La
dernière démarche de la raison est de reconnaître qu'il y a une infinité
de choses qui la surpassent.Elle n'est que faible si elle ne va jusqu'à
connaître cela. Pensées, Blaise Pascal, 1623 – 1662
Reason
is, and ought only to be the slave of the passions, and can never
pretend to any other office than to serve and obey them." David Hume
Nous
ne nous tenons jamais au temps présent. Nous anticipons l'avenir comme
trop lent à venir, comme pour hâter son cours ; ou nous rappelons le
passé, pour l'arrêter comme trop prompt : si imprudents, que nous errons
dans les temps qui ne sont pas nôtres, et ne pensons point au seul qui
nous appartient ; et si vains, que nous songeons à ceux qui ne sont plus
rien, et échappons sans réflexion le seul
qui subsiste. C'est que le présent, d'ordinaire, nous blesse. Nous le
cachons à notre vue, parce qu'il nous afflige ; et s'il nous est
agréable, nous regrettons de le voir échapper. Nous tâchons de le
soutenir par l'avenir, et pensons à disposer les choses qui ne sont pas
en notre puissance, pour un temps où nous n'avons aucune assurance
d'arriver.
Que chacun examine ses pensées, il les
trouvera toutes occupées au passé et à l'avenir. Nous ne pensons presque
point au présent ; et, si nous y pensons, ce n'est que pour en prendre
la lumière pour disposer de l'avenir. Le présent n'est jamais notre fin :
le passé et le présent sont nos moyens ; le seul avenir est notre fin.
Ainsi nous ne vivons jamais, mais nous espérons de vivre ; et, nous
disposant toujours à être heureux, il est inévitable que nous ne le
soyons jamais.
Blaise Pascal, 1623-1662
Wees
op uw hoede als mensen pleiten voor solidariteit met DE MENS maar er
niet toe overgaan in hun individuele levenssfeer. De filosoof Jean
Jacques Rousseau had steeds de mond vol over sociaal contracten etcetera
maar liet zijn eigen kinderen over aan een weeshuis. Jonathan Swift zei
destijds maar half ironiserend dat hij DE NATIE, DE GEMEENSCHAP
wantrouwt of zelfs haat omdat al zijn Liefde gericht
was op werkelijke individuen van vlees en bloed. Edmund Burke begreep
het morele fundament achter dergelijk schijnbare extreme opvatting en
sprak over "To be attached to the subdivision, to love the little
platoon we belong to in society, is the first principle (the germ as it
were) of public affections. It is the first link in the series by which
we proceed toward a love to our country and to mankind."
zaterdag 8 juni 2013
Voor al diegenen die denken dat wetenschap waardenvrij kan zijn, de woorden van Adam Smith, 1759: "The idea of the utility of all qualities of this kind, is plainly an after-thought, and not what first recommends them to our approbation."
Merk op dat hij hiermee niet zoals velen in de valkuil struikelt om waarden als tegengesteld te plaatsen van nuttigheid. Hij toont immers evengoed dat vertrouwen essentieel is om de markt te laten functioneren. Maar hij weigert waarden als puur instrumenteel te zien omdat ze ook bijdragen aan bv. het ordentelijk laten werken van het economisch systeem. Oliver Williamson verzette zich later ook tegen een instrumentele visie op waarden zoals vertrouwen.
In vele andere werken, blijven andere economen blind voor de oorsprong van de voorkeuren van de mens. In Accounting for Tastes zal Gary Becker wel het orthodox paradigma verlaten dat preferenties gegeven zijn en fenomenen incorporeren als gewoontes, verslavingen, sociale druk, liefde en sympathie.
De nieuwe institutionele school gaat in op de beperkte rationaliteit van de mens. Net instituties vormen in hun ogen mechanismen om aan die beperkingen een antwoord te bieden. Ze vervullen coördinatierol met lagere transactiekosten als gevolg. Wel zag iemand als Douglas North in dat ze niet per se efficiënt zijn voor de maatschappij. Ze kunnen soms de transactiekosten voor sommigen reduceren maar ze verhogen voor anderen.
