vrijdag 21 januari 2022

Besluitvorming in de coronacrisis

 

Besluitvorming in de coronacrisis

De coronacrisis heeft in dit land al veel opmerkelijke discussies opgeleverd, niet in het minst over hoe besluitvorming tot stand komt. In maart 2020 spraken velen grote hoop uit over hoe in ons beleid de rol van expertise eindelijk zou groeien. Persoonlijk zag ik echter ook al veel problemen opdoemen die zich ook effectief hebben voorgedaan. De samenstelling van adviescommissies en welke disciplines daarin wel en niet vertegenwoordigd zijn is al een cruciale keuze. Uiteraard is hun deskundigheid essentieel maar evengoed gaat het om de mate waarin ze zich houden aan hun rol.

Vanaf de eerste dag vond ik het evident dat er 1 woordvoerder zou aangesteld worden die als ambtenaar deze rol zou opnemen. Als zijn of haar geloofwaardigheid door welke reden dan ook aangetast zou worden, kon die onmiddellijk vervangen worden. Het is vanzelfsprekend dat we het probleem aankaarten dat de crisis te veel vanuit een beperkte set aan disciplines beheerd werd.

Brede maatschappelijke impactanalyse

Hoewel het grote knelpunt het aantal bedden op intensieve zorgen bleek (daarover een andere keer meer), is het extreem belangrijk dat finaal beslissingen gebaseerd worden op een impactanalyse voor alle relevante maatschappelijke dimensies. Inzake het medische luik alleen al is er zoveel meer dan alleen covid. In de literatuur wordt er gesproken over fenomenen als groepsdenken en tunnelvisie. We zien soms dat die termen als een belediging benoemd worden, maar dat bevestigt eigenlijk net de analyse. Mensen met een sociaal wetenschappellijke achtergrond zullen altijd ervan uitgaan dat dergelijke problemen in elk comité of vergadering kunnen optreden. Het vergt al een bepaalde ingesteldheid om te denken dat jouw commissie daar niet kwetsbaar voor kan zijn.

Gezondheidseconomie

Een goede evaluatie van het beheer van de coronacrisis zal wellicht pas binnen enkele jaren gebeuren. Daarvoor moet immers niet alleen gekeken worden naar oversterfte door covid maar ook de impact op heel de maatschappij gaande van mentale gezondheid, over economische ontwrichtingen tot cognitieve impact op kinderen. In feite is dit waartoe de gezondheidseconomie als discipline een onderbouwd kader en instrumenten voor aanreikt. Ook in andere landen kwam dit echter slechts heel problematisch aan bod. In Nederland waren er zelfs een aantal gezondheidseconomen die zich terugtrokken uit het debat op aanbeveling van de veiligheidsdiensten na zware bedreigingen.

Bij gebrek aan een integral afwegingskader zoals aangeboden door de gezondheidseconomie krijg je al te vaak rapporten die wel gewag maken van de problemen van uitgestelde zorg, sociale en psychische kosten maar waar die fenomenen niet echt expliciet gewogen worden tegenover de directe gezondheidsheidschade inzake covid. Nochtans zou het de politieke keuze veel explicieter maken als beslissers werkelijk de afweging zien tussen bijvoorbeeld gewonnen levensjaren vandaag versus door covid versus verloren gezondheidsjaren later. Het niet-benoemen ervan verhindert niet dat je finaal die afweging wel doet. Je wil ze natuurlijk wel zo onderbouwd mogelijk doen en daarom moet je ze expliciteren.

