maandag 26 juni 2017

Het rotte systeem


Op 24-6-2017 lezen we in de Morgen (Het systeem maakt de schurk, niet de verdorven moraal van een paar 'rotte appels') dit: "Alleen in Brussel-stad is de macht opgeknipt over 1.400 mandaten in tal van overheidsstructuurtjes. Dat is een conservatieve, voorlopige schatting. Het geld is mooi meegenomen, maar de essentie is die van een macht zonder tegenmacht. Als er oppositie is, houdt die zich koest (op de in Brussel vrij kleine partijen N-VA en Groen na): elke partij weet dat zij er volgende keer wel bij kan zijn. Het is de fundamentele reden waarom de even logische als noodzakelijk sanering van hoofdstedelijke instellingen er maar niet komt – ook nu nog niet, na alle schandalen. Geen enkele grote machtspartij durft de gok te wagen van de vereenvoudiging. Omdat ze dan riskeert na een stembusgang ineens overal van de macht verdreven te worden. Zo worden belangen wederzijds afgedekt."

..." de politieke bazen creëren voor zichzelf in hun vzw’s een ‘bureau’, dagelijks bestuur of directiecomité, waar ze alle macht concentreren. Ook de macht om te beslissen dat tegenover zulke immense verantwoordelijkheid ook een prettige vergoeding mag staan. De democratische controle is veraf. Dat is exact de bedoeling."

"Telkens gaat het om het creëren van structuren en regels die het mogelijk maken om macht en/of belastinggeld af te wenden naar de eigen partij of de eigen portefeuille. "

"Ook politieke verslaggeving maakt deel uit van het systeem. Systeemjournalistiek levert gezag op. En het levert ‘exclusieve’ scoops op, vaak in ruil voor een mild interview. Ik schreef het al eerder en ik herhaal het: verslaggevers en politici zitten in dit land te dicht op elkaar, onder dezelfde stolp. Het heeft een deel van mijn generatie politieke verslaggevers bijziend gemaakt. Te veel aandacht gaat naar het spel, te weinig naar de knikkers. "

Omdat de geschiedenis toelaat om het heden op een andere manier te bekijken, dit stukje uit McCulloughs boek over Theodore Roosevelt:

Roosevelt en het rotte systeem

Theodore Roosevelt riep op 29 maart 1881 op tot de "impeachment" van State Supreme Court rechter T.R. Westbrook die samenspande met crony capitalist J. Gould. Net zoals de schandalen vandaag in Brussel rond PS-figuren en vzw's feitelijk reeds lang bekend waren (of althans voldoende verdacht en met een beetje graven bekend hadden kunnen zijn), ging het hier ook over zaken die gemeengoed waren. Desondanks werd er jarenlang niets tegen gedaan. Het gebrek aan (politieke en journalistieke) moed is dan ook geen nieuw fenomeen.

Gould controleerde 10% van de spoorwegen, bezat Associated Press en de New York krant "World". Ondanks zijn corrupte praktijken welbekend waren, gingen vele zakenlui met hem in zee als het in hun voordeel was. Toen hij Western Union Telegraph kocht, had hij geen problemen om John Jacob Astor en J. Piermont Morgan als bestuurder aan te trekken. Roosevelt (23 jaar!) kwam te weten dat sommige advocaten aangewezen als curator voor insolvabele verzekeringsmaatschappijen exorbitante vergoedingen incasseerden met goedkeuring van de rechtbank. Al deze zaken bleken toegestaan door dezelfde rechter, T.R. Westbrook. De rechter bleek een pion van Gould. In een brief die later opdook, verklaarde Westbrook aan Gould dat hij "was willing to go to the very verge of judicial discretion" om Goulds belangen te bevorderen.