Merk op dat hij hiermee niet zoals velen in de valkuil struikelt om waarden als tegengesteld te plaatsen van nuttigheid. Hij toont immers evengoed dat vertrouwen essentieel is om de markt te laten functioneren. Maar hij weigert waarden als puur instrumenteel te zien omdat ze ook bijdragen aan bv. het ordentelijk laten werken van het economisch systeem. Oliver Williamson verzette zich later ook tegen een instrumentele visie op waarden zoals vertrouwen.
In vele andere werken, blijven andere economen blind voor de oorsprong van de voorkeuren van de mens. In Accounting for Tastes zal Gary Becker wel het orthodox paradigma verlaten dat preferenties gegeven zijn en fenomenen incorporeren als gewoontes, verslavingen, sociale druk, liefde en sympathie.
De nieuwe institutionele school gaat in op de beperkte rationaliteit van de mens. Net instituties vormen in hun ogen mechanismen om aan die beperkingen een antwoord te bieden. Ze vervullen coördinatierol met lagere transactiekosten als gevolg. Wel zag iemand als Douglas North in dat ze niet per se efficiënt zijn voor de maatschappij. Ze kunnen soms de transactiekosten voor sommigen reduceren maar ze verhogen voor anderen.
zondag 7 april 2013
1-9-2010
Hoe de overheid zich rijk rekent
Heel zelden wordt stilgestaan bij de wijze waarop we de welvaart van een land vandaag meten. Een anekdote is dat ik de enige student in mijn studiejaar was die koos voor het vak ‘Systemen van Nationale Boekhouding’. Ook onder economen beseft men nauwelijks de mate waarin het meten van het bruto binnenlands product feitelijk op conventies berust. Aan alles wat afbreuk doet aan het aura van exacte wetenschappelijkheid van de economische discipline, wordt in het algemeen weinig aandacht besteed.
Nochtans is de geschiedenis van het meten van onze welvaart een interessant verhaal. Als we ons beperken tot de moderne geschiedenis dan ligt aan de basis ervan Nobelprijswinnaar Simon Kuznets, die in de jaren 1930 voor de Verenigde Staten de basisprincipes en eerste schattingen uitvoerde.
Deze intellectuele reus had de ambitie van de nationale rekeningen een werkelijke maatstaf van de welvaart van de natie te maken. Dat betekende bijvoorbeeld dat hij ervoor pleitte uitgaven aan bewapening, reclame en speculatieve activiteiten niet integraal op te nemen. Alle overheidsuitgaven die geen werkelijke diensten aan de maatschappij betroffen, beschouwde hij als kosten die geen maatstaf konden uitmaken van de gecreëerde waarde.
Voor Kuznets was de overheid een tussenpersoon die zo efficiënt mogelijk diende te werken, maar niet automatisch beschouwd kon worden als schepper van toegevoegde waarde. De bureaucraten die echter het werk later overnamen, hadden een meer opportunistische benadering van het ‘nationaal inkomen’.
Kuznets kwam snel op ramkoers met zijn voormalige assistenten die afstand namen van de welvaartsbenadering van het nationaal inkomen.
Bepaalde delen van de Amerikaanse administratie wilden de overheidsuitgaven sterk opvoeren, maar de studiedienst van de regering baseerde zich op Kuznets’ ramingen om te stellen dat dit de economie negatief zou beïnvloeden. Vanaf dat moment zag men duidelijk de druk toenemen op de statistici om de methode van Nationale Boekhouding te veranderen. In 1942 kwam zo een nieuwe raming van de omvang van de economie tot stand die al bepaalde overheidsuitgaven opnam ondanks Kuznets protest dat die niet-productieve bestedingen betroffen.
