vrijdag 17 december 2010

Valt de openbare schuld op toekomstige generaties? (fallacy of composition en andere kwesties)

Onder economen werd er in de jaren 1930 een verwoede strijd geleverd over het concept van de last van de openbare schuld. Tot op vandaag blijft de discussie over begrotingstekorten en de incidentie daarvan erg controversieel. Behoed u voor diegenen die zeggen dat het feitelijk eenvoudig is en dat het per definitie domme mensen zijn die afwijken van de politiek correcte theorie.
De traditionele visie op begrotingstekorten is dat ze tot lager nationaal sparen leiden en dat dit onvermijdelijk leidt tot minder investeren en een handelstekort. (Y=C+I+G+X-M=C+S+T, dus I-S + X-M= T-G)

Ik moet echter menigeen teleurstellen dat deze boekhoudkundige benadering van de kwestie niet het einde van het verhaal is, in se is de benadering zelfs zeer simplistisch (pedagogisch leuk, maar simplistisch).

Economische analyse is geen foto maar een film: we moeten een dynamische analyse maken terwijl we ons vaak verkijken op de statische benadering (cf Fritz Machlup).

De orthodoxe analyse:

Overheidstekorten leiden tot minder sparen omdat aggregatief aanbod bepaald wordt door technologie niet door vraagfactoren. Extra overheidsvraag gaat ten koste van private vraag (crowding out). Consumptie kan niet snel dalen, dus vertaalt de daling in sparen zich in minder investeren.

De onorthodoxe analyse

Abba Lerner schreef in mijn ogen één van de meest amusante introducties tot een economisch artikel ooit in zijn "burden of debt". Zijn argument is dat je onmogelijk iets kan doorschuiven naar de toekomstige generaties omdat ze er (nog) niet zijn. Als toekomstige belastingbetalers opgezadeld worden met schuld aangegaan door de huidige generatie, dan zijn er ook toekomstige obligatie-houders die aan de ontvangende kant zullen staat zodat als we een schuld doorschuiven naar de toekomst, dit noodzakelijkerwijs gepaard gaat van een activum.

Mijn commentaar op dit argument (wat een favoriet is van huidige Keynesianen, ook in België) is dat uiteraard het ook draait om de herverdeling tussen groepen: er is dertig jaar veel schuld aangemaakt (Mathot-doctrine) maar helaas waren mijn ouders niet de houders van al die overheidsobligaties. Verder zouden net Keynesianen eens moeten stilstaan bij de paradox die zit in het volgende. Ze combineren immers inhun hoofd twee zaken tegelijk. Ten eerste wijzen ze (soms terecht) op de negatieve impact van besparen op de economie. Ten tweede stellen ze dat een schuld geen last kan inhouden voor de volgende generatie. Een structureel tekort vandaag betekent echter dat inkomsten structureel tekortschieten tegenover de uitgaven. Als dit later gecompenseerd moet worden door de inkomsten op te krikken, gaat dat dan ook pijn doen. Een bewijs uit het ongerijmde als het ware dat wijst op de spanning tussen de twee ideeën die ze koesteren.

Synthese

Ik ga grif akkoord met de stelling dat we de fout niet mogen maken om logica voor huishoudens over te dragen aan de overheid en het geheel van de economie (fallacy of composition) en dat we ons moeten behoeden voor simplistische redeneringen op basis van de nationale rekeningen op statische wijze. Toch is er vandaag toch wel reden om te stellen dat iemand als James Buchanan ergens gelijk had om in te gaan tegen de voluntaristische stroming van Abba Lerner en zijn functional finance. Ja de overheid kan in theorie de economie stabiliseren door overheidsuitgaven etc maar vandaag zijn we toch ook ontnucherd in de vooruitziendheid van de overheid. Ja het klopt dat iemands besteding iemand anders inkomen is, toch betekent het feit dat velen ten prooi vallen aan de fallacy of composition niet dat de waarschuwingen dat de overheid een disciplineprobleem heeft inzake begrotingszaken onterecht zijn of waren.