Gould besefte het groot potentieel van cargovervoer via spoor voor New York en volgde zijn gebruikelijke strategie. Die bestond erin de huidige eigenaars van Manhattan Elevated te bedreigen en de aandelenkoers ervan te doen kelderen om dan zelf te beginnen kopen. Dan verklaarde Westbrook het bedrijf failliet en wees twee medewerkers van Gould aan als curator. Eenmaal Gould de meerderheid had opgekocht, draaide Westbrook zijn vonnis om en verklaarde het bedrijf solvabel. Toen Gould pas startte als zakenman was zijn persoonlijke advocaat niemand anders dan... T.R. Westbrook.

Toen Roosevelt zijn tanden in de zaak zette, werd hij onmiddellijk gewaarschuwd en zijn vraag voor onderzoek voor de parlementaire commissie werd onmiddellijk op de Griekse kalenden geplaatst door parlementaire manoeuvres. Een oude "vriend" contacteerde hem met de mededeling dat zijn pose als hervormer wel leuk genoeg was geweest en om nu de zaak opnieuw over te laten aan "de juiste mensen". Roosevelt zag voor het eerst hoe oplichters, rechters, advocaten en politici elkaar verrijkten. Toen Roosevelt zijn aanklacht had geformuleerd in het parlement klonk er geen applaus maar een stilte van verstomming. Later publiceerde "the Judiciary Committee" een rapport dat de zaak in de doofpot wilde stoppen. Drie van de leden kregen smeergeld van $2500 elks toegestopt. De druk op individuele parlementsleden was groot en het doofpotrapport werd aangenomen. Theodore Roosevelt had met eigen ogen ervaren hoe de politiek functioneerde.
 
Als er toen iemand tegen Roosevelt had geopperd dat het geen zaak van verdorven moraal was, had hij hem wellicht aangepakt zoals de beren waarop hij wel eens jaagde. Uiteraard moet het verrot systeem aangepakt, maar de kracht om dat te doen, put men juist uit de moraal. Het is het morele relativisme dat aantoont hoe verrot het systeem wel niet is.


D. McCullough, Mornings on Horseback: The Story of an Extraordinary Family, a Vanished Way of Life and the Unique Child Who Became Theodore Roosevelt, 1982

B. Eeckhout, Het systeem maakt de schurk, niet de verdorven moraal van een paar 'rotte appels'
https://www.demorgen.be/politiek/het-systeem-maakt-de-schurk-niet-de-verdorven-moraal-van-een-paar-rotte-appels-b9db45d3/

zondag 21 mei 2017

Wanneer buitenlandse interventie wel en wanneer niet?

In 1859 schreef econoom-filosoof John Stuart Mill "A few words on non-intervention" als poging om de "ware principes van internationale moraliteit" te schetsen. Heel verhelderend wordt het wanneer Mill de motivatie van soevereine naties om buitenlands te interveniëren onderzoekt.

Het kan volgens hem overwogen worden om te interveniëren om vrijheid te ondersteunen, maar hij maakte een strikt onderscheid tussen steun van "interne vrijheid" en om vrije naties te verdedigen tegen een aanval door een despotische natie. Het eerste beschreef hij als "unwise": "If they have not sufficient love of liberty to be able to wrest it from merely domestic oppressors, the liberty which is bestowed upon them by other hands than their own, will have nothing real, nothing permanent".

Mill zou erg sceptisch en terughoudend zijn tegenover vele Amerikaanse retoriek om "democratie te exporteren" door elders een tiran te verwijderen. Hij beschouwde de zaak echter anders als een vrij land militair werd bedreigd door een ander land. "This meant that intervention to enforce non-intervention is always rightful, always moral, if not always prudent." Hij oordeelde dat helaas niet alle landen rijp waren voor vrijheid en dat in dat geval de chaos van een interventie meer menselijk lijden kon veroorzaken dan iets goeds brengen. "Liberty, as a principle, has no application to any state of things anterior to the time when mankind have become capable of being improved by free and equal discussion. Until then, there is nothing for them but implicit obedience to an Akbar or a Charlemagne, if they are so fortunate as to find one."

Uitgebreid citaat:
With  respect  to  the  question, whether one  country  is  justified  in helping  the  people of another in  a struggle  against  their government for  free institutions, the answer will  be  different,  according  as  the yoke which  the people are  attempting to throw  off  is  that of  a purely  native government,  or of  foreigners;  considering as  one  of  foreigners, every government which maintains itself  by  foreign  support. When  the contest  is  only  with native rulers,  and with  such  native  strength as those  rulers  can  enlist  in their defence, the answer  I  should give  to  the question  of the legitimacy  of intervention  is, as  a  general rule, No. The reason is, that  there can seldom  be  anything approaching  to  assurance that intervention,  even if  successful,  would be  for the good of  the people  themselves. The only  test possessing any  real value,  of  a people's having  become  fit for popular institutions, is that  they,  or  a sufficient portion of  them  to prevail in the contest,  are willing to  brave labour  and  danger  for  their liberation.  I know  all that  may  be said. I know it may  be urged that the virtues of  freemen  cannot be learned in the school  of  slavery,  and  that  if  a  people are  not fit for  freedom,  to have any  chance  of  becoming  so  they  must first be  free. And this would  be  conclusive, if the  intervention recommended would  really give them  freedom. But the evil  is,  that  if  they  have  not  sufficient  love of  liberty  to be  able  to wrest it  from  merely  domestic  oppressors,  the liberty  which  is  bestowed  on  them  by  other hands than  their own, will have nothing real, nothing  permanent. No people ever was  and remained free,  but because it  was determined to  be so; because  neither its  rulers nor any  other party  in the nation could compel it to be otherwise. If  a  people - especially  one who  freedom  has not  yet become  prescriptive - does not  value  it  sufficiently  to  fight for  it,  and maintain  it  against any  force  which can be  mustered within  the country, even  by  those who have  the  command of  the public  revenue, it  is only  a  question  of  how  few years or  months  that  people  will  be enslaved.





donderdag 9 februari 2017

Trump en Hitler

Plotsklaps duiken overal vergelijkingen van de 45e president van de Verenigde Staten met Adolf Hitler op. Vaak worden de stukken waarin dat gebeurt, geschreven door mensen die wel wat geschiedenis achter de kiezen hebben. Het doet je de vraag stellen wat hen ertoe drijft om op dit moment zulke groteske vergelijkingen te maken.

Is het geen intellectuele luiheid om direct te grijpen naar Hitler als voorbeeld van ultieme kwaad terwijl zoveel andere historische figuren en episodes ons misschien veel meer verheldering kunnen brengen vandaag? 

Het past in de stortvloed van verontrustende analyses die vooral moeten tonen dat de auteur ervan Trump verafschuwt. Kan belangrijk zijn voor het zelfbeeld van zo’n expert, maar wat heeft de lezer daaraan? We hebben geen ‘virtue signaling’ nodig, wel nuchtere analyses.

De lezer laten kennismaken met de wetenchappelijke literatuur die politici scoort op een as van minder tot meer autoritair, kan wellicht echt iets pertinents bijdragen. Om dan ineens uit te komen bij Hitler, trekt veel aandacht maar is daarom niet onderbouwd. Die vergelijking wordt vaak gemaakt om bewust een straf statement te maken maar haalt vaak nuchterheid uit de discussie en analyse. Zeker vergelijkingen met Hitler werken bewustzijnsvernauwend en net historische analyse kan die vermijden door veel meer vergelijkingspunten te zoeken in het verleden.

De hele opvolging van Amerikaanse presidenten nodigt uit om bijvoorbeeld in te zoomen op bekende voorbeelden van autoritair gedrag. De tweede Amerikaanse president, John Adams, vaardigde bijvoorbeeld decreten af die hem toelieten (Britse) vreemdelingen het land uit te zetten. Abraham Lincoln schorste de habeas corpus om individuen onbeperkt op te sluiten. Franklin Roosevelt beval duizenden Japanse Amerikanen op te sluiten en onder Bush en Obama kregen de veiligheidsdiensten veel bevoegdheden om communicatie af te luisteren.

