De perceptie van de realiteit is gemakkelijker te manipuleren dan de realiteit
Het is een ijzeren wet dat zwakke leiders dan kiezen voor het eerste
vrijdag 24 april 2015
zondag 29 maart 2015
Justitieplan 2008
Minister
van Justitie Jo Vandeurzen (CD&V), doorgaans geen roeper, heeft de
rechters, magistraten, advocaten en alle andere gerechtsspecialisten op
een plechtigheid in Hasselt toch eens goed ingepeperd dat het vijf na
twaalf is voor de Belgische justitie. Als de heren en dames van de
magistratuur nog vragen zouden hebben waarom het gerecht in België niet
meer meekan, dan heeft de minister daar zo zijn analyse van. Vandeurzen,
unplugged.
beschikbare middelen. Achter de naakte cijfers schuilt het gemis aan modern personeelsbeleid.'
'De waarheid is dat de centrale administratie er niet in slaagt penale boetes en gerechtskosten in te vorderen. Meer dan de helft van de niet spontaan betaalde boetes wordt niet meer ingevorderd. De uitvoering van de straft volgt de veroordeling niet consequent en niet snel genoeg op. De strafuitvoering is bijgevolg niet geloofwaardig.'
'Onderzoeken tonen aan dat een slankere overheid de economie ten goede komt. Volgens berekeningen zou ons overheidsapparaat gemiddeld tot 4 procent van het bruto binnenlands product te groot zijn. Bovenop is er een gebrek aan effectiviteit en doeltreffendheid.'
'De mythe une bonne justice n'a pas de prix is niet vol te houden. Justitie is eraan gehouden op een verantwoorde manier met de beschikbare middelen om te gaan. Haar producten en diensten moeten aan kwaliteitseisen voldoen. De mondige burger wil kwaliteit voor zijn belastinggeld.'
'De waarheid is dat de centrale administratie er niet in slaagt penale boetes en gerechtskosten in te vorderen. Meer dan de helft van de niet spontaan betaalde boetes wordt niet meer ingevorderd. De uitvoering van de straft volgt de veroordeling niet consequent en niet snel genoeg op. De strafuitvoering is bijgevolg niet geloofwaardig.'
'Onderzoeken tonen aan dat een slankere overheid de economie ten goede komt. Volgens berekeningen zou ons overheidsapparaat gemiddeld tot 4 procent van het bruto binnenlands product te groot zijn. Bovenop is er een gebrek aan effectiviteit en doeltreffendheid.'
'De mythe une bonne justice n'a pas de prix is niet vol te houden. Justitie is eraan gehouden op een verantwoorde manier met de beschikbare middelen om te gaan. Haar producten en diensten moeten aan kwaliteitseisen voldoen. De mondige burger wil kwaliteit voor zijn belastinggeld.'
'Uit een analyse van de doorstroming van dossiers in de strafrechtelijke keten blijkt dat in België zowat drie procent van
de door de politie geverbaliseerde feiten uiteindelijk zijn weg vindt
tot de rechtbank en aanleiding geeft tot een veroordeling. Nederland
haalt 45%. De vergelijking met Nederland roept vragen op. Is ons
Openbaar Ministerie voldoende bezig met waar het echt mee bezig moet
zijn?'
'In Nederland heeft men resoluut gekozen alle straffen, ook de kleine straffen, effectief uit te voeren. Bijgevolg is de gevangeniscapaciteit in 10 jaar verviervoudigd.'
'Ook wat betreft het aantal magistraten en het gerechtspersoneel zit België in de top vijf van Europa, verschillende landen doen het met veel minder.'
'De achterstand wordt niet gemonitord. In België bestaan onaanvaardbare wachttijden als gevolg van de gerechtelijke achterstand. De burger heeft geen aanspreekpunt om hierover zijn verhaal te doen.'
'In Nederland heeft men resoluut gekozen alle straffen, ook de kleine straffen, effectief uit te voeren. Bijgevolg is de gevangeniscapaciteit in 10 jaar verviervoudigd.'
'Ook wat betreft het aantal magistraten en het gerechtspersoneel zit België in de top vijf van Europa, verschillende landen doen het met veel minder.'