Het is een wetenschappelijk feit dat bijvoorbeeld de opgelopen leerachterstand ten gevolge van schoolsluitingen en lange quarantaines mogelijk meer levensjaren kunnen kosten dan COVID-19 zelf. Net zoals het bijvoorbeeld voor Nederland geraamd kan worden dat uitstel en afstel van reguliere zorg voor kankerpatiënten 750.000 verloren levensjaren met zich mee kan brengen de volgende 5 jaar. Dit is een veelvoud van het aantal levensjaren dat in 2020 en 2021 door corona direct verloren is gegaan... (1)

Niet alleen hebben we wetenschappelijke kennis over de impact van leerachterstand maar ook van huiselijk geweld dat stijgt tijdens lockdowns, de impact van stress en angst op geboortes..  (2)

Zou finaal zo’n expliciete afweging in een coherent kader een verschil gemaakt hebben? Onvermijdelijk wel, maar hoe precies blijft natuurlijk speculatief. Hoe gaan ze er bijvoorbeeld mee om dat in de besluitvorming voor de recurrente gezondheidsuitgaven een norm van 80.000 euro voor een extra levensjaar wordt gebruikt en het er nu met schoolsluitingen en uitgestelde zorg erop neerkwam dat deze norm tot wel tienmaal overschreden werd (3)? Ik hoop dat wetenschappers meer en meer onderbouwde en brede afwegingskaders zullen benutten om het lange termijnbeleid te onderbouwen.

Chilling effecten

Het is duidelijk dat velen aarzelen om belangrijke discussies te voeren in het verhit klimaat waarin we leven. Dat veel gezondheidseconomen erg afwezig waren in het debat zal daar wellicht verband mee houden. Terughoudendheid wegens dergelijke chilling effecten om de vergelijking tussen verloren levensjaren door covid zelf en lagere levensverwachting door schoolachterstand te maken is echter problematisch. De realiteit is immers wat ze is. Discussies worden vaak gevoed door onbegrip over de methode. Het is bijvoorbeeld niet zo dat goede economische evaluaties blind zijn voor de gevolgen van grotere virusverspreiding. Al heel vroeg ontwikkelden belangrijke economische onderzoekers modellen (bv. een zogenaamd meervoudig risico SIR-model) die zowel de virologische evolutie van de pandemie als de bredere maatschappelijke factoren integreerden (4). Zo’n analyse kan bijvoorbeeld aantonen dat een schoolsluiting niet meer doet dan een besmetting van vandaag reduceren voor een besmetting iets later. Misschien is het wel zo dat er te weinig kennis was in andere disciplines over de modellen ontwikkeld door economen terzake. Misschien kan dit benoemd worden als een probleem van interdisciplinariteit waarbij de beoefenaars van de ene discipline te weinig zicht hebben op wat er gebeurt in andere disciplines. Het afwegen van kosten van verloren levensjaren door covid tegenover nevenschade leidt overigens nooit tot de conclusie dat er geen ingrijpen nodig is op viruscirculatie. Wel leidt de afweging veel sneller tot het aanbevelen van selectieve maatregelen in tegenstelling tot algemene lockdowns (5). Debatten onder gezondheidseconomen over hun discipline moeten de komende tijd wel erg boeiend worden.

 

Ivan Van de Cloot

 

(1) Baarsma, B., Eline van den Broek-Altenburg, Gerard van den Berg en Coen Teulings 'Langetermijnbelangen worden bij aanpak corona veronachtzaamd' – ESB, 10 juni 2021

(2) Almond, D., J. Currie en V. Duque (2018) Childhood circumstances and adult outcomes: act II. Journal of Economic Literature, 56(4), 1360–1446.

(3) Teulings, C. School-closure is counterproductive and self-defeating, Covid Economics, Issue 69, 18 February 2021, CEPR Press (pp 166-175)

(4) Daron Acemoglu & Victor Chernozhukov & Iván Werning & Michael D. Whinston, 2021. "Optimal Targeted Lockdowns in a Multigroup SIR Model," American Economic Review: Insights, American Economic Association, vol. 3(4), pages 487-502          

(5) Miles, D., Stedman, M., & Heald, A. (2020). Living with COVID-19: Balancing costs against benefts in the face of the virus. National Institute Economic Review, 253, R60–R76. Rowthorn, R., & Maciejowski, J. (2020). A cost–beneft analysis of the COVID-19 disease. Oxford Review of Economic Policy, 36(S1), S38–S55.