Het debat rond "austeriteit" wordt gevoerd op een ahistorische wijze. Nochtans zullen pragmatici net wel wijzen op de verschillen tussen landen in het verleden. Er zijn landen die een verantwoord budgettair beleid hebben gevoerd door tekorten op te lopen in moeilijke economische omstandigheden en deze aan te zuiveren in betere tijden. Er zijn ook genoeg voorbeelden van landen die zichzelf ten gronde hebben gewerkt door het ontsporen van hun openbare financiën. Periodes waarin begrotingstekorten worden opgestapeld kennen vaak excessen op allerlei vlak. Dat deze excessen later uitgezweet moeten worden, betekent dat het manisch depressieve karakter van de economische geschiedenis niet neutraal is. Generaties die de correcties ondergaan (al dan niet via publieke "austeriteit") zullen de lichtzinnigheid niet appreciëren van generaties die het licht van de zon in deze ontkend hebben.

Op elk moment is er wel iemand die opnieuw dat leuke stukje van Abba Lerner ontdekt. Mogen we hem of haar dan ook vragen kennis te nemen van heel de discussie die toen gevoerd werd. En tevens kennis te nemen van de literatuur rond onhoudbare schuld, de geschiedenis van landen met ontspoorde openbare financiën en de generationele rekeningen. Voor België maken die snel duidelijk dat helaas in de jaren dat de babyboomers gewerkt hebben, de bijdragen van deze talrijke generatie niet gebruikt werden voor een goede uitgangspositie aan de vooravond van de vergrijzing. In een repartitiesysteem wordt de overheid geacht te anticiperen op de gevolgen van demografische golven.

Voor verdere lectuur in de context van Lerners visie op functional finance verwijs ik naar:

William G. Bowen, Richard G. Davis and David H. Kopf, " The Public Debt: A Burden on Future Generations ?," American Economic Review, September 1960, Vol. L, No. 4, pp. 701-6;

J. E. Meade, " Is the National Debt a Burden?," OxfordE conomicP apers J une 1958, pp. 163-83

Abba P. Lerner, The Burden of Debt," Review of Economics and Statistics, May 1961, pp. 139-41.

Franco Modigliani, " Long-run Implications of Alternative Fiscal Policies and the Burden of the National
Debt," EcoNoMIc JOURNAL December 1961, pp. 730-55.

http://www.amazon.com/Public-Future-Generations-James-Ferguson/dp/0313235376/ref=sr_1_5?ie=UTF8&qid=1292502302&sr=8-5


zondag 24 oktober 2010

Moderne portfoliotheorie

Eén van de dingen die ik frequent ervaar is dat ten lande gedacht wordt dat je een genie moet zijn om mee te zijn met wat in de financiële markten gangbaar is. Het gaat echter eerder over een gebrekkige toegang tot de essentie van de financiële theorie dan werkelijke sophisticatie van die theorie. Als ik terugdenk aan de klassen chemie, fysica en wiskunde in het middelbaar onderwijs dan denk ik eerlijk dat iedereen die dat kon begrijpen, met de essentie van de financiële theorie überhaupt geen probleem kan hebben. Laten we eens proberen om het zo beknopt mogelijk weer te geven.

Assumptie: n onafhankelijke activa

r: verwacht rendement
s: standaardafwijking van activa (wat weinigen zich afvragen is of variantie een goede risk metric is) http://nl.wikipedia.org/wiki/Variantie

r(portfolio)=r
s(portfolio)=s/√(n)

Dus: als we 10000 onafhankelijke activa vinden, dan is het “risico” van de portefeuille één procent van de individuele activa

Realiteit: interdependentie tussen activa (in de echte wereld is er samenhang tussen rendementen van verschillende activa)

twee interdependente activa

r1, r2 , s1, s2 , s12 (covariantie rendement activa 1 en 2) http://nl.wikipedia.org/wiki/Covariantie

r (portfolio)=x1r1 +x2r2 =x1r1 +(1-x1)r2
dus: r-r2= (x1)(r1-r2)
of: x1=(r-r2)/(r1-r2)


s2 (portfolio)= (x1)2 (s1)2 +(x2)2(s2)2 +2x1x2s12 
= (x1)2 (s1)2 +(1-x1)2(s2)2+ 2x1((1-x1) s12

