maandag 24 april 2023

holmes

 

 1919 talked about free trade in ideas

 

Waar ik wel eens aan moet terugdenken is de McCarthy-periode in de VS. De mens is collectief in staat tot hysterie en opdat we dat niet vergeten wordt dat van tijd tot tijd nog eens aangetoond.

Punt dat ik hier vooral wil maken is dat het geloof in


 

Een fascinerend iets is dat, ook vandaag, men nauwelijks beseft hoe sterk men in een bubble van gelijkgestemden vertoeft. Bij veel economen heb ik al jaren de indruk dat ze alle problemen reduceren tot de vraagzijde van de economie. Je zou denken dat na een periode van meer dan 10 procent inflatie dit ingezien zou worden. Ondertussen zit dit fenomeen van selectieve blindheid echter al veel dieper dan vermoed.


vrijdag 31 maart 2023

schoonheid

Het Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg (KCE) liet vorige week weten dat de uitgaven van de ziekteverzekering voor plastische ingrepen in ons land in elf jaar tijd meer dan verdubbeld zijn. In 1995 betaalde het Riziv 78.000 plastische ingrepen terug. Dat kostte toen 10,1 miljoen. In 2006 was het aantal ingrepen gestegen tot 110.000, met een kostprijs van 21,1 miljoen. Veel ingrepen (35.800) werden uitgevoerd om brandwonden en huidtumoren te herstellen. Van de ingrepen op oogleden, neus, buik en borsten zit echter een derde in de schemerzone tussen puur esthetische ingrepen en medisch verantwoorde reconstructies. Los van ieders mening is het sowieso economisch niet vanzelfsprekend dat de ziekteverzekering daarvoor moet tussenkomen. Laten we beginnen met een aantal feiten. Mooie mensen verdienen meer dan minder mooie mensen. Hoe we dat weten? Uit hard economisch onderzoek gepubliceerd in the American Economic Review: mooie mensen verdienen 5 procent meer dan mensen met een gemiddeld uiterlijk. Het verschil in verloning tussen de 'gemiddelde' en de lelijke mens is nog groter: 9 procent . Als die Amerikaanse resultaten ook opgaan voor België, bedraagt de 'premie voor schoonheid' ongeveer 1.600 euro, terwijl het inkomensverlies voor de minder mooie medemens tot 2.900 euro per jaar zou oplopen. Uiteraard wordt daarbij gecorrigeerd voor andere eigenschappen zoals opleiding, leeftijd en geslacht. Meten is weten, maar hoe meet je schoonheid? De onderzoekers vroegen aan de enquêteur om de geïnterviewde ook een rating of waardering toe te kennen op een schaal van één tot vijf (opvallend mooi, bovengemiddeld voor zijn/haar leeftijd, gemiddeld, benedengemiddeld voor leeftijd, lelijk). Uiteraard is schoonheid relatief: als norm verschuift ze bijvoorbeeld in de tijd. In de periode van Rubens werden magere mensen als een slechte keuze op de arbeidsmarkt beschouwd maar ook in het huwelijk. Ook van cultuur tot cultuur durft het concept schoonheid te verschillen: het plaatsen van een schijf in de lip om die uit te rekken wordt bij ons meestal niet als mooi beschouwd, wel zo bij de Ubangi in Oost-Congo. Enigszins verrassend misschien is dat academici het roerend eens zijn dat er in een bepaalde cultuur op een bepaald moment een grote consensus bestaat over de schoonheidsnorm, en dat dat slechts langzaam verandert. Overigens hangt niet alleen het wat vage concept 'schoonheid' positief samen met inkomen, ook voor de lengte geldt dat. De helft van de mannelijke gedelegeerd bestuurders van de top 500-bedrijven in de VS bleken meer dan 7,5 centimeter langer dan de gemiddelde Amerikaanse man. 30 procent van hen meet zelfs meer dan 1,88 meter (tegen 3 procent van de bevolking). Meer algemeen blijkt dat per centimeter die een blanke man meer meet, hij 1,5 procent meer verdient. Een andere studie toont dat blanke vrouwen die aan obesitas lijden 17 procent minder maandloon mee naar huis brengen. Opvallend is dat dat verschil niet bestaat voor mannen. Recent onderzoek schrijft 20 procent van de schoonheidspremie toe aan het feit dat mooiere mensen meer zelfvertrouwen hebben. De meesten onder ons zullen dergelijke schoonheidspremie aanvaardbaar vinden in de wereld van film en televisie. Het zal voor iedereen duidelijk zijn dat er een groot welvaartsverlies gecreëerd zou worden als de overheid zou dicteren dat Phaedra Hoste als model vervangen zou moeten worden door ondergetekende. De markt kent een premie toe in domeinen waar uiterlijke kenmerken belangrijk zijn. Uiteraard is uiterlijke aantrekkelijkheid niet gelijk verdeeld over de bevolking, maar dat geldt niet enkel voor uiterlijke kenmerken. Zoals burggraaf Mark Eyskens pleegt te zeggen: als er iets ongelijk verdeeld is, dan is het wel intelligentie, alleen denkt iedereen over een even grote dosis te beschikken. Een scheve verdeling in schoonheid dus: moet de overheid interveniëren om deze sociale onrechtvaardigheid te bekampen, bijvoorbeeld door plastische chirurgie te subsidiëren? Dat lijkt toch niet zo een goed idee. Schoonheid is namelijk een relatief concept: als iedereen plastische chirurgie ondergaat, zal de rangschikking op zich niet wijzigen. Voor een individu kan het rationeel zijn om hier geld aan te spenderen, maar voor de maatschappij als geheel zou dit overeenkomen met verspilling van middelen. Als we bovendien daarin gaan tussenkomen, moeten we dat dan ook doen in de partnerkeuze: wat is er immers nog onrechtvaardiger dan de mogelijkheid voor aantrekkelijke mensen om hoogverdienende partners aan te trekken? Gaan we straks ook een bezoek aan het schoonheidssalon terugbetalen? -- Ivan Van de Cloot is hoofdeconoom van Itinera Institute, een onafhankelijke denktank voor duurzame economische groei en sociale bescherming. 