vrijdag 26 november 2021

podcast

 Overheid plus markt: vier rollenspelers

Uitdeinende sfeer van de overheid= de Schumpeter thesis 

Overheid= Kerntaken

Markt= welvaartscreatie

Civiele maatschappij= spontane verbanden 

Burger Eigen verantwoordelijkhei

=== Rekenschap overheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid bedrijven

UITDAGINGEN

lage productiviteitsgroei

monopolistische tendenzen

Column

De Verlichting uit evenwicht

Vertrouwen als lijm, instituties en persoonlijke vrijheden


dinsdag 6 april 2021

Subsidieziek

Subsidieziek

Laten we het als gemeenschap onder ogen zien: Vlaanderen is subsidieziek. Dat kost niet alleen handenvol geld. Het is ook meer dan corrosief voor de gemeenschap. Vorige eeuw analyseerde Joseph Schumpeter de invloed van een zonder grenzen uitdijnende overheid op de maatschappij. Steeds meer mensen worden daarbij zelf in de overheidssfeer getrokken. Steeds minder zijn bereid of in staat een kritische houding aan te nemen tegen de cultuur die daarbij ontstaat.

De zaak rond Lets go urban zal zijn beslag krijgen voor de rechter. Wat nu voor iedereen wel overduidelijk werd, is hoe gemakkelijk sommigen enorme subsidies krijgen. In een land dat nochtans wat beter op de aanwending van openbare middelen zou moeten letten. Kan nu eindelijk het fatsoen tegenover de belastingbetaler opgebracht worden om zich over de Vlaamse subsidiecultuur te bezinnen? 

Subsidiecultuur

België verleende net voor de coronacrisis 3,8 procent van het bbp aan subsidies, tegenover 0,9 procent in Duitsland en 1,2 procent in Nederland. In 2004 lag dit niveau in ons land nog op 1,7 procent. Sindsdien namen de subsidies tegen een jaarlijks gemiddelde van 8,7 procent toe. In Nederland zijn de subsidies over heel die periode stabiel gebleven als aandeel in het nationaal inkomen terwijl ze in Duitsland zelfs gedaald zijn.

Subsidiestelsels worden niet of niet genoeg geëvalueerd op het vlak van doeltreffendheid en doelmatigheid. De overheid stelt zich vaak al tevreden bij het nagaan of de betaling effectief gebeurd is. Dit schendt belangrijke principes van goed bestuur.

Subsidies dienen ten minste op twee manieren getoetst: bereiken ze het beoogde effect en vormen ze de efficiëntste wijze om dat resultaat te bewerkstelligen? Het is best mogelijk dat het gewenste gedrag ook zonder subsidie was gerealiseerd of de baten niet opwegen tegen de kostprijs. Ook moet steeds bekeken worden in welke mate een gesubsidieerde organisatie te eenzijdig afhankelijk is van subsidies. Dit kan snel excessen naar boven doen komen omdat er misschien een politieke logica is om iets te subsidiëren dat onvoldoende maatschappelijk gedragen wordt. Bovendien kan voor heel wat zaken bepleit worden dat de overheid best alleen maar tijdelijk ondersteunt om een duw in de rug te geven en dat na een initiële periode de zaak op eigen benen moet kunnen staan. Dit geldt overigens ook vaak voor ondersteuning van onderzoeksprojecten. Het totale budget aan onderzoeksgelden kan dan wel op peil gehouden worden maar er dient typisch een grote rotatie in dat budget te gebeuren.

Maatschappelijke kosten

De kostprijs van subsidies omvat ook de administratieve kosten om de subsidie uit te geven én op te volgen. Als door subsidies onrendabele bedrijven blijven bestaan, kunnen ze ook de groeimogelijkheden van de gezonde bedrijven belemmeren. De overheid dient steeds te bewaken dat ze private ondernemingen niet zelf ongepaste concurrentie aandoet met belastinggeld. Of dat ze geen activiteiten verdringt en scheeftrekkingen veroorzaakt met subsidies en andere interventies.