Recent onderzoek heeft aan dit verhaal een wending gegeven die werkelijk tot de verbeelding spreekt. Eind april 1941 reisde niemand minder dan John Maynard Keynes naar de Verenigde Staten op verzoek van de Britse minister van Financiën om de Amerikanen ervan te overtuigen hun oorlogshulp aan Groot-Brittannië te verruimen. In zijn land had Keynes de schatkist al overtuigd om het na- tionaal inkomen te herdefiniëren als de som van private en overheidsuitgaven. Dat gebeurde praktisch door Keynes’ wapenbroeder Richard Stone, die in 1984 ook de Nobelprijs economie zou ontvangen. De eerste resultaten van de nieuwe nationale rekeningen had Keynes meegenomen naar de Verenigde Staten om te pleiten voor meer financiële steun. Recent geanalyseerde documenten tonen nu dat Keynes wel eens de doorslag kan gegeven hebben om ook in de Verenigde Staten overheidsuitgaven volledig bij het nationaal inkomen te tellen.
Kuznets deed nog een laatste poging om te verhinderen dat men de thermometer van de economie manipuleerde vanuit ideologische overtuigingen. Hij stelde dat de belastingen betaald door bedrijven beschouwd konden worden als betalingen voor diensten van de overheid aan bedrijven. Het was voor hem duidelijk dat dit geen finale maar intermediaire producten betrof die dus niet volledig opgenomen konden worden in de meting van het nationaal inkomen. In een bekend wetenschappelijk tijdschrift reageerden zijn oude assistenten op zijn kritiek dat zijn voorstellen praktisch onhaalbaar waren en daarmee was de kous af. Kuznets kritiek dat op die manier alles waaraan de overheid haar geld spendeert, goed of slecht, automatisch beschouwd wordt als economische groei maakte geen indruk meer. Kuznets werd door zijn eigen assistenten afgevoerd als een geniale maar ouderwetse econoom die beleefd maar vastberaden genegeerd kon worden.
Dit verhaal kan als een historische kantlijn worden afgedaan. Maar anderzijds werpt het ook een kritisch licht op onze kritiekloze benadering van economische groei. Nochtans zijn er vandaag grote vraagtekens of we met onze nationale boekhouding werkelijk meten wat we denken te moeten meten. Terwijl de discussie zeventig jaar geleden ging over de wijze waarop overheidsuitgaven blindelings overgenomen worden in het nationaal inkomen, stelt zich vandaag de vraag of we niet bedachtzamer moeten omspringen met dergelijke fundamentele economische concepten.
vrijdag 17 december 2010
Valt de openbare schuld op toekomstige generaties? (fallacy of composition en andere kwesties)
Onder economen werd er in de jaren 1930 een verwoede strijd geleverd over het concept van de last van de openbare schuld. Tot op vandaag blijft de discussie over begrotingstekorten en de incidentie daarvan erg controversieel. Behoed u voor diegenen die zeggen dat het feitelijk eenvoudig is en dat het per definitie domme mensen zijn die afwijken van de politiek correcte theorie.
De traditionele visie op begrotingstekorten is dat ze tot lager nationaal sparen leiden en dat dit onvermijdelijk leidt tot minder investeren en een handelstekort. (Y=C+I+G+X-M=C+S+T, dus I-S + X-M= T-G)
Ik moet echter menigeen teleurstellen dat deze boekhoudkundige benadering van de kwestie niet het einde van het verhaal is, in se is de benadering zelfs zeer simplistisch (pedagogisch leuk, maar simplistisch).
Economische analyse is geen foto maar een film: we moeten een dynamische analyse maken terwijl we ons vaak verkijken op de statische benadering (cf Fritz Machlup).
De orthodoxe analyse:
Overheidstekorten leiden tot minder sparen omdat aggregatief aanbod bepaald wordt door technologie niet door vraagfactoren. Extra overheidsvraag gaat ten koste van private vraag (crowding out). Consumptie kan niet snel dalen, dus vertaalt de daling in sparen zich in minder investeren.