Trump maakt inderdaad gebruik van propaganda, maar dat is geen unicum in de geschiedenis. Ook zijn stelling ‘The establishment protected itself, but not the citizens of our country.’ is te veel voorgekomen om er enkel Hitler als voorbeeld bij te nemen.

Als je naar de Nederlandse verkiezingen kijkt, dan zie je dat Trump ook daar een verkiezingsthema is geworden. Een politicus die een strenger immigratiebeleid voorstelt, wordt onmiddellijk op een hoopje gegooid met Trump en Hitler. Dat helpt zeker niet om een nuchtere discussie over zo een belangrijk onderwerp te voeren. Het risico is dat een thema als integratie dan in de taboesfeer belandt en we een non-beleid krijgen en we hebben in eigen land gezien waar dat ons toe brengt. Trump is een soort totem waar rivaliserende partijen op links op dit moment tegenaan wrijven om vooral stemmen bij elkaar weg te halen. Staalharde kritiek op Trump is gezien de machtsconcentratie meer dan ooit nodig. Het demoniseren van kiezers van Trump kan echter leiden tot meer polarisatie en moeilijker maken om kloof te overbruggen.

Een analyse zoals deze in The Economist over de context van de problematische en vroegtijdig afgebroken ambtstermijn van Richard Nixon toont het potentieel van dergelijke oefening. Nixon "rallying a “silent majority” of Americans who felt ignored and disdained by bossy, self-dealing elites" klinkt in elk geval erg herkenbaar. Het toont het gevaar van de concentratie van macht in de handen van een persoon met een "gebroken moreel kompas". Heel de geschiedenis van het Amerikaans presidentschap en van de politiek breder bekeken, leert uiteraard ook dat "fake news" van alle tijden is.

In de Verenigde Staten zijn al wel wat diepgaande analyse verschenen over parallellen tussen president Trump en Andrew Jackson die in 1828 de overwinning behaalde tegenover de zesde president Quincy Adams. Sindsdien spreekt men over dat moment als de geboorte van het Amerikaanse populisme, ook omdat de verkiezingscampagne extreem bruut en polariserend was. Opvallend is dat verschillende mensen uit de omgeving van Trump zelf proberen te suggereren dat Trump een hedendaagse Jackson is. Het is uit de botsing van ideeën tussen analisten dat we inderdaad erin slagen om lessen te trekken uit de geschiedenis om het heden beter te begrijpen. Het is zeker niet duidelijk dat een vergelijking met Hitler hetzelfde licht doet schijnen op dit moment.

Het te lichtzinnig maken van vergelijkingen met de jaren 30 en a fortiori met Hitler maakt misschien ook dat we het opstaan van een "echte" Hitler niet meer op een geloofwaardige manier zouden detecteren. Waakzaamheid is altijd geboden. Democratie moet onderhouden worden. Er zijn nog steeds check & balances aanwezig maar ongetwijfeld minder sterk dan we zouden willen.

woensdag 18 januari 2017

Jefferson



1. Antwoord dat Madison schreef op Jefferson toen hij wereldvreemde politieke ideeën ventileerde:

Our hemisphere must still be more enlightend before many of the sublime truths which are seen through the medium of philosophy, become visible to the naked eye of the ordinary politician

2. Jefferson over de publieke opinie en de pers:

The basis of our governments being the opinion of the people, the very first object should be to keep that right; and were it left to me to decide whether we should have a government without newspapers or newspapers without a government, I should not hesitate a moment to prefer the latter. But I should mean that every man should receive those papers & be capable of reading them. 