Er het risico van zogenaamde ‘rent seeking’. Private spelers gaan hoge kosten aan om bepaalde subsidies binnen te halen. Lobbying om onproductieve activiteiten van overheidswege te laten ondersteunen, houden een grote verspilling voor de maatschappij in.

Een cruciale discussie betreft de kostendekkingsgraad  bij overheidsinterventies. Vaak is het gezond dat de gebruiker zelf een voldoende aandeel van de werkelijke kostprijs betaalt. Dit kan dan gezien worden als een bewijs dat de gebruiker echt de overheidsinterventie waardeert. Dit speelt bijvoorbeeld bij de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn waar de kostendekking door de reizigers momenteel slechts ongeveer 20 procent bedraagt. Vlaanderen alleen al telt tientallen agentschappen die in nogal wat gevallen zelf bestaan uit deelentiteiten. De sanering van die jungle is een werk van lange adem, als die tenminste meer inhoudt dan een cosmetische operatie met louter verschuivingen en naamsveranderingen.

In alle regio’s blijken subsidiestelsels zo’n hoge mate van complexiteit te vertonen dat er ondertussen eenhele adviesindustrie op is gebaseerd De vraag is of de verhouding tussen grote & kleine bedrijven door deze subsidiemechanismen scheefgetrokken wordt

Gebruik belastingsgeld voor rolmodellen

In al de discussie over Lets Go Urban valt het op dat er weinig de vraag gesteld wordt over de mate dat het gepast is voor de overheid om dergelijke activiteit te steunen los van de vraag rond eventuele fraude. Dus dit is ook een pleidooi voor eens een stap terug te zetten voor reflectie. Is het zo evident dat de overheid iemand uitkiest als rolmodel? Het is een feit dat veel andere gelijkaardige initiatieven helemaal niet dergelijke financiering bekomen vanwege de overheid.

Het is redelijk om te stellen dat het veel evidenter is als het ondersteunen van rolmodellen gebeurt vanuit de civiele maatschappij. Zonder gebruik belastinggeld waaraan iedereen verplicht dient bij te dragen, krijgt het een heel andere gedaante. Namelijk het benutten van de vrijheid. Is het zo verkeerd om te denken dat de overheid hier toch terughoudender in moet zijn? De overheid die geld uitdeelt aan doelgroepen allerhande... Hoe ver staat dit af van het kopen van stemmen? In het boek Overheid + Markt pleit ik ervoor dat de overheid terughoudender moet zijn in het koloniseren en zelfs verpletteren van de andere sferen van de maatschappij. Een gezonde maatschappij bestaat naast een sterke overheid die binnen streng gedefinieerde limieten opereert, ook uit voldoende ruimte voor welvaartscreatie door een vrije markt, een civiele maatschappij en de eigen verantwoordelijkheid van elkeen. Onderschat wordt in welke mate de overheid andere sferen kan bedreigen door hen te verpletteren met belastingsgeld (o.a. omdat dit de eigen verantwoordelijkheid uitholt).

 

In dit land worden dergelijke vragen echter minder gesteld dan elders. Ons middenveld is lang eerder een top down verlengstuk geweest van machtstructuren dan spontaan gegroeide verbanden van mensen die eigen verantwoordelijkheid beseffen. Identiteitspolitiek voeren met belastingsgeld? En hoe denkt men dat de rest van de bevolking dit ervaart. (Als je de juiste kenmerken hebt als mens krijg je meer geld?) Het is zelfs niet evident om de vraag te stellen. Zoals al velen opgemerkt hebben: onze periode kent veel minder vrijheid dan die van enkele decennia geleden. We leven echter in opmerkelijke tijden. Ironisch genoeg krijgen economen van politologen vaak het verwijt te willen depolitiseren en te technocratisch te denken, maar nu lijkt het alsof er wel een groep staat te springen voor een technocratisch bewind van virologen.


maandag 2 november 2020

reset


Trends 29-10-2020


dubbelinterview


maandag 26 oktober 2020

Onze schuld

Het discours dat vandaag gevoerd wordt over de staatsschuld doet bij veel mensen met prudente inslag de haren ten berge rijzen. Zeker als daar frases gehanteerd worden als: “We hoeven ons geen zorgen te maken over onze staatsschuld”.