De onorthodoxe analyse
Abba Lerner schreef in mijn ogen één van de meest amusante introducties tot een economisch artikel ooit in zijn "burden of debt". Zijn argument is dat je onmogelijk iets kan doorschuiven naar de toekomstige generaties omdat ze er (nog) niet zijn. Als toekomstige belastingbetalers opgezadeld worden met schuld aangegaan door de huidige generatie, dan zijn er ook toekomstige obligatie-houders die aan de ontvangende kant zullen staat zodat als we een schuld doorschuiven naar de toekomst, dit noodzakelijkerwijs gepaard gaat van een activum.
Mijn commentaar op dit argument (wat een favoriet is van huidige Keynesianen, ook in België) is dat uiteraard het ook draait om de herverdeling tussen groepen: er is dertig jaar veel schuld aangemaakt (Mathot-doctrine) maar helaas waren mijn ouders niet de houders van al die overheidsobligaties. Verder zouden net Keynesianen eens moeten stilstaan bij de paradox die zit in het volgende. Ze combineren immers inhun hoofd twee zaken tegelijk. Ten eerste wijzen ze (soms terecht) op de negatieve impact van besparen op de economie. Ten tweede stellen ze dat een schuld geen last kan inhouden voor de volgende generatie. Een structureel tekort vandaag betekent echter dat inkomsten structureel tekortschieten tegenover de uitgaven. Als dit later gecompenseerd moet worden door de inkomsten op te krikken, gaat dat dan ook pijn doen. Een bewijs uit het ongerijmde als het ware dat wijst op de spanning tussen de twee ideeën die ze koesteren.
Synthese
Ik ga grif akkoord met de stelling dat we de fout niet mogen maken om logica voor huishoudens over te dragen aan de overheid en het geheel van de economie (fallacy of composition) en dat we ons moeten behoeden voor simplistische redeneringen op basis van de nationale rekeningen op statische wijze. Toch is er vandaag toch wel reden om te stellen dat iemand als James Buchanan ergens gelijk had om in te gaan tegen de voluntaristische stroming van Abba Lerner en zijn functional finance. Ja de overheid kan in theorie de economie stabiliseren door overheidsuitgaven etc maar vandaag zijn we toch ook ontnucherd in de vooruitziendheid van de overheid. Ja het klopt dat iemands besteding iemand anders inkomen is, toch betekent het feit dat velen ten prooi vallen aan de fallacy of composition niet dat de waarschuwingen dat de overheid een disciplineprobleem heeft inzake begrotingszaken onterecht zijn of waren.
Het debat rond "austeriteit" wordt gevoerd op een ahistorische wijze. Nochtans zullen pragmatici net wel wijzen op de verschillen tussen landen in het verleden. Er zijn landen die een verantwoord budgettair beleid hebben gevoerd door tekorten op te lopen in moeilijke economische omstandigheden en deze aan te zuiveren in betere tijden. Er zijn ook genoeg voorbeelden van landen die zichzelf ten gronde hebben gewerkt door het ontsporen van hun openbare financiën. Periodes waarin begrotingstekorten worden opgestapeld kennen vaak excessen op allerlei vlak. Dat deze excessen later uitgezweet moeten worden, betekent dat het manisch depressieve karakter van de economische geschiedenis niet neutraal is. Generaties die de correcties ondergaan (al dan niet via publieke "austeriteit") zullen de lichtzinnigheid niet appreciëren van generaties die het licht van de zon in deze ontkend hebben.
Op elk moment is er wel iemand die opnieuw dat leuke stukje van Abba Lerner ontdekt. Mogen we hem of haar dan ook vragen kennis te nemen van heel de discussie die toen gevoerd werd. En tevens kennis te nemen van de literatuur rond onhoudbare schuld, de geschiedenis van landen met ontspoorde openbare financiën en de generationele rekeningen. Voor België maken die snel duidelijk dat helaas in de jaren dat de babyboomers gewerkt hebben, de bijdragen van deze talrijke generatie niet gebruikt werden voor een goede uitgangspositie aan de vooravond van de vergrijzing. In een repartitiesysteem wordt de overheid geacht te anticiperen op de gevolgen van demografische golven.
