vrijdag 9 september 2022

Prijscontroles

 

Prijscontroles

Zoals voorspelbaar was, zijn we indertussen aanbeland in de fase waarin prijscontroles opnieuw politiek aantrekkelijk zijn. De geschiedenis toont echter dat ze economische grote valkuilen impliceren. In het verleden kalmeerden prijscontroles de inflatieverwachtingen niet. Elke keer prijscontroles geactiveerd werden, ontstond de verwachting al dat de prijzen zouden opveren eenmaal de controles werden opgeheven. Finaal brachten ze de economie veel schade aan zonder meer dan erg kortstondig respijt inzake prijsstijgingen. Ze zorgden er ook voor dat de noodzakelijke en onvermijdbare aanpassing naar minder energiegebruik alleen maar vertraagd werd. (1) Het meest problematische aan de prijscontroles was wellicht nog dat ze tot overmoed leidden en ervoor zorgden dat men minder aan monetaire en budgettaire verstrakking dacht dan nodig. 

De grote les van de stagflatie van de jaren 1970 was dat inflatie steeds onder controle gebracht kan worden als men maar bereid is het monetaire beleid te verstrakken in de mate die nodig is. In Duitsland zorgde de Bundesbank ervoor dat tegen het midden van de jaren 1970 de inflatie al gehalveerd was. Tegen het begin van de jaren 1980 was de inflatiepiek al volledig voorbij (2,3,4). Er is ook de les dat niet alleen de centrale bank zijn plicht moet doen maar ook politieke overheden hun inflatoir beleid van begrotingstekorten moeten afbouwen. Dat impliceert vandaag dat steun inzake koopkracht enkel verstandig is in de mate dat ze erg selectief is. Het algemeen pompen van meer geld zal contraproductief zijn. Prijscontroles brengen finaal typisch meer schade toe dan ze erg tijdelijk aan verlichting opleveren. 

Functies van prijzen

Het is de taak van de econoom om uit te leggen dat prijzen op markten ervoor zorgen dat noodzakelijke informatie uitgewisseld wordt. Informatiesignalen die mogelijk maken dat vraag en aanbod op elkaar afgestemd worden. Middelen moeten daar ingezet worden waar er productietekorten zijn. De prikkel om dat te doen in voldoende mate zal er alleen zijn als de prijs werkelijk weergeeft hoeveel schaarste er is. Condorcet moest in de 18de eeuw al uitleggen dat hongersnoden veroorzaakt werden door het uitschakelen van prijssignalen. Bij elke politicus met ijver om het recept van prijscontroles boven te halen, moet een groot alarmbel weerklinken.

Uiteraard kunnen de implicaties van prijsvorming op markten tot erg problematische situaties leiden. De les uit de geschiedenis is echter geweest die te proberen verlichten door andere wijze dan prijscontroles. Typisch gaat het over groepen in de maatschappij die in de problemen komen op de prijzen van bepaalde goederen nog op te hoesten. Als dit over goederen gaat waaraan de maatschappij een belangrijk noodzakelijk karakter toeschrijft, dan is de eerste vraag of dit probleem niet in de eerste plaats kan aangepakt worden door inkomensondersteuning van de kwetsbare groepen. Daar kunnen we voor ons land vaststellen dat men tot vandaag heel ondoelmatig te werk gaat. Beleid dat enorm duur is en daarom vaak ook onvoldoende verschil maakt voor de meest kwetsbaren omdat de middelen niet selectief genoeg ingezet worden.

Onderaanbod

Terwijl marktwerking vermijdt dat er rantsoenering van goederen moet plaatsvinden, zorgen prijscontroles ervoor dat dit wel snel aan de orde is. Laten we duidelijk zijn: een werkelijk effectief prijsplafond zal ervoor zorgen dat er onderaanbod ontstaat. Er zal minder aanbod zijn omdat producenten niet voldoende geprikkeld worden om aan de volledige vraag te voldoen. Dit is onweerlegbaar wat er gebeurde in oneindig aantal gevallen sinds de klassieke oudheid tot recent in Venezuela.

Wat we echter vandaag zijn is dat men over prijsplafonds spreekt maar in de feiten het gaat over het belasten van bepaalde producenten. In elke markt zijn er meer en minder efficiënte aanbieders. De ene heeft een meer efficiënte productiemethode dan de andere. Dit terwijl de markt als ze goed functioneert voor één enkele prijs zorgt. Dit impliceert dat de ene producent winst maakt en de andere net break-even draait. Alleen is dit op de energiemarkt veel opvallender dan in de meeste andere markten. Op deze markt gaat het immers niet alleen over verschillen in productiemethodes maar radicale andere energiebronnen. En zoals we weten zijn oude volledig afgeschreven nucleaire centrales vandaag enorm winstgevend terwijl de meest inefficiënte gascentrale maar juist uit de kosten komt. Dan kan het inderdaad overwogen worden om de zogenaamde “infrmarginale rente” of winst (overwinst is een puur politieke term) van de kerncentrale te belasten. De vraag of dit dan volledig zonder nefaste gevolgen zal zijn, moet wel degelijk gesteld. Dit kan uiteraard het beeld van rechtzekerheid van een bepaald land beïnvloeden en op die manier ook toekomstige investeringen beïnvloeden. Het hangt er dan ook deels van af welke (juridische) garanties er in het verleden gegeven zijn. De context maakt uiteraard een verschil. In crisistijden is de bewegingsruimte breder. Ook kan die bewegingsruimte groter gemaakt worden als meerdere landen naar hun exploitanten met gelijkaardige maatregelen komen. Er is dus zeker nood aan Europese afstemming op dat vlak.

Complexiteit

Het aanpakken van enkele heel specifiek gedefinieerde markten is realistischer dan een steeds verder uitdijnend landschap van prijscontroles. In de Verenigde Staten waren in WOII 160.000 ambtenaren verwikkeld in het systeem van prijscontroles. Het lijkt dan ook cruciaal om dit vandaag heel duidelijk af te bakenen. Initieel was de inflatie ook dominant geconcentreerd in enkele energiemarkten maar ondertussen is de olievlek aan veel breder uitgezet. En er is een opbod van politici van alle slag om in steeds meer productmarkten te willen interveniëren met prijscontroles.

 

(1) Rockoff, Hugh. 1984. Drastic Measures: A History of Wage and Price Controls in the Romer, Christina. 1986.

(2) Bill Medley, Volcker's Announcement of Anti-Inflation Measures | Federal Reserve History, https://www.federalreservehistory.org/essays/anti-inflation-measures

(3) William L. Silber, 2012, Volcker: The Triumph of Persistence, Bloomsbury Press 

(4Goodfriend, Marvin, and Robert King. “The Incredible Volcker Disinflation.” Journal of Monetary Economics 52, no. 5 (July 2005): 981-1015.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten