zondag 23 maart 2014

Regnabo, Regno, Regnavi, Sum sine regno

Mochten alle potentaten meer doordrongen zijn van het idee van het Rad van Fortuin zouden hun onderdanen misschien een draaglijker bestaan hebben: "Regnabo, Regno, Regnavi, Sum sine regno". (I shall reign, I reign, I have reigned, I am without a realm):


vrijdag 21 maart 2014

Rationality?

"I have often wondered why economists, with these absurdities all around them, so easily adopt the view that men act rationally. This may be because they study an economic system in which the discipline of the market ensures that, in a business setting, decisions are more or less rational. The employee of a corporation who buys something for $10 and sells it for $8 is not likely to do so for long. Someone who, in a family setting, does much the same thing, may make his wife and children miserable throughout his life. A politician who wastes his country’s resources on a grand scale may have a successful career."

Ronald Coase, “Comment on Thomas W. Hazlett”

De grijze zone in de praktijk van de machtsuitoefening in België

Op 19 maart 2014 verscheen in Knack een interview met André Van Halewyck van de gelijknamige uitgeverij naar aanleiding van het boek "Dwarsligger" over de wereld achter de schermen bij de NMBS. Hoe het treinvervoer ingericht wordt, analyseerde ik eerder hier: Artikel

De democratie kan immers alleen behoorlijk functioneren als er controlemechanismen zijn die machtsontsporing kunnen verhinderen. Eén van de controlemechanismen is uiteraard het feit dat ministers verantwoording moeten afleggen aan het parlement. Dat moet dan wel zijn controlefunctie ernstig nemen. Het fenomeen van partijdiscpline zorgt er voor dat politologen spreken van particratie. Regelmatig duiken voorbeelden op waarbij ministers wegkomen met zaken waarmee ze niet horen weg te komen. Het andere controlemechanisme is dus de pers die de functie van waakhond van de demcratie vervult. Van Halewijck verwijst hiervoor naar het boek "De keizer van Oostende". Hem werd gezegd: 'Geen enkele Wetstraatjournalist had dit boek kunnen schrijven.' Zijn antwoord: "Dan is er toch iets mis? Ofwel met onze politieke berichtgeving, ofwel met de machtsuitoefening in ons land." Uitgever André Van Halewyck vindt blijkbaar dat de pers ergens tekortschiet als waakhond van de democratie. Dit is een ernstige stelling. Ongetwijfeld is ze te generaliserend. Er bestaat niet zoiets als "de" pers. Genoeg artikels zijn verschenen zodat de kiezer die het wilde zich kon informeren. Alleen dringt het niet door tenzij het met grote kop op de eerste pagina staat en overgenomen wordt door de audiovisuele media.


Ik weet uit eerste hand dat heel wat machtshebbers zelf geen graten zien in machtsuitoefening waar de buitenwereld grote vragen bij stelt. Ik verwijs naar mijn interview over Electrawinds bij Terzake van 2 december 2013: Terzake 2/12/2013

 Ze beroepen hierbij zich impliciet of expliciet op het gedachtegoed van Machiavelli. Eerder schreef ik al dat er heel wat in te brengen valt tegen de idee dat Machiavelli ethiek niet essentieel achtte in de politiek. Daarover bestaan er wel heel wat verschillende interpretaties. Wat Machiavelli zelf vond, zullen we nooit helemaal te weten komen en dat is ook niet zo relevant. Wel herhaal ik opnieuw dat het gebruik van Machiavelli als schaamlapje door nogal wat politici meer over hen zegt dan over Macchiavelli.

Van Halewijck voegt daar voor mij een heel interessante bedenking aan toe over de zogenaamde grijze zone in de politiek: VAN HALEWYCK: De keizer van Oostende toont duidelijk aan dat er in de politieke besluitvorming een grijze zone is. Ik veroordeel dat niet, ik denk zelfs dat we niet zonder kunnen. Kijk, ook bij Van Halewyck proberen we transparant te werken. Maar natuurlijk weet niet elk personeelslid alles. Als ik met Jean-Luc Dehaene contacten heb over zijn memoires zijn er soms aspecten die persoonlijk blijven. Met Vande Lanotte is dat ongetwijfeld ook zo: het is eigen aan beslissingen nemen en akkoorden sluiten. Maar hebben journalisten niet het recht om de grijze zone in de besluitvorming in kaart te brengen? En daar een aantal ethische vragen bij te stellen? Blijkbaar was dat al te veel.

Om te weten waarover hij het heeft, lees ook even dit citaat wat de advocaten van Electrawinds hem zegden voor de verschijning van het boek: ‘Als u dit boek op de markt brengt, riskeert u een schadeclaim om u tegen te zeggen. Electrawinds wil 100 miljoen euro ophalen met een beursgang. Als die mislukt, verhalen we dat op Van Halewyck.’

zaterdag 15 februari 2014

Politieke economie


Economen bevelen hervormingen aan die welvaartsverbeteringen inhouden, we spreken over "first best policy'. Dan zijn er talrijke marktfalingen mogelijk waarbij monopolievorming maar ook talrijke externaliteiten ervoor zorgen dat soms afgeweken moet worden van de standaard aanbevelingen.