'De achterstand wordt niet gemonitord. In België bestaan onaanvaardbare wachttijden als gevolg van de gerechtelijke achterstand. De burger heeft geen aanspreekpunt om hierover zijn verhaal te doen.'
'De
voorbeelden illustreren een voor de hand liggende conclusie: er is geen
enkele reden waarom de Belgische justitie niet -zoals in het
buitenland- efficiënter kan georganiseerd worden. Met een betere inzet van
beschikbare middelen, die per definitie beperkt zijn. Onze
gerechtelijke structuren zijn nog grotendeels gebaseerd op datgene wat
in de steigers werd gezet in de negentiende eeuw.'
'Ik heb eens op televisie moeten antwoorden op de vraag waarom er in het gerechtsgebouw in Brugge geen wc-papier meer beschikbaar was. Ik zou het daar echt graag bij houden.'
'De problemen zijn in belangrijke mate terug te voeren op de overbevolking in de gevangenissen, waardoor gestraften hun straf niet onmiddellijk krijgen. We stellen vast dat voor een aantal mensen geen uitvoering meer volgt.'
'Zoals dat helaas vaak gebeurt, moet er eerst een drama zijn dat de publieke opinie beroert, voor de politiek over de nodige autoriteit beschikt om alle
'Ik heb eens op televisie moeten antwoorden op de vraag waarom er in het gerechtsgebouw in Brugge geen wc-papier meer beschikbaar was. Ik zou het daar echt graag bij houden.'
'De problemen zijn in belangrijke mate terug te voeren op de overbevolking in de gevangenissen, waardoor gestraften hun straf niet onmiddellijk krijgen. We stellen vast dat voor een aantal mensen geen uitvoering meer volgt.'
'Zoals dat helaas vaak gebeurt, moet er eerst een drama zijn dat de publieke opinie beroert, voor de politiek over de nodige autoriteit beschikt om alle
weerstanden te overwinnen die zo'n hervorming in de weg staan. De
laatste keer dat de politiek er zijn tanden in heeft gezet was na de
affaire-Dutroux. En justitie is wat dat betreft een taaie organisatie.
Want het is natuurlijk al te simpel om een aantal dure consultants los
te laten op de organisatie en dan een aantal wetten in elkaar te steken.
Zo werkt dat niet.'
'Als het vertrouwen van de burger in justitie de jongste tijd geschokt is, heeft dat veel te maken met de strafuitvoering. De mensen zien dat jonge criminelen worden opgepakt en meteen weer worden vrijgelaten. Ze vernemen dat er wachtlijsten zijn voor het elektronische toezicht en dat er in de tussentijd tijdens de strafonderbreking geen straf is. Dat wekt ergernis op. Mensen ervaren dit als een vorm van straffeloosheid, als een falen van Justitie.'
Lees de volledige speech van minister Jo Vandeurzen op www.nieuwsblad.be/vandeurzen
'Als het vertrouwen van de burger in justitie de jongste tijd geschokt is, heeft dat veel te maken met de strafuitvoering. De mensen zien dat jonge criminelen worden opgepakt en meteen weer worden vrijgelaten. Ze vernemen dat er wachtlijsten zijn voor het elektronische toezicht en dat er in de tussentijd tijdens de strafonderbreking geen straf is. Dat wekt ergernis op. Mensen ervaren dit als een vorm van straffeloosheid, als een falen van Justitie.'
Lees de volledige speech van minister Jo Vandeurzen op www.nieuwsblad.be/vandeurzen
gfr ■
maandag 23 maart 2015
woensdag 17 december 2014
Colbert en Mazarin over de overheidsschuld
Au sommet de son pouvoir mais à la fin de sa vie, le cardinal Mazarin achève l'éducation du jeune roi Louis XIV, sous le regard de la
reine-mère Anne d'Autriche et d'un Colbert qui attend son heure.