I am convinced that those societies (as the Indians) which live without government enjoy in their general mass an infinitely greater degree of happiness than those who live under European governments. Among the former, public opinion is in the place of law, and restrains morals as powerfully as laws ever did any where. Among the latter, under pretence of governing they have divided their nations into two classes, wolves and sheep. I do not exaggerate. This is a true picture of Europe. Cherish therefore the spirit of our people, and keep alive their attention. Do not be too severe upon their errors, but reclaim them by enlightening them. If once they become inattentive to the public affairs, you and I, and Congress, and Assemblies, judges and governors shall all become wolves. It seems to be the law of our general nature, in spite of individual exceptions; and experience declares that man is the only animal which devours his own kind, for I can apply no milder term to the governments of Europe, and to the general prey of the rich on the poor.

Plumer over Jefferson: "I did think he had great talents, wisdom and a portion of those virtues that render a man amiable and useful; but craft and cunning are as distinct from wisdom as meanness is from economies, or his views from true greatness."

Jefferson over de pers: "During this course of administration, and in order to disturb it, the artillery of the press has been leveled against us, charged with whatsoever its licentiousness could devise or dare. These abuses of an institution so important to freedom and science are deeply to be regretted, inasmuch as they tend to lessen its usefulness and to sap its safety. They might, indeed, have been corrected by the wholesome punishments reserved to and provided by the laws of the several States against falsehood and defamation, but public duties more urgent press on the time of public servants, and the offenders have therefore been left to find their punishment in the public indignation."



Franklin on Adams: always An honest man, often a great one but sometimes absolutely mad


I must study politics and war that my sons may have liberty to study mathematics and philosophy. My sons ought to study mathematics and philosophy, geography, natural history, naval architecture, navigation, commerce, and agriculture, in order to give their children a right to study painting, poetry, music, architecture, statuary, tapestry, and porcelain.John Adams (1735 - 1826 


May none but honest and wise men ever rule under this roof." -- John Adams, Second President of the United States, Letter to Abigail


"Collecting all authority into one center, that of the nation." Nonsense. The whole people were incapable of deciding much of anything, even on the small scale of a village. If all power were to be vested in a single legislature. "What was there to restrain it from making tyrannical laws, in order to execute them in a tyrannical manner?"

To Adams nothing had changed about human nature since the time of the ancients. Inequities within society were inevitable, no matter the political order. Human beings were capable of great good, but also great evil. None could be elevated above others without risk of danger.

Even in America where there was " a moral and political equality of rights and duties" there were nonetheless inequalities of wealth. There was inevitably a "natural aristocracy among mankind". These were the people who had the capacity to acquire wealth and make use of political power, and for all they contributed to society, they could thus become the most dangerous element in society, unless they and their interests were consigned to one branch of legislature, the Senate and given no executive power."


Reason is the guide of life, the senses, the imagination and affections are the springs of activity. Reason holds the helm, but passions are the gales.



dinsdag 13 december 2016

Wetstraat

 'Daar vindt men, na elke verkiezing, de nieuwe vertegenwoordigers, de mannen uit de provincie en de arrondissementen, die binnendringen met idealisme, enthousiasme en de wil van hervormers, zwanger van slogans en partijprogramma's, maar die aldra ontnuchterd worden door de 'heren met lange ervaring'.

Gaston Eyskens, Voorwoord  in Louis Ryckeboer, 'Wetstraat' 

maandag 28 november 2016

Het politieke correcte denken als fenomeen


Ook het politieke correcte denken (PC) heeft een voedingsbodem gehad. In zekere mate is het met name ontstaan als reactie tegen racisme en onderdrukking van minderheden. Het schuldgevoel ontsproten uit de tweede wereldoorlog in Europa en de slavernij en onderdrukking in de Verenigde Staten speelde daarbij zeker een rol. Dit heeft echter ook geleid tot een aantal ontsporingen zoals zelfhaat (“het blanke ras is de kanker in de menselijke geschiedenis") en bizarre debatten (“zwarten kunnen niet racistisch zijn”) in de Verenigde Staten maar ook bij ons.

