis en pandemie bestaan er reeds lang inzichten. Glen Nowak van de CDC stelt: “Goede communicatie over gezondheid en risico betekent dilemma's delen, informatie vrijgeven en transparant zijn” Dick Thompson van WHO Pandemic and Outbreak Communication schoof vertrouwen, transparantie, vroegtijdigheid van communicatie (ook over onzekerheden), luisterbereidheid, en het belang van eerlijkheid, als principes naar voren*. Dat in sommige landen het er wel eens heel anders aan toe ging dan in deze aanbevelingen, roept toch vragen op die beantwoord mogen worden. Opnieuw is het opmerkelijk vast te stellen dat de communicatie in de coronacrisis in eigen land vaak zelfs niet gestuurd werd door aanbevelingen vanuit een deontologische code van de FOD volksgezondheid. Eerder werd die bepaald door de lijn die enkele experten zelf dachten te kunnen of moeten aanhouden (maar die wel erg gretig daarin gefaciliteerd werden door nogal wat media). 


Ivan Van de Cloot


*https://niemanreports.org/articles/communicating-news-of-an-outbreak/ 

vrijdag 21 januari 2022

Besluitvorming in de coronacrisis

 

Besluitvorming in de coronacrisis

De coronacrisis heeft in dit land al veel opmerkelijke discussies opgeleverd, niet in het minst over hoe besluitvorming tot stand komt. In maart 2020 spraken velen grote hoop uit over hoe in ons beleid de rol van expertise eindelijk zou groeien. Persoonlijk zag ik echter ook al veel problemen opdoemen die zich ook effectief hebben voorgedaan. De samenstelling van adviescommissies en welke disciplines daarin wel en niet vertegenwoordigd zijn is al een cruciale keuze. Uiteraard is hun deskundigheid essentieel maar evengoed gaat het om de mate waarin ze zich houden aan hun rol.

Vanaf de eerste dag vond ik het evident dat er 1 woordvoerder zou aangesteld worden die als ambtenaar deze rol zou opnemen. Als zijn of haar geloofwaardigheid door welke reden dan ook aangetast zou worden, kon die onmiddellijk vervangen worden. Het is vanzelfsprekend dat we het probleem aankaarten dat de crisis te veel vanuit een beperkte set aan disciplines beheerd werd.

Brede maatschappelijke impactanalyse

Hoewel het grote knelpunt het aantal bedden op intensieve zorgen bleek (daarover een andere keer meer), is het extreem belangrijk dat finaal beslissingen gebaseerd worden op een impactanalyse voor alle relevante maatschappelijke dimensies. Inzake het medische luik alleen al is er zoveel meer dan alleen covid. In de literatuur wordt er gesproken over fenomenen als groepsdenken en tunnelvisie. We zien soms dat die termen als een belediging benoemd worden, maar dat bevestigt eigenlijk net de analyse. Mensen met een sociaal wetenschappellijke achtergrond zullen altijd ervan uitgaan dat dergelijke problemen in elk comité of vergadering kunnen optreden. Het vergt al een bepaalde ingesteldheid om te denken dat jouw commissie daar niet kwetsbaar voor kan zijn.

Gezondheidseconomie

Een goede evaluatie van het beheer van de coronacrisis zal wellicht pas binnen enkele jaren gebeuren. Daarvoor moet immers niet alleen gekeken worden naar oversterfte door covid maar ook de impact op heel de maatschappij gaande van mentale gezondheid, over economische ontwrichtingen tot cognitieve impact op kinderen. In feite is dit waartoe de gezondheidseconomie als discipline een onderbouwd kader en instrumenten voor aanreikt. Ook in andere landen kwam dit echter slechts heel problematisch aan bod. In Nederland waren er zelfs een aantal gezondheidseconomen die zich terugtrokken uit het debat op aanbeveling van de veiligheidsdiensten na zware bedreigingen.