Dus op basis van de bovenstaande rekenkunde toegankelijk tot elke leerling van het vierde/vijfde middelbaar in het Vlaams onderwijs, kan je voor elke waarde van x1 het rendement r en de variantie s2 uitdrukken en dus de investeringsopportuniteiten afwegen.


dus: s2 (portfolio)= ((r-r2)/(r1-r2))2 (s1)2 +(1-(r-r2)/(r1-r2))2(s2)2+ 2(r-r2)/(r1-r2)((1-(r-r2)/(r1-r2)) s12

Hiermee heb je alles om de zogenaamde efficiënte portfolio frontier af te beelden:


Een elegante theorie is mooi, maar goede data zijn uiteraard waar alles mee staat of valt GIGO (garbage in, garbage out). Als je je beperkt tot de laatste 25 jaar, ga je totaal andere allocatie van activa als efficient beschouwen dan dat je niet beperkt tot de grote moderatieperiode waar gemeten volatiliteit laag was omdat we in een superkrediet opbouwcyclus zaten. Als je wat meer meetpunten opneemt door de steekproef te verruimen naar verder in het verleden, gaat de gemeten variantie gemakkelijk verviervoudigen. Als je dus mensen adviseert over het beleggen van hun geld, ga je met die ruimere datapool, hen veel voorzichtiger laten beleggen. Dus voor een gegeven risicotolerantie (die weergegeven kan worden door een indifferentiecurve als functie van rendement en risico), ga je op andere allocaties komen. Dus wat ik wil weten als men mij adviseert om gegeven mijn risicoprofiel in een bepaald fonds te beleggen: wat voor historiek gebruiken ze om tot hun schattingen te komen van een standaarddeviatie. Wat volgens hen 6 sigma-event is, is misschien in een fatsoenlijk staal, slechts 2 sigma. Ingenieurs zullen opmerken dat zij bij het ontwerpen van een kerncentrale niet werken met historische risicometing omdat die data niets zeggen. Dan moet je uiteraard robuustheid inbouwen. Ik vrees dat daar heel oppervlakkig mee wordt omgesprongen in de financiële wereld (ergodiciteit blijft onbegrepen). De grote fysicus Max Planck stelde progressie in de wetenschappen gaat van graf tot graf: de oude krokodillen moeten eerst afsterven. Bovendien staan velen niet open voor nieuwe inzichten, maar beperken zich tot het oneindig overdragen van oude opvattingen.

PS: Deze theorie is interessant omdat je met zo weinig elementen al ver geraakt (de gemiddelde ingenieur zal zich terecht afvragen waar al de wind over wordt gemaakt), maar het wordt pas echt boeiend als je dieper graaft. Op heel het internet vind je honderden papers over tekortkomingen ervan. Voor elke middelbare scholier zal het al duidelijk zijn dat een statistische verdeling door veel meer gekenmerkt wordt dan door de eerste twee momenten (gemiddelde en variantie). En inderdaad zijn er al talloze stommiteiten gedaan door onbegrip van kurtosis... http://nl.wikipedia.org/wiki/Moment_(wiskunde)

zaterdag 2 oktober 2010

Politiek als beroep (Max Weber)

In het fascinerende "Geistige Arbeit als Beruf" snijdt Max Weber het politieke bedrijf aan. Hij analyseert opeenvolgend waarom het beroep van advocaat zo gemakkelijk te combineren valt met dat van politicus, het verschil tussen ambtenaar (onpartijdig) en politicus en de moeilijke verhouding tussen journalisten en politici. Reeds in 1919 beschrijft hij de verleiding om "bekende namen" op de verkiezingslijst te zetten. De eigenschappen van een politicus vat hij samen onder de termen "passie (eerder commitment)", "verantwoordelijkheid" en "oordeelkunde". Hij besluit met een analyse over ethiek in de politiek waarbij hij pleit voor consequentialisme in plaats van deontologisch-doctrinair denken. Een aanrader!



vrijdag 1 oktober 2010

Juist omgaan met studies over risico's op nivellering door onderwijshervorming:

Of hoe een column over de hervorming van het secundair onderwijs op de site van Ademloos geraakt:)

http://www.ademloos.be/nieuws/noodlottige-tunnelvisies

http://www.itinerainstitute.org/nl/bibliotheek/_paper/avoiding-a-limited-perspective-in-politics/