"Since then, “politically correct” has come to be used to characterize curriculum revisions, campus speech  codes,  harassment  policies,  affirmative  action in college admissions and hiring, the use of new descriptors for minorities (e.g.,African American,Native American, learning disabled), new NORMS for interacting with women and racial or cultural minorities (e.g.,avoiding genteel “ladies first” policies),and generally, to any change in language, policy, social  behavior,  and  cultural  representation  that  is aimed at avoiding or correcting a narrowly Eurocentric world view and the long-standing subordination of some social groups." http://cw.routledge.com/ref/ethics/entries/politicalcorrectness.pdfhttp://cw.routledge.com/ref/ethics/entries/politicalcorrectness.pdf

Vrije debat

In 1999 vond er een conferentie plaats in Johannesburg over het onderwerp van politieke correctheid waarbij het naslagwerk concludeert dat dit fenomeen allesbehalve geleid heeft tot een meer vrije en open samenleving. De auteur van de inleiding stelt met name dat politieke correctheid het open debat en de vrije uitwisseling van ideeën verhindert. Openhartigheid wordt een bron van isolatie. “In our view, political correctness has become a new and more sophisticated form of censorship.” (Erkens and Kane-Berman, 2000, p. 2)  

Een andere deelnemer stelt: “A timorous critic of politically correct positions can be cowed into silence by the mere suggestion that his or her views represent a disguised defence of the old order and show an insensitivity to the plight of back people. . . . White intellectuals are particularly susceptible to this kind of  ad hominem attack, since political correctness preys on white guilt” (Erkens and Kane-Berman, 2000, p. 23).

Een belangrijk onderdeel van het fenomeen is dat sprekers geband worden van het spreekgestoelte aan universiteiten en elders omdat ze bepaalde feitelijke analyses brengen, vaak over minderheden, die in het verkeerde keelgat schieten. Een explosief voorbeeld betrof allerlei onderzoeken over verschillen inzake IQ en andere maatstaven tussen bevolkingsgroepen. Bekend is de annulering van een lezing door Nobelprijswinnaar James Watson in het Science Museum te Londen op 18 oktober 2007 nadat hij uitspraken had gedaan over intelligentieverschillen tussen rassen[1]. Het is hoegenaamd geen recent fenomeen. De New York Times stelde in 1986 al dat er veel te veel nadruk was op PC. 

Dubbele standaarden

Het kan alleen maar aanzetten tot verbittering als taboes op taalgebruik selectief functioneren. Zo waren er nogal wat stemmen in de zaak van de Deense cartoons die stelden dat deze onnodig kwetsend waren voor gelovigen. In welke mate hanteert men dezelfde norm als het over andere geloofsovertuigingen betreft zoals de talloze keren dat Paus Benedictus (Ratzinger) als Gods rottweiler werd beschreven? 

Op sommige domeinen speelt het fenomeen veel meer een rol dan op andere. De spanning loopt typisch  hoger op bij onderwerpen van religie, geslacht of ras.

"That is, areas of social life that were conventionally taken to be a political, such as everyday language, the canon of literary classics, jokes, advertising, norms of politeness, hiring decisions, and sports funding, came increasingly to be seen as potential sites for enacting racism, sexism, and Eurocentrism." http://cw.routledge.com/ref/ethics/entries/politicalcorrectness.pdf

Gevolgen

Het concrete gevolg is onder meer dat sommige dingen niet meer publiekelijk gezegd worden en dus verdrongen worden naar de private sfeer. Sommige disciplines zijn echter veel meer gevrijwaard gebleven van het fenomeen dan anderen. Met name is de wereld van de wiskunde en ingenieurswetenschappen redelijk gevrijwaard gebleven van het fenomeen.