Uiteraard is er het politiek proces dat zijn eigen beperkingen oplegt. Daarom moeten economen als ze relevant willen zijn niet alleen spreken over wat "first & second best" is, maar ook rekening houden met dat politiek proces. De redenen voor "politieke faling" kunnen veelvuldig zijn. Er is de uitspraak van een vooraanstaand Belgisch politicus dat hij wel weet wat wat er nodig is maar dan niet meer weet hoe hij ooit herverkozen kon worden. Er is ook gebrekkige kennis, de invloed van specifieke belangengroepen en het eigen belang van de politicus.

Doorheen de geschiedenis zijn er talloze voorbeelden waarbij beleidsombuigingen die voor meer welvaart konden zorgen, geblokkeerd werden door groeperingen die vreesden hierdoor aan belang in te boeten. Acemoglu en Robinson zijn erg bekend geworden door hun vulgariserend boek Why Nations Fail:The Origins of Power, Prosperity, and Poverty [2012]. Het is echter hun werk "Economic backwardness in political perspective [2006] dat analytisch het sterkst inzoomt op het risico van elites die uit vrees om invloed te verliezen hervormingen blokkeren die ten bate komen aan de hele maatschappij. Een historisch prominent voorbeeld is de Japanse elite die tot de Meiji dynastie rond 1868 Japan afschermde voor internationale handel waardoor de bevolking economisch onderontwikkeld bleef. Omdat economische ontwikkeling mensen lostrekt uit hun traditionele rurale achtergrond kan ze ook de gevestigde machten bedreigen.

Onderstaande figuur uit Rodrik (When Ideas Trump Interests: Preferences, Worldviews, and Policy Innovations, Journal of Economic Perspectives, 2014) verdeelt de maatschappij in twee groepen: de gevestigde macht (elite) en gewone burgers.

In het beste geval gaan de belangen van de elite en de bevolking hand in hand ('golden eggs effect') : hier is er geen belangentegenstelling. Niet zelden zit een maatschappij echter gevangen met een elite die haar eigen belang najaagt ten koste van deze van de bevolking. Dit vertaalt zich in een status quo waardoor het economisch potentieel volledig onderbenut wordt (punt S bevindt zich op de zogenaamde 'politieke haalbare grens PSC welke onder de klassieke "economische mogelijkheidgrens" EE ligt).



zaterdag 7 december 2013

De omvang van de overheid

Welke zijn factoren die de omvang van de overheid doen afwijken van het niveau dat overeenstemt met het belang van haar inwoners?

Een belangrijk probleem is uiteraard dat er in het algemeen geen individuele prijs per eenheid overheidsdienstverlening aangerekend wordt aan de burger bij het "gebruiken" van de overheidsdienst. Soms kunnen we uiteraard wel (een partiële vorm) van gebruiksbelasting (benefit taxation) spreken. Vooral voor zaken waar men bewust toch een prijs wil hanteren om het gedrag rekening te houden met neveneffecten. Typisch voorbeeld is dat de meeste afvalophaaldiensten tegenwoordig aan de burger een factuur sturen in functie van het aantal kilogram opgehaald afval.

Met vele andere openbare diensten gebeurt dit niet. Dat varieert van het gebruik van het onderwijssysteem in het leerplichtonderwijs waar de burger niet betaalt voor het onderwijs zelf tot het hoger onderwijs waar slechts een heel beperkt inschrijvingsgeld gevraagd wordt. Dit laatste is tot op de dag vandaag controversieel. De zorg om geen toegangsbarrière te vormen voor achtergestelde gezinnen is daarbij belangrijk.

Economen hebben men onderzocht in hoeverre de omvang van de dienstverlening van de overheid beïnvloed wordt door deze problematiek. Enerzijds is er het theoretische geval van zogenaamde Lindahlpricing waar de overheid erin slaagt per eenheid overheidsdienst een eenheidsprijs aan te rekenen. Zonder marktmacht zou dit dan tot de optimale hoeveelheid overheid leiden. In de praktijk is zowel aan de voorwaarde van een eenheidsprijs als het ontbreken van marktmacht niet voldaan. Dit kan enerzijds aanleiding geven tot monopoliegedrag waarbij de overheid een hogere prijs kan zetten. Indien de burger vrij is om zijn eigen gevraagde hoeveelheid dienstverlening te bepalen, zal hij als gevolg minder diensten gebruiken dan in het geval van Lindahlpricing. Het typische monopolieresultaat dus: minder consumptie bij hogere prijzen. Bij perfecte prijsdiscriminatie is er in eerste instantie geen efficiëntieverlies maar inkasseert de overheid een (perfecte) monopolierente. In de praktijk zal dergelijke rente echter niet altijd efficiënt besteed worden...