Bij gebrek aan een integral afwegingskader zoals aangeboden door de gezondheidseconomie krijg je al te vaak rapporten die wel gewag maken van de problemen van uitgestelde zorg, sociale en psychische kosten maar waar die fenomenen niet echt expliciet gewogen worden tegenover de directe gezondheidsheidschade inzake covid. Nochtans zou het de politieke keuze veel explicieter maken als beslissers werkelijk de afweging zien tussen bijvoorbeeld gewonnen levensjaren vandaag versus door covid versus verloren gezondheidsjaren later. Het niet-benoemen ervan verhindert niet dat je finaal die afweging wel doet. Je wil ze natuurlijk wel zo onderbouwd mogelijk doen en daarom moet je ze expliciteren.

Het is een wetenschappelijk feit dat bijvoorbeeld de opgelopen leerachterstand ten gevolge van schoolsluitingen en lange quarantaines mogelijk meer levensjaren kunnen kosten dan COVID-19 zelf. Net zoals het bijvoorbeeld voor Nederland geraamd kan worden dat uitstel en afstel van reguliere zorg voor kankerpatiënten 750.000 verloren levensjaren met zich mee kan brengen de volgende 5 jaar. Dit is een veelvoud van het aantal levensjaren dat in 2020 en 2021 door corona direct verloren is gegaan... (1)

Niet alleen hebben we wetenschappelijke kennis over de impact van leerachterstand maar ook van huiselijk geweld dat stijgt tijdens lockdowns, de impact van stress en angst op geboortes..  (2)

Zou finaal zo’n expliciete afweging in een coherent kader een verschil gemaakt hebben? Onvermijdelijk wel, maar hoe precies blijft natuurlijk speculatief. Hoe gaan ze er bijvoorbeeld mee om dat in de besluitvorming voor de recurrente gezondheidsuitgaven een norm van 80.000 euro voor een extra levensjaar wordt gebruikt en het er nu met schoolsluitingen en uitgestelde zorg erop neerkwam dat deze norm tot wel tienmaal overschreden werd (3)? Ik hoop dat wetenschappers meer en meer onderbouwde en brede afwegingskaders zullen benutten om het lange termijnbeleid te onderbouwen.

Chilling effecten

Het is duidelijk dat velen aarzelen om belangrijke discussies te voeren in het verhit klimaat waarin we leven. Dat veel gezondheidseconomen erg afwezig waren in het debat zal daar wellicht verband mee houden. Terughoudendheid wegens dergelijke chilling effecten om de vergelijking tussen verloren levensjaren door covid zelf en lagere levensverwachting door schoolachterstand te maken is echter problematisch. De realiteit is immers wat ze is. Discussies worden vaak gevoed door onbegrip over de methode. Het is bijvoorbeeld niet zo dat goede economische evaluaties blind zijn voor de gevolgen van grotere virusverspreiding. Al heel vroeg ontwikkelden belangrijke economische onderzoekers modellen (bv. een zogenaamd meervoudig risico SIR-model) die zowel de virologische evolutie van de pandemie als de bredere maatschappelijke factoren integreerden (4). Zo’n analyse kan bijvoorbeeld aantonen dat een schoolsluiting niet meer doet dan een besmetting van vandaag reduceren voor een besmetting iets later. Misschien is het wel zo dat er te weinig kennis was in andere disciplines over de modellen ontwikkeld door economen terzake. Misschien kan dit benoemd worden als een probleem van interdisciplinariteit waarbij de beoefenaars van de ene discipline te weinig zicht hebben op wat er gebeurt in andere disciplines. Het afwegen van kosten van verloren levensjaren door covid tegenover nevenschade leidt overigens nooit tot de conclusie dat er geen ingrijpen nodig is op viruscirculatie. Wel leidt de afweging veel sneller tot het aanbevelen van selectieve maatregelen in tegenstelling tot algemene lockdowns (5). Debatten onder gezondheidseconomen over hun discipline moeten de komende tijd wel erg boeiend worden.

 

Ivan Van de Cloot

 

(1) Baarsma, B., Eline van den Broek-Altenburg, Gerard van den Berg en Coen Teulings 'Langetermijnbelangen worden bij aanpak corona veronachtzaamd' – ESB, 10 juni 2021

(2) Almond, D., J. Currie en V. Duque (2018) Childhood circumstances and adult outcomes: act II. Journal of Economic Literature, 56(4), 1360–1446.