Tous ces personnages, leurs calculs et leurs rivalités ne sont pas sans rappeler les jeux du
pouvoir et ces liens étroits entre affaires publiques et vie privée dont nous sommes témoins
aujourd'hui sur la scène politique. Tant il est vrai que les régimes changent mais que les motivations des hommes
restent les mêmes...et dans la lumière de l'actualité avec ce passage entre Colbert et Mazarin sur la dette publique
Colbert : Pour trouver de l'argent, il arrive un moment où tripoter ne suffit plus. J'aimerais que Monsieur le
surintendant m'explique comment on s'y prend pour dépenser encore quand on est déjà endetté jusqu'au cou…
Mazarin :
Quand on est un simple mortel, bien sûr, et qu'on est couvert de
dettes, on va en prison. Mais l'Etat…
L'Etat, lui, c'est différent. On ne peut pas jeter l'Etat en prison.
Alors, il continue, il creuse la dette ! Tous les Etats font ça.
Colbert : Ah oui ? Vous croyez ? Cependant, il nous faut de l'argent. Et comment en trouver quand on a déjà
créé tous les impôts imaginables ?
Mazarin : On en crée d'autres.
Colbert : Nous ne pouvons pas taxer les pauvres plus qu'ils ne le sont déjà.
Mazarin : Oui, c'est impossible.
Colbert : Alors, les riches ?
Mazarin : Les riches non plus. Ils ne dépenseraient plus. Un riche qui dépense fait vivre des centaines de
pauvres.
Colbert : Alors, comment fait-on ?
Mazarin :
Colbert, tu raisonnes comme un fromage ! Il y a quantité de gens qui
sont entre les deux, ni pauvres ni
riches… Des Français qui travaillent, rêvant d'être riches et
redoutant d'être pauvres ! C'est ceux-là que nous allons taxer, encore
plus, toujours plus ! Ceux-là ! Plus tu leur
prends, plus ils travaillent pour compenser… C'est un réservoir
inépuisable. »
Poue en savoir plus sur Antoine Rault, l'auteur du " Diable rouge " :
http://www.lefigaro.fr/theatre/2009/04/28/03003-20090428ARTFIG00362-antoine-rault-de-la-politique-a-la-scene-.php
zaterdag 6 december 2014
Adam Smith over het fenomeen van de adoratie van de machtigen en wat we vandaag "celebrities" noemen:
"The rich man glories in his riches, because he feels that they naturally draw upon him the attention of the world, and that mankind are disposed to go along with him in all those agreeable emotions with which the advantages of his situation so readily inspire him. At the thought of this, his heart seems to swell and dilate itself within him, and he is fonder of his wealth, upon this account, than for all the other advantages it procures him."
When we consider the condition of the great, in those delusive colours in which the imagination is apt to paint it, it seems to be almost the abstract idea of a perfect and happy state. It is the very state which, in all our waking dreams and idle reveries, we had sketched out to ourselves as the final object of all our desires. We feel, therefore, a peculiar sympathy with the satisfaction of these who are in it. We favour all their inclinations, and forward all their wishes. What pity, we think, that any thing should spoil and corrupt so agreeable a situation! We could even wish them immortal; and it seems hard to us, that death should at last put an end of such perfect enjoyment. It is cruel, we think, in nature, to compel them from their exalted stations, to that humble, but hospitable home, which she has provided for all her children. Great King, live for ever! is the compliment, which, after the manner of eastern adulation, we should readily make them, if experience did not teach us its absurdity. Every calamity that befals them, every injury that is done them, excites in the breast of the spectator ten times more compassion and resentment than he would have felt, had the same hings happened to other men. It is the misfortunes of Kings only which afford the proper subjects for tragedy. They resemble, in this respect, the misfortunes of lovers. Those two situations are the chief which interest us upon the theatre; because, in spite of all that reason and experience can tell us to the contrary, the prejudices of the imagination attach to these two states a happiness superior to any other. To disturb, or to put an end to such perfect enjoyment, seems to be the most atrocious of all injuries.
All the innocent blood that was shed in the civil wars, provoked less indignation than the death of Charles I. A stranger to human nature, who saw the indifference of men about the misery of their inferiors, and the regret and indignation which they feel for the misfortunes and sufferings of those above them, would be apt to imagine, that pain must be more agonizing, and the convulsions of death more terrible to persons of high rank, than to those of meaner stations.