Voor verdere lectuur in de context van Lerners visie op functional finance verwijs ik naar:
William G. Bowen, Richard G. Davis and David H. Kopf, " The Public Debt: A Burden on Future Generations ?," American Economic Review, September 1960, Vol. L, No. 4, pp. 701-6;
J. E. Meade, " Is the National Debt a Burden?," OxfordE conomicP apers J une 1958, pp. 163-83
Abba P. Lerner, The Burden of Debt," Review of Economics and Statistics, May 1961, pp. 139-41.
Franco Modigliani, " Long-run Implications of Alternative Fiscal Policies and the Burden of the National
Debt," EcoNoMIc JOURNAL December 1961, pp. 730-55.
http://www.amazon.com/Public-Future-Generations-James-Ferguson/dp/0313235376/ref=sr_1_5?ie=UTF8&qid=1292502302&sr=8-5
De traditionele visie op begrotingstekorten is dat ze tot lager nationaal sparen leiden en dat dit onvermijdelijk leidt tot minder investeren en een handelstekort. (Y=C+I+G+X-M=C+S+T, dus I-S + X-M= T-G)
Ik moet echter menigeen teleurstellen dat deze boekhoudkundige benadering van de kwestie niet het einde van het verhaal is, in se is de benadering zelfs zeer simplistisch (pedagogisch leuk, maar simplistisch).
Economische analyse is geen foto maar een film: we moeten een dynamische analyse maken terwijl we ons vaak verkijken op de statische benadering (cf Fritz Machlup).
De orthodoxe analyse:
Overheidstekorten leiden tot minder sparen omdat aggregatief aanbod bepaald wordt door technologie niet door vraagfactoren. Extra overheidsvraag gaat ten koste van private vraag (crowding out). Consumptie kan niet snel dalen, dus vertaalt de daling in sparen zich in minder investeren.
De onorthodoxe analyse
Abba Lerner schreef in mijn ogen één van de meest amusante introducties tot een economisch artikel ooit in zijn "burden of debt". Zijn argument is dat je onmogelijk iets kan doorschuiven naar de toekomstige generaties omdat ze er (nog) niet zijn. Als toekomstige belastingbetalers opgezadeld worden met schuld aangegaan door de huidige generatie, dan zijn er ook toekomstige obligatie-houders die aan de ontvangende kant zullen staat zodat als we een schuld doorschuiven naar de toekomst, dit noodzakelijkerwijs gepaard gaat van een activum.
Mijn commentaar op dit argument (wat een favoriet is van huidige Keynesianen, ook in België) is dat uiteraard het ook draait om de herverdeling tussen groepen: er is dertig jaar veel schuld aangemaakt (Mathot-doctrine) maar helaas waren mijn ouders niet de houders van al die overheidsobligaties. Verder zouden net Keynesianen eens moeten stilstaan bij de paradox die zit in het volgende. Ze combineren immers inhun hoofd twee zaken tegelijk. Ten eerste wijzen ze (soms terecht) op de negatieve impact van besparen op de economie. Ten tweede stellen ze dat een schuld geen last kan inhouden voor de volgende generatie. Een structureel tekort vandaag betekent echter dat inkomsten structureel tekortschieten tegenover de uitgaven. Als dit later gecompenseerd moet worden door de inkomsten op te krikken, gaat dat dan ook pijn doen. Een bewijs uit het ongerijmde als het ware dat wijst op de spanning tussen de twee ideeën die ze koesteren.
Synthese
Ik ga grif akkoord met de stelling dat we de fout niet mogen maken om logica voor huishoudens over te dragen aan de overheid en het geheel van de economie (fallacy of composition) en dat we ons moeten behoeden voor simplistische redeneringen op basis van de nationale rekeningen op statische wijze. Toch is er vandaag toch wel reden om te stellen dat iemand als James Buchanan ergens gelijk had om in te gaan tegen de voluntaristische stroming van Abba Lerner en zijn functional finance. Ja de overheid kan in theorie de economie stabiliseren door overheidsuitgaven etc maar vandaag zijn we toch ook ontnucherd in de vooruitziendheid van de overheid. Ja het klopt dat iemands besteding iemand anders inkomen is, toch betekent het feit dat velen ten prooi vallen aan de fallacy of composition niet dat de waarschuwingen dat de overheid een disciplineprobleem heeft inzake begrotingszaken onterecht zijn of waren.
Het debat rond "austeriteit" wordt gevoerd op een ahistorische wijze. Nochtans zullen pragmatici net wel wijzen op de verschillen tussen landen in het verleden. Er zijn landen die een verantwoord budgettair beleid hebben gevoerd door tekorten op te lopen in moeilijke economische omstandigheden en deze aan te zuiveren in betere tijden. Er zijn ook genoeg voorbeelden van landen die zichzelf ten gronde hebben gewerkt door het ontsporen van hun openbare financiën. Periodes waarin begrotingstekorten worden opgestapeld kennen vaak excessen op allerlei vlak. Dat deze excessen later uitgezweet moeten worden, betekent dat het manisch depressieve karakter van de economische geschiedenis niet neutraal is. Generaties die de correcties ondergaan (al dan niet via publieke "austeriteit") zullen de lichtzinnigheid niet appreciëren van generaties die het licht van de zon in deze ontkend hebben.
Op elk moment is er wel iemand die opnieuw dat leuke stukje van Abba Lerner ontdekt. Mogen we hem of haar dan ook vragen kennis te nemen van heel de discussie die toen gevoerd werd. En tevens kennis te nemen van de literatuur rond onhoudbare schuld, de geschiedenis van landen met ontspoorde openbare financiën en de generationele rekeningen. Voor België maken die snel duidelijk dat helaas in de jaren dat de babyboomers gewerkt hebben, de bijdragen van deze talrijke generatie niet gebruikt werden voor een goede uitgangspositie aan de vooravond van de vergrijzing. In een repartitiesysteem wordt de overheid geacht te anticiperen op de gevolgen van demografische golven.
Voor verdere lectuur in de context van Lerners visie op functional finance verwijs ik naar:
William G. Bowen, Richard G. Davis and David H. Kopf, " The Public Debt: A Burden on Future Generations ?," American Economic Review, September 1960, Vol. L, No. 4, pp. 701-6;
J. E. Meade, " Is the National Debt a Burden?," OxfordE conomicP apers J une 1958, pp. 163-83
Abba P. Lerner, The Burden of Debt," Review of Economics and Statistics, May 1961, pp. 139-41.
Franco Modigliani, " Long-run Implications of Alternative Fiscal Policies and the Burden of the National
Debt," EcoNoMIc JOURNAL December 1961, pp. 730-55.
http://www.amazon.com/Public-Future-Generations-James-Ferguson/dp/0313235376/ref=sr_1_5?ie=UTF8&qid=1292502302&sr=8-5
zondag 24 oktober 2010
Moderne portfoliotheorie
Eén van de dingen die ik frequent ervaar is dat ten lande gedacht wordt dat je een genie moet zijn om mee te zijn met wat in de financiële markten gangbaar is. Het gaat echter eerder over een gebrekkige toegang tot de essentie van de financiële theorie dan werkelijke sophisticatie van die theorie. Als ik terugdenk aan de klassen chemie, fysica en wiskunde in het middelbaar onderwijs dan denk ik eerlijk dat iedereen die dat kon begrijpen, met de essentie van de financiële theorie überhaupt geen probleem kan hebben. Laten we eens proberen om het zo beknopt mogelijk weer te geven.