(3) Teulings, C. School-closure is counterproductive and self-defeating, Covid Economics, Issue 69, 18 February 2021, CEPR Press (pp 166-175)

(4) Daron Acemoglu & Victor Chernozhukov & Iván Werning & Michael D. Whinston, 2021. "Optimal Targeted Lockdowns in a Multigroup SIR Model," American Economic Review: Insights, American Economic Association, vol. 3(4), pages 487-502          

(5) Miles, D., Stedman, M., & Heald, A. (2020). Living with COVID-19: Balancing costs against benefts in the face of the virus. National Institute Economic Review, 253, R60–R76. Rowthorn, R., & Maciejowski, J. (2020). A cost–beneft analysis of the COVID-19 disease. Oxford Review of Economic Policy, 36(S1), S38–S55.

vrijdag 26 november 2021

podcast

 Overheid plus markt: vier rollenspelers

Uitdeinende sfeer van de overheid= de Schumpeter thesis 

Overheid= Kerntaken

Markt= welvaartscreatie

Civiele maatschappij= spontane verbanden 

Burger Eigen verantwoordelijkhei

=== Rekenschap overheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid bedrijven

UITDAGINGEN

lage productiviteitsgroei

monopolistische tendenzen

Column

De Verlichting uit evenwicht

Vertrouwen als lijm, instituties en persoonlijke vrijheden


dinsdag 6 april 2021

Subsidieziek

Subsidieziek

Laten we het als gemeenschap onder ogen zien: Vlaanderen is subsidieziek. Dat kost niet alleen handenvol geld. Het is ook meer dan corrosief voor de gemeenschap. Vorige eeuw analyseerde Joseph Schumpeter de invloed van een zonder grenzen uitdijnende overheid op de maatschappij. Steeds meer mensen worden daarbij zelf in de overheidssfeer getrokken. Steeds minder zijn bereid of in staat een kritische houding aan te nemen tegen de cultuur die daarbij ontstaat.

De zaak rond Lets go urban zal zijn beslag krijgen voor de rechter. Wat nu voor iedereen wel overduidelijk werd, is hoe gemakkelijk sommigen enorme subsidies krijgen. In een land dat nochtans wat beter op de aanwending van openbare middelen zou moeten letten. Kan nu eindelijk het fatsoen tegenover de belastingbetaler opgebracht worden om zich over de Vlaamse subsidiecultuur te bezinnen? 

Subsidiecultuur

België verleende net voor de coronacrisis 3,8 procent van het bbp aan subsidies, tegenover 0,9 procent in Duitsland en 1,2 procent in Nederland. In 2004 lag dit niveau in ons land nog op 1,7 procent. Sindsdien namen de subsidies tegen een jaarlijks gemiddelde van 8,7 procent toe. In Nederland zijn de subsidies over heel die periode stabiel gebleven als aandeel in het nationaal inkomen terwijl ze in Duitsland zelfs gedaald zijn.

Subsidiestelsels worden niet of niet genoeg geëvalueerd op het vlak van doeltreffendheid en doelmatigheid. De overheid stelt zich vaak al tevreden bij het nagaan of de betaling effectief gebeurd is. Dit schendt belangrijke principes van goed bestuur.

Subsidies dienen ten minste op twee manieren getoetst: bereiken ze het beoogde effect en vormen ze de efficiëntste wijze om dat resultaat te bewerkstelligen? Het is best mogelijk dat het gewenste gedrag ook zonder subsidie was gerealiseerd of de baten niet opwegen tegen de kostprijs. Ook moet steeds bekeken worden in welke mate een gesubsidieerde organisatie te eenzijdig afhankelijk is van subsidies. Dit kan snel excessen naar boven doen komen omdat er misschien een politieke logica is om iets te subsidiëren dat onvoldoende maatschappelijk gedragen wordt. Bovendien kan voor heel wat zaken bepleit worden dat de overheid best alleen maar tijdelijk ondersteunt om een duw in de rug te geven en dat na een initiële periode de zaak op eigen benen moet kunnen staan. Dit geldt overigens ook vaak voor ondersteuning van onderzoeksprojecten. Het totale budget aan onderzoeksgelden kan dan wel op peil gehouden worden maar er dient typisch een grote rotatie in dat budget te gebeuren.