Upon this disposition of mankind, to go along with all the passions of the rich and the powerful, is founded the distinction of ranks, and the order of society. Our obsequiousness to our superiors more frequently arises from our admiration for the advantages of their situation, than from any private expectations of benefits from their good-will. Their benefits can extend but to a few; but their fortunes interest almost every body. We are eager to assist them in compleating a system of happiness that approaches so near to perfection; and we desire to serve them for their own sake, without any other recompence but the vanity or the honour of obliging them. Neither is our deference to their inclinations founded chiefly, or altogether, upon a regard to the utility of such submission, and to the order of society, which is best supported by it. Even when the order of society seems to require that we should oppose them, we can hardly bring ourselves to do it. That kings are the servants of the people, to be obeyed, resisted, deposed, or punished, as the public conveniency may require, is the doctrine of reason and philosophy; but it is not the doctrine of nature.
vrijdag 10 oktober 2014
Pas verschenen en meteen in de bestsellerlijst: @IvanVandeCloot met #Roekeloos op 10; Dirk De Wachters #Liefde op 6 pic.twitter.com/vKKyp6DuP1
— LannooCampus (@LannooCampus) 10 oktober 2014
zondag 7 september 2014
Vastklampen aan de macht?
Wat is er natuurlijker dan dat er na verkiezingen een aantal politici uit de schijnwerpers verdwijnen.
Daarom nog niet in de eerste plaats omdat ze electoraal afgestraft zijn maar gewoon omdat nieuwe coalities gevormd worden en het leggen van de puzzel onvermijdelijk inhoudt dat een aantal verschuivingen optreden.
Dat hierbij een aantal ego’s gekrenkt worden is totaal ondergeschikt aan het algemeen belang. Het is net één van de merites van een gezonde democratie dat niemand zich niet onbestendig aan de macht kan vastklampen. In politieke kringen wordt er nogal gedweept met Machiavelli en ik heb al eerder proberen te tonen dat hierbij vaak een erg selectieve lezing van diens werk opgevoerd wordt. Te vaak roept men de Italiaanse denker in om gedrag te verantwoorden waarvan het helemaal niet zeker is dat Machiavelli het zou tolereren omdat het niet gericht is op een groter goed maar het eigenbelang van de potentaat in kwestie. De ervaring wijst niet zelden uit dat net zij die zeggen dat macht op zich niet “vies” is zolang het maar als een instrument gebruikt wordt voor het algemeen belang, nogal eens net diegenen zijn bij wie de eigen persoon doorweegt op het grotere goed.
Wat ik in deze notitie wil aanbrengen, is het gedachtegoed van de filosoof Adam Smith die in zijn geschriften ook blijk gaf van een groot psychologisch inzicht in hen die de macht uitoefenen. Adam Smith zou volgens mij vandaag vooral hen aanklagen die de ontwikkelingen in Oekraïne uitbaten voor eigen profilering. De hoogmoed van politici stelde hij kan er zelfs toe leiden dat risico’s op gewelddadig conflict hen er niet van weerhoudt om zich in de schijnwerpers te werken:
“With what impatience does the man of spirit and ambition, who is depressed by his situation, look round for some great opportunity to distinguish himself? No circumstances, which can afford this, appear to him undesirable. He even looks forward with satisfaction to the prospect of foreign war, or civil dissension; and, with secret transport and delight, sees through all the confusion and bloodshed which attend them, the probability of those wished-for occasions presenting themselves, in which he may draw upon himself the attention and admiration of mankind.” (Theory of Moral Sentiments, I, iii, 2.5)
Smith wees er met zijn kennis van de menselijke zwakheden op dat het politieke beroep bij uitstek aantrekkelijk is voor met zogenaamd charisma en vooral op zoek naar faam. Smith maakte het onderscheid tussen hen op zoek naar wijsheid en deugd aan de ene kant en rijkdom en grootsheid aan de andere kant. Samen met Smith kunnen we ons ook verbazen dat een grote groep “hoogwaardigheidsbekleders” capaciteiten toedicht die niet realistisch zijn (‘easy empire over the affections of mankind”, TMS I iii 2.6) .