Een elegante theorie is mooi, maar goede data zijn uiteraard waar alles mee staat of valt GIGO (garbage in, garbage out). Als je je beperkt tot de laatste 25 jaar, ga je totaal andere allocatie van activa als efficient beschouwen dan dat je niet beperkt tot de grote moderatieperiode waar gemeten volatiliteit laag was omdat we in een superkrediet opbouwcyclus zaten. Als je wat meer meetpunten opneemt door de steekproef te verruimen naar verder in het verleden, gaat de gemeten variantie gemakkelijk verviervoudigen. Als je dus mensen adviseert over het beleggen van hun geld, ga je met die ruimere datapool, hen veel voorzichtiger laten beleggen. Dus voor een gegeven risicotolerantie (die weergegeven kan worden door een indifferentiecurve als functie van rendement en risico), ga je op andere allocaties komen. Dus wat ik wil weten als men mij adviseert om gegeven mijn risicoprofiel in een bepaald fonds te beleggen: wat voor historiek gebruiken ze om tot hun schattingen te komen van een standaarddeviatie. Wat volgens hen 6 sigma-event is, is misschien in een fatsoenlijk staal, slechts 2 sigma. Ingenieurs zullen opmerken dat zij bij het ontwerpen van een kerncentrale niet werken met historische risicometing omdat die data niets zeggen. Dan moet je uiteraard robuustheid inbouwen. Ik vrees dat daar heel oppervlakkig mee wordt omgesprongen in de financiële wereld (ergodiciteit blijft onbegrepen). De grote fysicus Max Planck stelde progressie in de wetenschappen gaat van graf tot graf: de oude krokodillen moeten eerst afsterven. Bovendien staan velen niet open voor nieuwe inzichten, maar beperken zich tot het oneindig overdragen van oude opvattingen.
PS: Deze theorie is interessant omdat je met zo weinig elementen al ver geraakt (de gemiddelde ingenieur zal zich terecht afvragen waar al de wind over wordt gemaakt), maar het wordt pas echt boeiend als je dieper graaft. Op heel het internet vind je honderden papers over tekortkomingen ervan. Voor elke middelbare scholier zal het al duidelijk zijn dat een statistische verdeling door veel meer gekenmerkt wordt dan door de eerste twee momenten (gemiddelde en variantie). En inderdaad zijn er al talloze stommiteiten gedaan door onbegrip van kurtosis... http://nl.wikipedia.org/wiki/Moment_(wiskunde)
Assumptie: n onafhankelijke activa
r: verwacht rendement
s: standaardafwijking van activa (wat weinigen zich afvragen is of variantie een goede risk metric is) http://nl.wikipedia.org/wiki/Variantie
r(portfolio)=r
s(portfolio)=s/√(n)
Dus: als we 10000 onafhankelijke activa vinden, dan is het “risico” van de portefeuille één procent van de individuele activa
Realiteit: interdependentie tussen activa (in de echte wereld is er samenhang tussen rendementen van verschillende activa)
twee interdependente activa
r1, r2 , s1, s2 , s12 (covariantie rendement activa 1 en 2) http://nl.wikipedia.org/wiki/Covariantie
r (portfolio)=x1r1 +x2r2 =x1r1 +(1-x1)r2
dus: r-r2= (x1)(r1-r2)
of: x1=(r-r2)/(r1-r2)
s2 (portfolio)= (x1)2 (s1)2 +(x2)2(s2)2 +2x1x2s12
= (x1)2 (s1)2 +(1-x1)2(s2)2+ 2x1((1-x1) s12
Dus op basis van de bovenstaande rekenkunde toegankelijk tot elke leerling van het vierde/vijfde middelbaar in het Vlaams onderwijs, kan je voor elke waarde van x1 het rendement r en de variantie s2 uitdrukken en dus de investeringsopportuniteiten afwegen.