Een paradox is dat in werken uit de geschiedenis er veel meer ideeën geuit konden worden die vandaag onmiddellijk in beschuldigingen van xenofobie, racisme, seksisme… eindigen. Het is essentieel te vermijden dat het eenvoudig is om mensen monddood te maken die reële zorgen in de maatschappij verwoorden. Het criterium dat dit dan wel aan goede smaak beantwoordt, kan niet het laatste woord vormen. 

De pogingen om stereotyperingen te bannen, hebben in sommige gevallen werkelijk absurde proporties gekregen. “African Americans should not be portrayed as athletes; Caucasians should not be portrayed as businesspeople; men should not be portrayed as breadwinners; women should not be portrayed as wives and mothers” (Ravitch, 2003, p. 27). 

Dit is echter wat je krijgt als je vertrekt van het criterium dat alles wat een student kan kwetsen of verontrusten in bijvoorbeeld examenvragen verwijderd moet worden. Ravitch documenteert zelfs een aanklacht tegen het opnemen van de fabel van Aesop “De vos en de kraai” in een cursus omdat de ijdele en dwaze kraai vrouwelijk is en de vos mannelijk.

Het bestaan van een druk tot politiek correct denken zonder dit te erkennen kan ook verstrekkende gevolgen hebben. Als mensen massaal het gevoel krijgen dat hun zorgen niet ernstig genomen worden, kunnen ze zich zoals recent gedemonstreerd in de Verenigde Staten ook in het stembureau balorig opstellen. 

Wat kan vandaag niet meer publiekelijk gesteld worden? Zelfcensuur is uiteraard extreem moeilijk te detecteren. Alleen ikzelf weet wat deze tekst bijvoorbeeld niet gehaald heeft, uit angst voor de gevolgen. Misschien dat academici zelf echter goed in kaart kunnen brengen over welke delen van hun onderzoek ze terughoudend zijn om ze publiekelijk te bespreken. Doris Lessing spreekt in haar essay “Censorship” (2001, p. 73) over de “tirannie van politieke correctheid” waarbij intimidatie, de angst voor gevolgen voor broodwinning… de expressievrijheid beperken.

Als de leden van een bepaalde bevolkingsgroep sterker vertegenwoordigd zijn in criminaliteitscijfers, socialezekerheidsuitkeringen of wat dan ook, is het onverantwoord dat te negeren. Het gevaar dat daaruit verkeerde conclusies getrokken kunnen worden, betekent niet dat we er dan maar blind voor moeten zijn. Laten we ook beseffen dat consensus niet tegen elke prijs bereikt moet worden. Als de feiten niet beantwoorden aan wat een bepaalde intelligentsia ons wil doen geloven, ‘tant pis’ dan.

We mogen niet in de val lopen dat het hanteren van cijfers automatisch gelijkstaat met stigmatisering
Een voorbeeld is het fenomeen van victimisatie, waarbij het gedrag van radicaliserende groepen praktisch verschoond wordt door de omstandigheden waarin ze opgroeien. Het blijkt allesbehalve de regel te zijn dat ze effectief systematisch in armoede opgroeien. De meest gezochte man liep zelfs school op een prestigieus college in Ukkel. Het is ook onze plicht om het vanzelfsprekende te zeggen: miljarden mensen groeien op in armzalige omstandigheden zonder te radicaliseren. Beleid en instituties kunnen een rol spelen, maar het is verleidelijk in de val te trappen en de eigen verantwoordelijkheid van daders uit het oog te verliezen.
Als de leden van een bepaalde bevolkingsgroep sterker vertegenwoordigd zijn in criminaliteitscijfers, socialezekerheidsuitkeringen of wat dan ook, is het onverantwoord dat te negeren. Het gevaar dat daaruit verkeerde conclusies getrokken kunnen worden, betekent niet dat we er dan maar blind voor moeten zijn. Laten we ook beseffen dat consensus niet tegen elke prijs bereikt moet worden. Als de feiten niet beantwoorden aan wat een bepaalde intelligentsia ons wil doen geloven, ‘tant pis’ dan.We mogen niet in de val lopen dat het hanteren van cijfers automatisch gelijkstaat met stigmatiseringEen voorbeeld is het fenomeen van victimisatie, waarbij het gedrag van radicaliserende groepen praktisch verschoond wordt door de omstandigheden waarin ze opgroeien. Het blijkt allesbehalve de regel te zijn dat ze effectief systematisch in armoede opgroeien. De meest gezochte man van België liep zelfs school op een prestigieus college in Ukkel. Het is ook onze plicht om het vanzelfsprekende te zeggen: miljarden mensen groeien op in armzalige omstandigheden zonder te radicaliseren. Beleid en instituties kunnen een rol spelen, maar het is verleidelijk in de val te trappen en de eigen verantwoordelijkheid van daders uit het oog te verliezen.
Toekomst