Het is ook opvallend hoe snel dergelijke figuren uit de gunst vallen eenmaal ze hun machtspositie verliezen:
"But he was no longer to be surrounded by that admiring mob of fools, flatterers, and dependants, who had formerly been accustomed to attend upon all his motions. He was no longer to be gazed upon by multitudes, nor to have it in his power to render himself the object of their respect, their gratitude, their love, their admiration"
En net daarom gruwelen mensen op machtsposities zo voor dat moment: “the fall from greatness so insupportable”.
Smith geeft een rake omschrijving van het leven van dergelijke leiders die steeds hunkerend blijven terugdenken aan de dagen dat ze nog wel tot de cirkel van de macht behoorden:
“That passion, when once it has got entire possession of the breast, will admit neither a rival nor a successor. To those who have been accustomed to the possession, or even to the hope of public admiration, all other pleasures sicken and decay. Of all the discarded statesmen who for their own ease have studied to get the better of ambition, and to despise those honours which they could no longer arrive at, how few have been able to succeed? The greater part have spent their time in the most listless and insipid indolence, chagrined at the thoughts of their own insignificancy, incapable of being interested i n the occupations of private life, without enjoyment, except when they talked of their former greatness, and without satisfaction, except when they were employed in some vain project to recover it."
Adam Smith beschreef het uitoefenen van de macht dus als hoogst verslavend wat hij toeschreef aan de roem en bewondering die samenhangt met de positie. Een menselijke conditie die vaak gekoppeld is aan hoogmoed en zelfoverschatting:
“Great success in the world, great authority over the sentiments and opinions of mankind, have very seldom been acquired without some degree of this excessive self-admiration” … “the eloquent founders and leaders of the most numerous and most successful sects and parties; have many of them been, not more distinguished for their very great merit, than for a degree of presumption and self-admiration altogether disproportioned even to that very great merit. “(TMS, VI.iii.28)
Van al diegenen die vandaag een stap terugzetten in de politiek, moeten we dan misschien Wouter van Besiens woorden als inspiratie voor anderen beschouwen: "Het wezen van de politiek is dat je altijd op iemand anders zijn stoel zit." In De Standaard Weekblad antwoordde hij vervolgens op de vraag En hoe doe je dat dan: op iemand anders zijn stoel zitten zonder dat er heibel van komt?: 'Je stoel op tijd vrijmaken.'(DSW, 6-9-2014)
Regnabo, Regno, Regnavi, Sum sine regno
Mochten alle potentaten meer doordrongen zijn van het idee van het Rad van Fortuin zouden hun onderdanen misschien een draaglijker bestaan hebben: "Regnabo, Regno, Regnavi, Sum sine regno". (I shall reign, I reign, I have reigned, I am without a realm):

Eerder verschenen:
Machiavelli in 2014
De grijze zone in de praktijk van de machtsuitoefening in België
Daarom nog niet in de eerste plaats omdat ze electoraal afgestraft zijn maar gewoon omdat nieuwe coalities gevormd worden en het leggen van de puzzel onvermijdelijk inhoudt dat een aantal verschuivingen optreden.
Dat hierbij een aantal ego’s gekrenkt worden is totaal ondergeschikt aan het algemeen belang. Het is net één van de merites van een gezonde democratie dat niemand zich niet onbestendig aan de macht kan vastklampen. In politieke kringen wordt er nogal gedweept met Machiavelli en ik heb al eerder proberen te tonen dat hierbij vaak een erg selectieve lezing van diens werk opgevoerd wordt. Te vaak roept men de Italiaanse denker in om gedrag te verantwoorden waarvan het helemaal niet zeker is dat Machiavelli het zou tolereren omdat het niet gericht is op een groter goed maar het eigenbelang van de potentaat in kwestie. De ervaring wijst niet zelden uit dat net zij die zeggen dat macht op zich niet “vies” is zolang het maar als een instrument gebruikt wordt voor het algemeen belang, nogal eens net diegenen zijn bij wie de eigen persoon doorweegt op het grotere goed.