zaterdag 4 maart 2023

ratio emotie politiek

 

De mens ziet zichzelf graag als een rationeel wezen. Dat elkeen veeleer vaak door emotie wordt beïnvloed ontkent men typisch. In de politiek komen ratio en emotie samen. Elk heeft zijn plaats, ondermeer omdat politiek tenminste pretendeert dat het representeren van de belangen van de bevolking een essentieel punt is in elke democratie. Nu laat er geen misverstand bestaan dat het wel degelijk belangrijk is dat ook ratio en expertise de kans krijgt om de overheidsactie gepast te onderbouwen. En allerlei maatstaven van onder meer de OESO suggereren dat in ons land expertise typisch minder een plaats krijgt in het beleid dan in onze buurlanden.

“De wetenschap”

vrijdag 10 februari 2023

Parabels voor meer economische geletterdheid

 Hebt u zich al afgevraagd hoeveel economische geletterdheid een 18 jarige heeft in dit land? Hoeveel leerlingen kunnen op die leeftijd een zinvol antwoord geven op een aantal cruciale vragen? Zoals de vraag hoe het komt dat zij al zoveel diensten konden genieten zoals kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg? Van waar komen al die middelen die dat mogelijk maken? Wat is daar voor nodig? Denken ze dat dit enkel komt door de overheid? Of bedenken ze zich al eens dat dit ook alleen maar kan als er voldoende waarde wordt gegenereerd in de economie?

En hoeveel economische geletterdheid kent het gros van onze burgers en nog een pertinentere vraag: hoeveel economische geletterdheid kent het gros van onze politici? In al mijn werk de voorbije 25 jaar heb ik steeds mijn steentje willen bijdragen aan die geletterdheid omdat dit, geloof ik, van cruciaal belang is voor onze gemeenschap. Toen ik vele jaren geleden mijn eerste stappen zette als columnist, schreef ik al wel eens een economische parabel. Laat me dit hier eens een keer opnieuw oppikken. 