Voor iedereen oprecht bezorgd om het open debat is het cruciaal te onderzoeken wat er gedaan kan worden om dit te vrijwaren. In de Verenigde Staten was een belangrijk discussiepunt dat sommige partijen een onevenredige grote toegang hadden tot gevestigde posities in de media. Het lijkt in elk geval een aandachtspunt dat journalisten zelf niet in grote mate steeds dezelfde overtuigingen delen.
Ook kan best in kaart gebracht worden in welke mate taboes allerhande ervoor zorgen dat bepaalde problemen dreigen verwaarloosd te worden. Zo is het gemakkelijk voor een opgeleid lid van de elite om neer te kijken op de angst voor het vreemde wanneer hij of zij vooral in contact komt met buitenlanders op een manier die vooral zijn kennis, netwerk en bevoorrechte positie versterken. Anderen in de maatschappij zijn helemaal niet zo irrationeel als ze schrik hebben dat hun job onder druk komt door concurrentie uit het buitenland of vanwege nieuwkomers met andere gewoontes waarbij ze helemaal niet vertrouwd zijn.

Je ziet het veel tegenwoordig. Een lid van het establishment laat zich neerbuigend uit over groepen in de bevolking die zich laten leiden door ‘populistische’ neigingen. Het is inderdaad verleidelijk je vanuit Europa meewarig uit te laten over het fenomeen Donald Trump in de Verenigde Staten. Maar de echte vraag is hoe het zover is kunnen komen.

Zou het kunnen dat diegenen die de voorbije decennia de macht uitoefenden zelf een grote verantwoordelijkheid dragen? Misschien loopt die verantwoordelijkheid zelfs tot vandaag?
Wordt het dan geen tijd dat de bevolking wat minder neerbuigend wordt benaderd en dat wordt toegegeven dat er voor goed bestuur veel lessen te trekken vallen? Goed besturen vergt andere talenten dan mooie retoriek. Dat werd recentelijk misschien door niemand beter aangetoond dan door de Amerikaanse president Barack Obama.

Werk maken van een cultuur van verantwoording en transparantie lijkt een cruciale eerste stap. Verontwaardiging kan ook een gezonde evolutie op gang brengen, als ze tenminste aanzet tot kritische zelfreflectie.

Becker, Lawrence C., Charlotte B. Becker, , Political correctness, Encyclopedia of Ethics, 1337-1340

Erkens and John Kane-Berman (eds), Political Correctness in South Africa. Johannesburg: South African Institute of Race Relations, 2000, p. 519.

Hughes, Geoffrey, Political correctness: A history of semantics and culture. Oxford: Wiley-Blackwell, 2010

Lessing, Doris, “Censorship and the climate of opinion", In Derek Jones (ed.), Censorship: A World Encyclopedia. London, 2001

Ravitch, Diane, "The Language Police: How Pressure Groups Restrict What Students Learn", 2003