Maatschappelijke kosten

De kostprijs van subsidies omvat ook de administratieve kosten om de subsidie uit te geven én op te volgen. Als door subsidies onrendabele bedrijven blijven bestaan, kunnen ze ook de groeimogelijkheden van de gezonde bedrijven belemmeren. De overheid dient steeds te bewaken dat ze private ondernemingen niet zelf ongepaste concurrentie aandoet met belastinggeld. Of dat ze geen activiteiten verdringt en scheeftrekkingen veroorzaakt met subsidies en andere interventies.

Er het risico van zogenaamde ‘rent seeking’. Private spelers gaan hoge kosten aan om bepaalde subsidies binnen te halen. Lobbying om onproductieve activiteiten van overheidswege te laten ondersteunen, houden een grote verspilling voor de maatschappij in.

Een cruciale discussie betreft de kostendekkingsgraad  bij overheidsinterventies. Vaak is het gezond dat de gebruiker zelf een voldoende aandeel van de werkelijke kostprijs betaalt. Dit kan dan gezien worden als een bewijs dat de gebruiker echt de overheidsinterventie waardeert. Dit speelt bijvoorbeeld bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn waar de kostendekking door de reizigers momenteel slechts ongeveer 20 procent bedraagt. Vlaanderen alleen al telt tientallen agentschappen die in nogal wat gevallen zelf bestaan uit deelentiteiten. De sanering van die jungle is een werk van lange adem, als die tenminste meer inhoudt dan een cosmetische operatie met louter verschuivingen en naamsveranderingen.

In alle regio’s blijken subsidiestelsels zo’n hoge mate van complexiteit te vertonen dat er ondertussen eenhele adviesindustrie op is gebaseerd De vraag is of de verhouding tussen grote & kleine bedrijven door deze subsidiemechanismen scheefgetrokken wordt

Gebruik belastingsgeld voor rolmodellen

In al de discussie over Lets Go Urban valt het op dat er weinig de vraag gesteld wordt over de mate dat het gepast is voor de overheid om dergelijke activiteit te steunen los van de vraag rond eventuele fraude. Dus dit is ook een pleidooi voor eens een stap terug te zetten voor reflectie. Is het zo evident dat de overheid iemand uitkiest als rolmodel? Het is een feit dat veel andere gelijkaardige initiatieven helemaal niet dergelijke financiering bekomen vanwege de overheid.

Het is redelijk om te stellen dat het veel evidenter is als het ondersteunen van rolmodellen gebeurt vanuit de civiele maatschappij. Zonder gebruik belastinggeld waaraan iedereen verplicht dient bij te dragen, krijgt het een heel andere gedaante. Namelijk het benutten van de vrijheid. Is het zo verkeerd om te denken dat de overheid hier toch terughoudender in moet zijn? De overheid die geld uitdeelt aan doelgroepen allerhande... Hoe ver staat dit af van het kopen van stemmen? In het boek Overheid + Markt pleit ik ervoor dat de overheid terughoudender moet zijn in het koloniseren en zelfs verpletteren van de andere sferen van de maatschappij. Een gezonde maatschappij bestaat naast een sterke overheid die binnen streng gedefinieerde limieten opereert, ook uit voldoende ruimte voor welvaartscreatie door een vrije markt, een civiele maatschappij en de eigen verantwoordelijkheid van elkeen. Onderschat wordt in welke mate de overheid andere sferen kan bedreigen door hen te verpletteren met belastingsgeld (o.a. omdat dit de eigen verantwoordelijkheid uitholt).

 

In dit land worden dergelijke vragen echter minder gesteld dan elders. Ons middenveld is lang eerder een top down verlengstuk geweest van machtstructuren dan spontaan gegroeide verbanden van mensen die eigen verantwoordelijkheid beseffen. Identiteitspolitiek voeren met belastingsgeld? En hoe denkt men dat de rest van de bevolking dit ervaart. (Als je de juiste kenmerken hebt als mens krijg je meer geld?) Het is zelfs niet evident om de vraag te stellen. Zoals al velen opgemerkt hebben: onze periode kent veel minder vrijheid dan die van enkele decennia geleden. We leven echter in opmerkelijke tijden. Ironisch genoeg krijgen economen van politologen vaak het verwijt te willen depolitiseren en te technocratisch te denken, maar nu lijkt het alsof er wel een groep staat te springen voor een technocratisch bewind van virologen.