Parabel

Er was eens een sympathieke dorpspoliticus Jos die zijn familie graag verwende met kerstmis. Elk jaar stuurde hij de meest dure cadeautjes of enveloppes met geld die de familieleden met verstomming sloegen. Aan de kerstdis werd er steeds druk gepalaverd of dat niet wat overdreven was. En of met dat geld niet anders kon gebruikt worden dan voor de jaarlijkse luxe-items. Tante José en nonkel Eddy stelden dat als Jos nu eens alleen cash zou geven, dit beter benut zou worden. Ze zouden er bijvoorbeeld een meubelstuk bij de lokale schrijnwerker mee kunnen kopen. Dat zou wel de prijs van de meubels en de lonen van de schrijnwerkers kunnen doen stijgen. Dat is dan goed voor iedereen in die fabriek. Diezelfde prijs- en loonstijgingen kunnen echter nadelig zijn voor iedereen die nog een meubelstuk moet kopen. Het zou zomaar kunnen dat het ene net het andere compenseert. De ene groep wint, de andere verliest. 

Een ander familielid suggereert dat iedereen de som best op de spaarrekening kan zetten , zodat andere mensen het kunnen lenen. Op die manier verlaag je (een beetje) de rente volgens neef Regis, wat goed nieuws is voor iedereen die een huis of een auto wil kopen. Waar Regis niet aan denkt is dat die lagere rente slecht nieuws kan zijn voor iedereen die spaart voor zijn pensioen. Opnieuw lijkt wat de ene wint, de andere te verliezen. Tot nu lijkt de conclusie voor de familie dat ze best met hun geld doen wat ze zelf willen en bredere effecten perfect kunnen negeren. 

Nonkel Marc komt met het idee dat als we echt anderen willen helpen, we het geld van Jos niet moeten uitgeven of sparen maar weggeven. Aan wie? Als we het geven aan een kind dat ermee een boekentas kan kopen, dan verhogen we (heel licht) de prijs van boekentassen, wat nadelig kan zijn voor andere kinderen die dat nodig hebben. Het blijft wel overeind dat we zeker een kind aan een boekentas hebben geholpen. 

Zouden we de cadeautjes van Jos ook kunnen weigeren? Zou hij dan geld in de plaats geven? Zou hij leukere dingen cadeau doen? Of zou hij het zelf opdoen? Nicht Katja oppert dat we ook geld kunnen aanvaarden en verbranden. Dan vermindert de geldhoeveelheid en dit zou goed zijn om de inflatie te milderen denkt ze. Dit is goed voor anderen die met hun geld meer kunnen kopen. 

Tot nu toe had niemand de vraag gesteld hoe Jos eigenlijk zelf aan het geld was gekomen. Toen ze dat uitzochten, bleek Jos gewoon de creditcards van elk familielid te gebruiken. Dit begint te lijken op de Belgische staat, die veel geld uitgeeft door schuld op te bouwen. Toen de familie eenmaal door had waar het geld echt vandaan kwam, zagen ze de discussie helemaal anders. Als ze geld hadden willen lenen om een meubel te kopen of een boekentas cadeau te doen, hadden ze niet op Jos moeten wachten. Ze hadden het zelf kunnen lenen. Het is niet dat zijn gebruik van hun credit card hen rijker had gemaakt. Ze moesten het geld tenslotte terugbetalen. Nonkel Peter besluit dat wanneer Jos 1000 euro leent met zijn creditcard en hem 1000 euro overhandigt, hij in de toekomst het geld zal sparen op een rentedragende rekening, zodat er niemand zijn broek scheurt als de lening vervalt. Misschien toch maar ervoor zorgen dat Jos niet zomaar aan onze creditcard geraakt.

vrijdag 3 februari 2023

Evaluatie van het coronabeleid

Zoals Thomas Gevaert recent op twitter stelde is de evidentie rond de effectiviteit van mondmaskers heel conclusief.  Adviseren aan kwetsbare patiënten was de zinvolle aanpak geweest. Verplichten bij iedereen was altijd onzinnig, zeker bij kinderen. En eigenlijk was dat altijd al geweten.  In 2020 was er paniek en werden er nogal wat maatregelen genomen tegen beter weten in. Zelf benadrukte ik het inzicht rond zogenaamde asymmetrische maatregelen. Als dan toch maatregelen genomen worden waarvan de baat erg twijfelachtig is,  beperk je dan zoveel mogelijk  tot diegene waarvan de schade niet te hoog kan oplopen. Schoolsluitingen en dergelijke hoorden daar niet bij want voor een beperkte twijfelachtige baat, loopt men immense risico's op nevenschade. 