Uiteraard kan er redelijk gedebatteerd worden over het gebruik van schuldfinanciering in deze coronacrisis. Dat is het punt niet. Het is wel ergerlijk dat er een karikatuur gemaakt wordt van hen die meer bedenkingen opwerpen. Inzake het budgettaire debat ontbreekt in ons land wel degelijk regelmatig een deel van het spectrum inzake prudentie en risicobenadering.

Mensen ridiculiseren die zich zorgen maken over de Belgische overheidsschuld is iets te gemakkelijk vanuit economische modellen. Veel burgers kunnen wel niet altijd de vinger leggen op de concrete lichtzinnigheid van het gehanteerde economische discours. De realiteit is dat die ook sterk varieert, gaande van een schijnbaar onschuldige veronderstelling dat gedurende decennia de rente lager zal liggen dan de economische groei tot radicale opvattingen die vandaag bekend staan als de “moderne monetaire theorie”. Die stelt in variaties dat de enige motivatie om overheidsuitgaven nog te financieren door belastingen (en niet door de centrale bank enkel het reguleren van het prijsniveau is.

Nationale Bank

Soms lijkt het debat eindeloos in rondjes te draaien. Daarom is het goed dat de Nationale Bank (NBB) een interessant stuk publiceerde in haar economisch tijdschrift over drempels voor onze overheidsschuld die kunnen wijzen op de gevarenzone terzake. Gouverneur Pierre Wunsch maakt terecht de opmerking dat er daarbij niet zoiets bestaat als een magisch cijfer. Wel biedt de benadering van de ‘gevarenzone voor de schuld’ een concreet uitgangspunt om het debat te verrijken met de prudentiële insteek die zo zeldzaam is in ons land. Een gehoorde kritiek is dat de NBB de simulatie doet met een rente die hoger ligt dan de groei waardoor de schuldenberg niet vanzelf wegsmelt over de jaren. Het antwoord is natuurlijk dat het net prudentieel is om erop te wijzen dat dit een reëel risico is. Verwijzen naar een huidige consensus onder economen mist dan ook het punt. Meer aandacht in de oefening lijkt wel gepast inzake de impliciete schuld die volgt uit de ongedekte pensioenbeloftes van dit land.

Een belangrijke zaak is dat het debat in de ivoren toren te vaak blind is voor de risico’s in het ruimere financieel systeem. Ook de nieuwe oefening van de Nationale Bank schiet daarin tekort. Wel wordt er een extra buffer inzake de ‘schuldendrempel’ besproken om een bankencrisis op te kunnen vangen. De Bank voor Internationale betalingen te Bazel heeft wel meer oog voor ontsporingen in het financieel systeem. Voor haar valt de lage rente niet zomaar als manna uit de lucht maar wordt ze eerder gezien als net een teken van diepe disfuncties. Disfuncties die voortkomen uit ontwrichtingen van het economisch weefsel waarvoor schulden niet de oplossing vormen maar een deel van de oorzaak.

Relance

Het is goed dat de regering van dit land werk willen maken van economische relance met belangrijke investeringen. Als we er bovendien in slagen om het aandeel productieve investeringen een stuk hoger te brengen in de mix van overheidsuitgaven dan corrigeren we daarmee zelfs een deel van een structurele zwakte van ons land op al zijn niveaus. Ook daarin is het voor economen verrijkend te spreken met praktijkmensen uit de meest uiteenlopende domeinen die opmerken dat ze meer geld zeker niet zullen afslaan. Ze stellen vervolgens echter dat meer geld de problemen niet altijd zomaar oplost en soms zelfs verergert omdat het de druk wegneemt nodig voor beter bestuur.

Om te vermijden dat plannen niet de reactie uitlokken “mooi, voor misschien een ander land”, moeten ze niet alleen uit gesofistikeerde kokers komen maar vooral ook meer realiteitschecks doorstaan en blijk geven van besef van de uitdagingen inzake bestuurscultuur in dit land.