dus: s2 (portfolio)= ((r-r2)/(r1-r2))2 (s1)2 +(1-(r-r2)/(r1-r2))2(s2)2+ 2(r-r2)/(r1-r2)((1-(r-r2)/(r1-r2)) s12
Hiermee heb je alles om de zogenaamde efficiënte portfolio frontier af te beelden:
Een elegante theorie is mooi, maar goede data zijn uiteraard waar alles mee staat of valt GIGO (garbage in, garbage out). Als je je beperkt tot de laatste 25 jaar, ga je totaal andere allocatie van activa als efficient beschouwen dan dat je niet beperkt tot de grote moderatieperiode waar gemeten volatiliteit laag was omdat we in een superkrediet opbouwcyclus zaten. Als je wat meer meetpunten opneemt door de steekproef te verruimen naar verder in het verleden, gaat de gemeten variantie gemakkelijk verviervoudigen. Als je dus mensen adviseert over het beleggen van hun geld, ga je met die ruimere datapool, hen veel voorzichtiger laten beleggen. Dus voor een gegeven risicotolerantie (die weergegeven kan worden door een indifferentiecurve als functie van rendement en risico), ga je op andere allocaties komen. Dus wat ik wil weten als men mij adviseert om gegeven mijn risicoprofiel in een bepaald fonds te beleggen: wat voor historiek gebruiken ze om tot hun schattingen te komen van een standaarddeviatie. Wat volgens hen 6 sigma-event is, is misschien in een fatsoenlijk staal, slechts 2 sigma. Ingenieurs zullen opmerken dat zij bij het ontwerpen van een kerncentrale niet werken met historische risicometing omdat die data niets zeggen. Dan moet je uiteraard robuustheid inbouwen. Ik vrees dat daar heel oppervlakkig mee wordt omgesprongen in de financiële wereld (ergodiciteit blijft onbegrepen). De grote fysicus Max Planck stelde progressie in de wetenschappen gaat van graf tot graf: de oude krokodillen moeten eerst afsterven. Bovendien staan velen niet open voor nieuwe inzichten, maar beperken zich tot het oneindig overdragen van oude opvattingen.
PS: Deze theorie is interessant omdat je met zo weinig elementen al ver geraakt (de gemiddelde ingenieur zal zich terecht afvragen waar al de wind over wordt gemaakt), maar het wordt pas echt boeiend als je dieper graaft. Op heel het internet vind je honderden papers over tekortkomingen ervan. Voor elke middelbare scholier zal het al duidelijk zijn dat een statistische verdeling door veel meer gekenmerkt wordt dan door de eerste twee momenten (gemiddelde en variantie). En inderdaad zijn er al talloze stommiteiten gedaan door onbegrip van kurtosis... http://nl.wikipedia.org/wiki/Moment_(wiskunde)
zaterdag 2 oktober 2010
Politiek als beroep (Max Weber)
In het fascinerende "Geistige Arbeit als Beruf" snijdt Max Weber het politieke bedrijf aan. Hij analyseert opeenvolgend waarom het beroep van advocaat zo gemakkelijk te combineren valt met dat van politicus, het verschil tussen ambtenaar (onpartijdig) en politicus en de moeilijke verhouding tussen journalisten en politici. Reeds in 1919 beschrijft hij de verleiding om "bekende namen" op de verkiezingslijst te zetten. De eigenschappen van een politicus vat hij samen onder de termen "passie (eerder commitment)", "verantwoordelijkheid" en "oordeelkunde". Hij besluit met een analyse over ethiek in de politiek waarbij hij pleit voor consequentialisme in plaats van deontologisch-doctrinair denken. Een aanrader!
vrijdag 1 oktober 2010
Juist omgaan met studies over risico's op nivellering door onderwijshervorming:
Of hoe een column over de hervorming van het secundair onderwijs op de site van Ademloos geraakt:)
http://www.ademloos.be/nieuws/noodlottige-tunnelvisies
http://www.itinerainstitute.org/nl/bibliotheek/_paper/avoiding-a-limited-perspective-in-politics/
http://www.ademloos.be/nieuws/noodlottige-tunnelvisies
http://www.itinerainstitute.org/nl/bibliotheek/_paper/avoiding-a-limited-perspective-in-politics/
Abonneren op:
Posts (Atom)