maandag 30 januari 2023

Rekenschap

De rode draad in mijn boek "Overheid + Markt" is rekenschap omdat het de sleutel vormt voor veel van de probleemdossiers in ons land. In de Franstalige vertaling van mijn boek wordt dat "reddition des comptes" en in het Engels is er de term "accountability". De dubbele betekenis van correcte rekeningen enerzijds en aansprakelijkheid anderzijds komt dus voor in meerdere talen. Van oudsher was de opvatting dat als macht erin bestaat te handelen, diegene die de handeling controleert dezelfde mate van macht uitoefent. 

Net voor de Glorieuze Revolutie richtte het Engels parlement ondanks felle tegenstand de "Accounts Commission" op. Tegelijkertijd groeide het inzicht dat de transparantie het draagvlak vergrootte voor het bestuur. Frankrijk waar er geen enkele transparantie was over de rekeningen waren er in die tijd niet anders dan belastingsopstanden. Dit terwijl het Engelse belastingsniveau dat van Franrkrijk fors overtrof. Toen meer dan 100 jaar later Jacques Nekker het boek "Compte rendu au roi " publiceerde in 1781 was het een grote bestseller. Er was grote vraag naar openbaarheid inzake de ontvangsten en uitgaven van de staat. Necker zelf stelde dat er geen beter middel was om geruchten en kwaadwillige leugens te bestrijden dan dergelijke openbaarheid: "to constantly make a mystery of the state of finances breeds mistrust". n1

Na de Franse revolutie stelde de "Verklaring van rechten van de mens en de burger" dat de gemeenschap het recht heeft om van elke publieke agent een rekening van zijn administratie te verkrijgen. De burger heeft bij recht van zijn bijdrage aan de staatsfinanciën te weten tot welke aanwending het krijgt. 

zaterdag 31 december 2022

Financiële gebakken lucht

Het is altijd zo geweest dat een grote economische verandering heel veel opportuniteiten creëert voor veel gebakken lucht in het financieel systeem. Dat is misschien onvermijdelijk maar ontslaat niemand van het opbrengen van kritische zin. 

Financiële spelers zijn uiteraard gretig gesprongen op de miljardenstromen die op gang worden getrokken door het klimaatbeleid. De bureaucratische molen die ondertussen daarmee samenhangt is niet meer te overzien. In het Akkoord van Parijs van 2015 werd een rol voorzien voor investeerders in de decarbonisatie. Tot daar geen verrasing. De manier hoe dat echter ingevuld werd, is een ander paar mouwen. Het concept "gefinancierde emissies" zijn de indirecte broeikasgasemissies die toe te schrijven aan financiële instellingen als gevolg van hun betrokkenheid bij het verstrekken van kapitaal of financiering aan de oorspronkelijke uitstoter. Kapitaal moet dus ook zogenaamde "netzero"-doelstellingen hebben. Dat is heel wat minder evident door immense complexiteit en contradicties alom. Uiteraard is dergelijke complexiteit ook het plaatsen van de kat bij de melk. Een complexe jungle van contradicties is ideaal voor handige spelers om het systeem uit te melken. 

Contradicties

Pas het netzeroverhaal maar eens toe in concrete gevallen. Zoals dat zowat steeds het geval is de eerste stap een zogenaamd manifest waarvoor vervolgens zoveel mogelijk ondertekenaars gezocht worden. Voor de financiële sector is dat het "Net Zero Asset Managers Initiative" (The Net Zero Asset Managers initiative – An international group of asset managers committed to supporting the goal of net zero greenhouse gas emissions). De ondertekenaars beloven de gefinancierde emissies tegen een bepaalde datum met een bepaald percentage te verminderen. 