Wat ik in deze notitie wil aanbrengen, is het gedachtegoed van de filosoof Adam Smith die in zijn geschriften ook blijk gaf van een groot psychologisch inzicht in hen die de macht uitoefenen. Adam Smith zou volgens mij vandaag vooral hen aanklagen die de ontwikkelingen in Oekraïne uitbaten voor eigen profilering. De hoogmoed van politici stelde hij kan er zelfs toe leiden dat risico’s op gewelddadig conflict hen er niet van weerhoudt om zich in de schijnwerpers te werken:
“With what impatience does the man of spirit and ambition, who is depressed by his situation, look round for some great opportunity to distinguish himself? No circumstances, which can afford this, appear to him undesirable. He even looks forward with satisfaction to the prospect of foreign war, or civil dissension; and, with secret transport and delight, sees through all the confusion and bloodshed which attend them, the probability of those wished-for occasions presenting themselves, in which he may draw upon himself the attention and admiration of mankind.” (Theory of Moral Sentiments, I, iii, 2.5)
Smith wees er met zijn kennis van de menselijke zwakheden op dat het politieke beroep bij uitstek aantrekkelijk is voor met zogenaamd charisma en vooral op zoek naar faam. Smith maakte het onderscheid tussen hen op zoek naar wijsheid en deugd aan de ene kant en rijkdom en grootsheid aan de andere kant. Samen met Smith kunnen we ons ook verbazen dat een grote groep “hoogwaardigheidsbekleders” capaciteiten toedicht die niet realistisch zijn (‘easy empire over the affections of mankind”, TMS I iii 2.6) .
Het is ook opvallend hoe snel dergelijke figuren uit de gunst vallen eenmaal ze hun machtspositie verliezen:
"But he was no longer to be surrounded by that admiring mob of fools, flatterers, and dependants, who had formerly been accustomed to attend upon all his motions. He was no longer to be gazed upon by multitudes, nor to have it in his power to render himself the object of their respect, their gratitude, their love, their admiration"
En net daarom gruwelen mensen op machtsposities zo voor dat moment: “the fall from greatness so insupportable”.
Smith geeft een rake omschrijving van het leven van dergelijke leiders die steeds hunkerend blijven terugdenken aan de dagen dat ze nog wel tot de cirkel van de macht behoorden:
“That passion, when once it has got entire possession of the breast, will admit neither a rival nor a successor. To those who have been accustomed to the possession, or even to the hope of public admiration, all other pleasures sicken and decay. Of all the discarded statesmen who for their own ease have studied to get the better of ambition, and to despise those honours which they could no longer arrive at, how few have been able to succeed? The greater part have spent their time in the most listless and insipid indolence, chagrined at the thoughts of their own insignificancy, incapable of being interested i n the occupations of private life, without enjoyment, except when they talked of their former greatness, and without satisfaction, except when they were employed in some vain project to recover it."
Adam Smith beschreef het uitoefenen van de macht dus als hoogst verslavend wat hij toeschreef aan de roem en bewondering die samenhangt met de positie. Een menselijke conditie die vaak gekoppeld is aan hoogmoed en zelfoverschatting:
“Great success in the world, great authority over the sentiments and opinions of mankind, have very seldom been acquired without some degree of this excessive self-admiration” … “the eloquent founders and leaders of the most numerous and most successful sects and parties; have many of them been, not more distinguished for their very great merit, than for a degree of presumption and self-admiration altogether disproportioned even to that very great merit. “(TMS, VI.iii.28)
Van al diegenen die vandaag een stap terugzetten in de politiek, moeten we dan misschien Wouter van Besiens woorden als inspiratie voor anderen beschouwen: "Het wezen van de politiek is dat je altijd op iemand anders zijn stoel zit." In De Standaard Weekblad antwoordde hij vervolgens op de vraag En hoe doe je dat dan: op iemand anders zijn stoel zitten zonder dat er heibel van komt?: 'Je stoel op tijd vrijmaken.'(DSW, 6-9-2014)
Regnabo, Regno, Regnavi, Sum sine regno
Mochten alle potentaten meer doordrongen zijn van het idee van het Rad van Fortuin zouden hun onderdanen misschien een draaglijker bestaan hebben: "Regnabo, Regno, Regnavi, Sum sine regno". (I shall reign, I reign, I have reigned, I am without a realm):

Eerder verschenen:
Machiavelli in 2014
De grijze zone in de praktijk van de machtsuitoefening in België
Abonneren op:
Posts (Atom)