Sinds het werk van Niskanen en de Public Choiceschool wordt echter rekening gehouden met de werking van bureaucratie en de mogelijkheid dat de burger een opgelegde hoeveelheid overheidsdienst moet consumeren. Dit leidt dan tot een excessieve hoge overheidsomvang. Dit vertaalt zich niet per se in extra diensten maar kan omgezet worden in een excessieve omvang van inputs eerder dan outputs. Hierdoor treedt er sowieso een groot maatschappelijk verlies op.

Benedenstaande grafiek toont deze drie gevallen waarbij de asterix staat voor Lindahlpricing (theoretisch equivalent van vrije markt voor overheidsdienst), M staat voor de monopoliesituatie en B voor Niskanen Bureaucratie.


zaterdag 8 juni 2013

Pascal

La dernière démarche de la raison est de reconnaître qu'il y a une infinité de choses qui la surpassent.Elle n'est que faible si elle ne va jusqu'à connaître cela. Pensées, Blaise Pascal, 1623 – 1662

 Reason is, and ought only to be the slave of the passions, and can never pretend to any other office than to serve and obey them." David Hume

Nous ne nous tenons jamais au temps présent. Nous anticipons l'avenir comme trop lent à venir, comme pour hâter son cours ; ou nous rappelons le passé, pour l'arrêter comme trop prompt : si imprudents, que nous errons dans les temps qui ne sont pas nôtres, et ne pensons point au seul qui nous appartient ; et si vains, que nous songeons à ceux qui ne sont plus rien, et échappons sans réflexion le seul qui subsiste. C'est que le présent, d'ordinaire, nous blesse. Nous le cachons à notre vue, parce qu'il nous afflige ; et s'il nous est agréable, nous regrettons de le voir échapper. Nous tâchons de le soutenir par l'avenir, et pensons à disposer les choses qui ne sont pas en notre puissance, pour un temps où nous n'avons aucune assurance d'arriver.

Que chacun examine ses pensées, il les trouvera toutes occupées au passé et à l'avenir. Nous ne pensons presque point au présent ; et, si nous y pensons, ce n'est que pour en prendre la lumière pour disposer de l'avenir. Le présent n'est jamais notre fin : le passé et le présent sont nos moyens ; le seul avenir est notre fin. Ainsi nous ne vivons jamais, mais nous espérons de vivre ; et, nous disposant toujours à être heureux, il est inévitable que nous ne le soyons jamais.

Blaise Pascal, 1623-1662
 


Wees op uw hoede als mensen pleiten voor solidariteit met DE MENS maar er niet toe overgaan in hun individuele levenssfeer. De filosoof Jean Jacques Rousseau had steeds de mond vol over sociaal contracten etcetera maar liet zijn eigen kinderen over aan een weeshuis. Jonathan Swift zei destijds maar half ironiserend dat hij DE NATIE, DE GEMEENSCHAP wantrouwt of zelfs haat omdat al zijn Liefde gericht was op werkelijke individuen van vlees en bloed. Edmund Burke begreep het morele fundament achter dergelijk schijnbare extreme opvatting en sprak over "To be attached to the subdivision, to love the little platoon we belong to in society, is the first principle (the germ as it were) of public affections. It is the first link in the series by which we proceed toward a love to our country and to mankind." 
Voor al diegenen die denken dat wetenschap waardenvrij kan zijn, de woorden van Adam Smith, 1759: "The idea of the utility of all qualities of this kind, is plainly an after-thought, and not what first recommends them to our approbation."

Merk op dat hij hiermee niet zoals velen in de valkuil struikelt om waarden als tegengesteld te plaatsen van nuttigheid. Hij toont immers evengoed dat vertrouwen essentieel is om de markt te laten functioneren. Maar hij weigert waarden als puur instrumenteel te zien omdat ze ook bijdragen aan bv. het ordentelijk laten werken van het economisch systeem. Oliver Williamson verzette zich later ook tegen een instrumentele visie op waarden zoals vertrouwen.

In vele andere werken, blijven andere economen blind voor de oorsprong van de voorkeuren van de mens. In Accounting for Tastes zal Gary Becker wel het orthodox paradigma verlaten dat preferenties gegeven zijn en fenomenen incorporeren als gewoontes, verslavingen, sociale druk, liefde en sympathie.

De nieuwe institutionele school gaat in op de beperkte rationaliteit van de mens. Net instituties vormen in hun ogen mechanismen om aan die beperkingen een antwoord te bieden. Ze vervullen coördinatierol met lagere transactiekosten als gevolg. Wel zag iemand als Douglas North in dat ze niet per se efficiënt zijn voor de maatschappij. Ze kunnen soms de transactiekosten voor sommigen reduceren maar ze verhogen voor anderen.