Wat mensen met weinig kennis van het financieel systeem onvoldoende doen is een onderscheid maken tussen de primaire en secundaire handel. Geld ophalen voor een nieuw bedrijf voegt inderdaad een nieuwe activiteit toe. De grootste stromen in het financieel verkeer zijn echter zogenaamde secundaire handel. Als een aandeel van eigenaar verandert, is er van alles financieel gebeurt. De aard daarvan is echter iets heel anders dan het opstarten van een nieuw bedrijf. Het concept van de "gefinancierde emissies" heeft een logische relatie met het opstarten van een nieuwe activiteit. Daarvan kan wellicht ook enigszins consistent geëvalueerd worden wat de impact is op de totale emissies. Dit is echter helemaal anders als gewoon aandelen van eigenaar wisselen. Het punt is dat "primaire financiering" slechts een kleine fractie is van de meeste activa van beheerders of eigenaars. 

Resultaat

De vraag is dan ook wat er werkelijk verandert indien de financiële industrie zo'n initiatief ondertekent. Als één speler zijn aandelen in de oliesector verkoopt worden die per definitie door een andere gekocht. Wat verandert dit aan de reële uitstoot? 

Wat we wel zien is een enorme bureaucratie en legers van adviseurs die zich nu bezighouden met het opvolgen van "doelstellingen". De huidige staat van heel deze papierwinkel is ontluisterend. Op dit moment is helemaal niet gegarandeerd dat er ook maar iets reëel gebeurt als een vermogensbeheerder zich verbindt tot een vermindering van de "gefinancierde emissies" met zeg maar 40%. Het grootste achterpoortje is eerder een mastodont van een poort. Ondertekenaars hebben namelijk bewegingsruimte om te bepalen welke activa ze in hun berekeningen opnemen. Typisch is bijvoorbeeld het geval van de overheidsobligaties die ze in portefeuille hebben. Die sluiten ze typisch uit van hun engagement omdat geen kat weet wat het verband is met emissies. Evengoed is dat echter het geval voor zoveel andere zaken in het financieel systeem zoals geldmarktfondsen. De toezeggingen die de krantenkoppen halen zijn dus een fractie van een fractie.

Het wordt natuurlijk helemaal interessant in het geval van aandelen. Er zijn beheerders die de verklaarde doelstellingen van de overheid van een land zomaar toepassen op alle bedrijven in dat land. Als de overheid vandaag stelt dat de uitstoot tegen 2040 met 30% moet dalen, dan gaan ze ervan uit dat dit ook gerealiseerd wordt door de bedrijven in dat land. Zo kom je natuurlijk snel in cirkelredeneringen terecht natuurlijk. Andere beheerders nemen gewoon de verklaringen van een bedrijf voor waar aan. 

Je kan je voorstellen hoeveel papierwerk gegenereerd wordt waarvan de impact op het uiteindelijke doel hoogst onzeker is. Denk maar aan al de scenario's en berekeningen die volgestouwd zitten met veronderstellingen waar de biostatistische modellen in de coronacrisis bij verbleken. Evengoed is duidelijk dat het papierwerk van dit jaar volgend jaar misschien helemaal moet voorzien worden. Denk maar aan de verandering die de Ukraïnecrisis oplevert aan alle transities die gepland waren van kolen naar gas. Praat maar eens met mensen uit de energiesector en in welke mate zij hun businessplannen feitelijk elk jaar volledig moeten herschrijven door elk jaar opnieuw veranderende overheidsreglementering. Het staat ook al vast dat een lawine van rechtszaken op een bepaald moment zal losbarsten. Al die CEO's die grote verklaringen afleggen rond hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, creëren immers potentiële claims. Vandaag weet een CEO dat hij op dit moment grote woorden terzake moet gebruiken om aan zet te blijven. Binnen enkele jaren als de claims binnenstromen door niet ingevulde beloftes, zullen hun opvolgers de gevolgen met verwerken.  

Is het mogelijk dat uit deze jungle van papierwerk ook positieve gevolgen komen voor het klimaat? Misschien wel. Het is echter zeker dat er immens veel mensen bezig zijn met zaken die goed ogen maar in de praktijk weinig resultaten zullen opleveren. Optimisme is een morele plicht zegt men, maar gezien de mogelijke impact is ook het opbrengen van kritische zin dit evengoed.