Een klein land en systeembanken

Het overheidstekort in Ierland neemt toe tot 30% van het bbp doordat de staat bijspringt voor de Anglo Irish bank (niet omdat de bank zo waardevol is (rotteness squared)maar omdat haar falen Ierland kan terugkatapulteren naar het stenen tijdperk. Een herinnering dat het too big to failprobleem fataal kan worden voor ee...n klein land. België is gewaarschuwd. Een klein land moet rationeel meer risicoavers zijn tegenover de risico's die systeembanken opleveren. Laten we dat vooral nooit meer vergeten.

dinsdag 28 september 2010

Nood aan maatschappelijke kostenbatenanalyses

We hebben nood aan een decreet dat voor grote projecten maatschappelijke kostenbatenanalyses verplicht. Mijn artikel http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=T42VV4P5

 ging over het algemene principe dat overheidsgeld alleen gestopt mag worden in projecten waarvan de maatschappelijke baten (inclusief de baten van vlotter verkeer) de maatschappelijke kosten (inclusief milieukosten) overtreffen. Voor de Antwerpse casus toonde onderzoek van de KUL dat de scenario's zonder de Oosterweelverbinding en met een optimaal gebruik van de bestaande capaciteit veel beter presteren dan de scenario's met een Oosterweelverbinding (in een brug of een tunnelversie). Zowel een variant zonder als met tol in de Kennedytunnel kon instaan voor optimaler gebruik van de bestaande capaciteit. Nogmaals: in MAATSCHAPPELIJKE kostenbatenanalyses worden externe effecten op het milieu steeds meegerekend.www.econ.kuleuven.be/ces/les/LES%20128.pdf


We moeten toch niet altijd wachten op het Rekenhof dat x jaren later tot de conclusie komt dat er geld verpild is?

maandag 27 september 2010

De nota van Vandenbroucke en Lieven Meert: een verademing

Voor iedereen die moe wordt van de leegheid van vele analyses over de staatshervorming, is de nota van Vandenbroucke en Lieven Meert een verademing. Het benadrukt het verschil tussen fiscale autonomie en financiële verantwoordelijkheid. Het is bv perfect mogelijk meer verantwoordelijkheid in een systeem te brengen dat... grotendeels via dotaties werkt. De nota geeft geen econometrische resultaten enkel simulaties via structuurvergelijkingen van het huidige en alternatieve systemen. Overigens is de negatieve term in het huidige stelsel in absolute termen gedefinieerd zodat zowel solidariteit als risico op perverse effecten automatisch zouden dalen zelfs als we niets veranderen wat ik voor alle duidelijkheid niet aanbeveel. Het huidige systeem is door de politieke verantwoordelijkheden van destijds geprezen omdat het zo intransparant is dat niemand het waagt er iets aan te veranderen. Dit beantwoordt niet aan mijn visie over een volwassen federaal systeem. Tot nader orde is er dus geen wetenschappelijk bewijs hoeveel verschil alternatieve systemen zullen maken op het gedrag: maken vandaag regio's bewust hun inwoners armers om meer dotaties te krijgen? De nota wijdt ook aandacht aan een punt dat ik reeds meerdere keren heb aangegeven dat we toch geen herhaling willen van twintig jaar geleden waar we een model door de strot geduwd krijgen dat geen enkele calibratie maakt voor de verschillen tussen financiële capaciteit en de noden gezien de competenties (of gaan we pensioenen regionaliseren?). De nota geeft aan wat economen altijd geweten moeten hebben: de verschillen tussen modellen Kirsh, Namur, KUL betreffen fundamenteel de parameters en niet symbolische zaken waar nu iedereen zich op zit blind te staren. Een interessante voetnoot geeft een inzicht in ordes van grootte: een additionele marge aan belastingsuitgaven van 2,5 miljard voor de regio's verruimt de marge tot 8% tegenover 6,75 vandaag. Maar blijkbaar staat niemand stil bij de realiteit dat we vandaag de beschikbare ruimte niet benutten. Iemand? http://www.standaard.be/extra/pdf/Overautonomieenresponsabiliteit230910.pdf